'Bijna 70 procent van Nederlanders ontvangt toeslag'

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

De aanleiding

VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra richtte zijn pijlen vorige week op de verzorgingsstaat. Die is onhoudbaar volgens de VVD’er. De alom aanwezige overheid zou eigen initiatief in de kiem smoren en de onterechte verwachting wekken dat de staat alle problemen kan oplossen. Het gevolg: ontevreden burgers.

De kleine groep mensen die de overheidsvoorzieningen echt nodig heeft, zou worden weggedrukt door de grote groep zelfredzame burgers die allerlei toeslagen ontvangt. Ondanks de uitgebreide verzorgingsstaat ontvangen hulpbehoevenden volgens Zijlstra daarom vaak niet de zorg, ondersteuning of woning die zij zouden moeten krijgen.

Hoe groot is de groep burgers die toeslagen ontvangt dan volgens Zijlstra? „Ruim tweederde van de bevolking”, schreef hij in een opiniestuk in NRC Handelsblad. „Bijna 70 procent van de Nederlandse bevolking”, zei hij een dag later in een interview in nrc.next.

En, klopt het?

Om dat te bepalen vragen we eerst aan de woordvoerder van Zijlstra waar de fractievoorzitter zijn bewering op baseert. Daarop ontvangen we een e-mail met daarin een link naar de website van de Belastingdienst. Daar staat dat ruim 6 miljoen huishoudens op dit moment een toeslag ontvangen. Een woordvoerder van de Belastingdienst bevestigt dat deze informatie klopt. In de e-mail staat ook een link naar de site van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daar blijkt dat er ruim 7,5 miljoen particuliere huishoudens zijn in Nederland. „Dus met 70 procent zitten we zelfs nog zeer aan de voorzichtige kant”, mailt de woordvoerder.

Als het om huishoudens gaat wel. Deze cijfers tonen aan dat 80 procent van de Nederlandse huishoudens een toeslag ontvangt. Het gaat dan om inkomensafhankelijke toeslagen voor de kinderopvang, de huur, de zorg, of het zijn kindgebonden budgetten. Sinds 2009 vervangt het kindgebonden budget de kindertoeslag. Het kindgebonden budget is een bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van kinderen. Deze toeslag moet niet worden verward met de kinderbijslag die niet tot de toeslagen wordt gerekend. De kinderbijslag is namelijk niet inkomensafhankelijk en wordt uitgekeerd aan iedereen met kinderen onder de 18 jaar.

Zijlstra zei niet dat ruim tweederde van de Nederlandse huishoudens een toeslag ontvangt. Hij zei „ruim tweederde van de bevolking”, oftewel zo’n 70 procent van de Nederlanders. En daarvoor blijkt het percentage toeslagontvangers heel anders te liggen. In een brief aan de Tweede Kamer meldde staatssecretaris Frans Weekers van Financiën onlangs dat de Belastingdienst in 2011 ongeveer negen miljoen toeslagen uitkeerde aan ongeveer 6,9 miljoen „aanvragers”. In totaal gaat het jaarlijks om zo’n 12 miljard euro. Die ‘aanvragers’ vormen volgens een woordvoerder van de Belastingdienst het totale aantal ontvangers van een of meerdere toeslagen. Die ‘aanvragers’ zijn bijvoorbeeld twee volwassen kinderen die zorgtoeslag ontvangen in een gezin van vier personen. Alleen die twee volwassen kinderen zijn de toeslaggerechtigden. Dit gezin van vier behoort dus tot de 80 procent huishoudens in Nederland die een toeslag ontvangen. Binnen het gezin gaat het maar om twee individuele Nederlanders die toeslaggerechtigd zijn.

Er waren in 2011 16,7 miljoen Nederlanders. Daarvan ontvingen er 6,9 miljoen een toeslag. Van de Nederlanders ontving destijds dus 41,32 procent een toeslag. Dit zijn de meest recente cijfers die de Belastingdienst heeft.

Conclusie

Volgens VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra ontvangt „ruim tweederde”, of „bijna 70 procent”, van de Nederlanders een toeslag van de overheid. Als hij had gezegd „ruim tweederde van de huishoudens” dan had hij gelijk gehad. In werkelijkheid krijgt er namelijk in 80 procent van de huishoudens iemand een toeslag. Als we naar het aantal individuele Nederlanders kijken dat een toeslag ontvangt dan blijken dat er in 2011 6,9 miljoen te zijn geweest. Dat was 41,32 procent van de bevolking. De bewering van Zijlstra is dus onwaar.