Albino

Een recreant had zijn racefiets demonstratief in het pak sneeuw gezet waar anders een asfaltweg liep. Het laatste stuk van de Galibier (2.642 meter) was niet te bereiken tijdens de Giro d’Italia. De berg in de Franse Alpen duldde geen profpeloton op de top.

De renners waren bezig aan de klim op de voorlaatste col, de Télégraphe. De omgeving daar was nog groen. Van winterse taferelen geen sprake.

Ik dacht terug aan de Tour de France van zo’n twintig jaar geleden. Samen met een collega scheurden we in een auto door de broeierige Alpen. We moesten tanken. Aan het einde van de afdaling van de Télégraphe zagen we een benzinestation.

In de Tour heeft iedereen haast. Zelfs in zijn dromen. Het wachten was op de pompbediende op die verzengend hete middag. De dop was er al afgeschroefd.

Een oude man kwam aangelopen. Ongelijke pas. Vermoedelijk nog een kogel uit de Tweede Wereldoorlog in een heup. Zijn haar was gewassen met afgewerkte olie. Vol onrust wezen we op de officiële Toursticker op de voorruit. Het maakte hem niets uit. Haast bestond niet in deze smoorhitte.

Hij trok het benzinepistool los en pieste de brandstof als een oude man zonder aandrang in het gat. Wij zaten in gedachten bij het peloton, bij roodverbrande mannen die met onmogelijke verzetten de Galibier wilden beklimmen.

Het tanken duurde een eeuwigheid. Merde.

De helikopter van de RAI scheerde tijdens Pinksteren door het dal. Het tankstation zag ik niet liggen. Was het hart van de benzinebediende stilgevallen?

De mannen van de Giro reden naar de Galibier. Na een ruime bocht naar rechts kwam een steil stuk, dat wist ik nog van die warme dag in de Tour. Ik herinnerde me het afgeleefde gezicht van Jelle Nijdam, smekend om water en een duw.

Giovanni Visconti lag alleen op kop, getekend door de kou. In het laatste deel van de Galibier bleef de sneeuw liggen tussen de rotsen op de flanken. Visconti reed door een landschap als de huid van een bonte koe.

De renners hadden hun kachels op orde. Er werd gestookt op energierepen, een gel met appelsmaak en een zoet bakseltje uit de streek.

Er kwam een marmot in beeld. De bruinrode vacht tekende af tegen de besneeuwde bergvlakte. De marmot deed niets. Aan zijn lijf geen polonaise. Wachten, wachten. Op zon, op dooi.

Nog hoger op de berg werd de huid van de bonte koe langzaam vervangen door het vel van een albino.

Wie wilde hier zijn? In dit kille landschap, in die grijze, ijle lucht, midden in een sneeuwstorm? Alleen wielrenners, toch?

Visconti werd winnaar van de legendarische etappe. Hij droeg een zonnebril. Zijn naam wordt al een tijd in verband gebracht met de omstreden arts Ferrari, zei een verslaggever van Eurosport. O ja, doping. Dat hadden we ook nog. Was ik helemaal vergeten tijdens deze gloeiende etappe in de vrieskou.

Het ging me, zoals zo vaak in deze Giro, om het ritme van het fietsen in een waanzinnig decor.

De Giro is streaming cinema met een open einde.

Wie meekijkt, is op een lange reis.