Belgen zijn nu van hoofdklasse-niveau

België heeft in het hockey aansluiting gevonden bij de wereldtop. „Je hebt geen tienduizenden hockeyers nodig om een goed elftal op te stellen.”

Nederland, Amstelveen, 19-08-2009 Hockeyer Teun de Nooijer na afloop van een training in het Wagener stadion van het nederlands Hockeyteam dat aanstaand weekend op het EK in actie komt. foto: Bram Budel

Misschien is dat wel het grootste verschil met het Belgische hockey van vroeger: in het hoofd van Jeffrey Thys, aanvoerder van KHC Dragons, is na de verloren finale in de Euro Hockey League tegen Bloemendaal (2-0) geen plaats voor trots op de geleverde prestatie. „Wij zijn topsporters, wij willen winnen”, zegt hij. Gelaten kijkt de Belg toe hoe Bloemendaal-icoon Teun de Nooijer aan de overkant van het veld op de schouders gaat. „Als we een paar jaar geleden met 4-2 verloren van Nederland zeiden we: prima wedstrijd. Nu zijn we enorm ontgoocheld. Die mentaliteit is echt veranderd.”

België, hockeyland. In vergelijking met Nederland (bijna een kwart miljoen hockeyers) is België (30.000) slechts een bescheiden hockeynatie, maar op topniveau wordt het gat elk jaar kleiner. De vijfde plaats op de Spelen van Londen gaf al een indicatie, op clubniveau forceerde Dragons al eerder een internationale doorbraak. Vorig jaar werd de ploeg uit Brasschaat derde in de Euro Hockey League, dit jaar volgde dus de eerste Belgische finaleplaats.

In het land zelf is het besef ontstaan dat België niet hoeft onder te doen voor Nederland of Duitsland. „Je hebt geen tienduizenden hockeyers nodig om een goed elftal op te kunnen stellen”, zegt Eric Verboom, de Nederlandse coach van de Dragons. „Bij HC Rotterdam heb je heren 2 tot en met 18, maar daar komen geen internationals meer uit.”

Verboom is één van de vele buitenlandse coaches die de laatste jaren hun diensten aanboden in België, onder wie oud-international Piet-Hein Geeris en sinds kort, bij de nationale hockeyploeg, Marc Lammers, coach van de gouden Nederlandse hockeysters van Beijing (2008). „De buitenlanders zijn heel belangrijk geweest”, zegt Verboom, die deze zomer assistent wordt van de Nederlandse bondscoach Paul van Ass. „Doordat België geen echte hockeycultuur kent werden spelers na hun carrière bijna nooit trainer. Waarom zou je als coach je centjes proberen te verdienen in een sport die laag op de ladder staat? Dat was onmogelijk.”

Door de buitenlandse hulp werd het hockey in hoog tempo geprofessionaliseerd. „Toen ik 4,5 jaar geleden in Brasschaat kwam ging je met je jeugdteam een week voor de competitie een keertje trainen. Nu hebben de clubs een echte voorbereiding, trainingskampen, oefenwedstrijden tegen Nederlandse hoofdklassers. De nationale jeugdteams van België trainen vaker dan die van Nederland.”

En de spelers worden elk jaar beter, weet olympiër Thys. „Er komt een aantal grote talenten aan, wereldtoppers in mijn ogen.” De prestaties van zijn clubteam, voor de finale tegen Bloemendaal liefst vijftien Europese duels ongeslagen zijn het bewijs van de snelle progressie. Thys denkt dat de vier of vijf beste Belgische clubs tegenwoordig in de Nederlandse hoofdklasse kunnen meedraaien. „Het verschil met drie jaar geleden is ook dat de onderste hoofdklasseclubs nu in België geen kampioen meer zouden worden.”

Opvallend is dat de opmars nog niet heeft geleid tot een invasie van Belgische spelers in die hoofdklasse, een vergaarbak van buitenlandse sterren. Thys: „Ik heb het gevoel dat de Belgische talenten een beetje worden onderschat. Nederlandse clubs zoeken nog heel veel naar Nieuw-Zeelanders en Australiërs. Van mij mag dat zo blijven. Onze competitie wordt sterker en sterker.”

Maar een volkssport zal het niet worden. „De jeugd is enthousiast, maar de media pikken het nog niet op. Misschien gebeurt dat bij het EK voor landenteams in Boom, in augustus. Maar het blijft een kleine sport, die vaak nog wordt gezien als elitair, zoals in Wallonië.”

Noord-Brabander Verboom weet er alles van. Behalve van sport valt er op de Belgische velden genoeg te genieten voor liefhebbers van een Bourgondisch leven. „Er zijn clubhuizen waar je een heel goede maaltijd kunt bestellen – oesters, noem maar op. Glas champagne erbij. Maar op topniveau is in België wel een echte hockeycultuur ontstaan.”

    • Rob Schoof