Dagboek uit Los Angeles: een legendarische krant te koop

De eerste keer dat ik in Los Angeles kwam, was ik nog lang geen ombudsman.

Ik had er wel één goed kunnen gebruiken.

Het was juni 1980, en Downtown LA waar de bus mij en een stuk bagage afzette, was een stortplaats van daklozen, junkies en straatrovers. Schuilplaats werd een hotel ($30 per week) dat via een traliehek toegankelijk was, en waar je ‘s nachts kon luisteren naar geschreeuw in de belendende kamers. Het Take-it-Easy-Californië van The Eagles had ik me anders voorgesteld.

Dit keer logeer ik een paar blokken verderop, voor de jaarlijkse conferentie van de Organization of News Ombudsmen (ONO), een organisatie met zo’n 75 leden in 26 landen. Die conferenties zijn een gelegenheid om ervaringen uit te wisselen, te brainstormen en over het vak te discussiëren. Maar de bijeenkomst staat dit jaar ook in het teken van het besluit van The Washington Post om de onafhankelijke ombudsman te vervangen door een lezersredacteur, die minder vrijheid en armslag heeft.

En de ombudsmannen vallen ook om een andere reden met hun neus in de boter.

Een deel van de conferentie vindt plaats bij The Los Angeles Times, en die krant is het middelpunt van een verhitte discussie over mogelijke verkoop. The Times, die net als veel Amerikaanse kranten zware klappen kreeg door dalende oplages en inkomsten, werd in 2000 verkocht aan de Tribune Company, een mediaonderneming die ook The Chicago Tribune uitgeeft. Dat bedrijf belandde ook in zwaar weer door de kredietcrisis en wanbestuur. The Times staat nu dus weer te koop. Dat leidt tot veel discussie en rumoer: wie zijn geschikte eigenaren van een kwaliteitskrant? Valt die niet in ‘verkeerde handen’?

Zoals die van Charles en David Koch, twee steenrijke ondernemers met grote belangen in de Amerikaanse energie- en bouwwereld, die nu ook geïnteresseerd zouden zijn in de krant. De Kochs zijn politiek actief, staan bekend als libertair-rechts en steunen de Tea Party. Hun komst zou ,,het einde van de kwaliteitsjournalistiek’’ in Los Angeles betekenen, vrezen critici. En de helft van de redactie zou volgens sommige berichten dan overwegen op te stappen.

Het protest is inmiddels ook de straat opgegaan. Enkele honderden vakbondsleden en actievoerders demonstreerden vorige week woensdag bij het hoofdkwartier van Okatree Capital Management, dat 20 procent van de aandelen in de Tribune Company heeft, tegen de mogelijke verkoop aan de gebroeders Koch. Rechtse journalisten die de krant al jaren veel te links en pro-Obama vinden, verkneukelen zich ondertussen, zoals Larry Elder in zijn column (“Broers Koch, koop alstublieft de LA Times!”). Anderen halen er hun schouders over op; de krant, waar de redactie de laatste jaren met honderden banen is ingekrompen, zou toch nog maar een schim zijn van van wat hij ooit is geweest.

Voorlopig is dit alles nog maar ketelmuziek. Oaktree ontkent dat al besloten is de krant te verkopen, en Koch Industries deed geruchten over de kooplust van de omstreden broers af als ,,pure speculatie”. Lokale politici hebben niettemin maar vast voorgesteld dat de gemeente pensioengelden moet terugtrekken uit Oaktree, mocht de krant verkocht worden aan een eigenaar die niets heeft met ,,professionele en objectieve journalistiek’’.

De ophef past goed bij de turbulente geschiedenis van de krant. De Times, opgericht in 1881, is in de loop der jaren het middelpunt geweest van heftige controverses, die keer op keer iets duidelijk maakten over de toestand van de Amerikaanse journalistiek.

Dat begon al in 1910, toen de krant, in handen van de zakenfamilie Chandler, zich met een journalistieke campagne keerde tegen de vakbonden in de stad. Anarchisten pleegden uit wraak een bomaanslag op het redactiegebouw – er vielen 21 doden. Het motto van de krant werd daarna: “Hou vol”.

Aan het eind van de eeuw, in 1999, brak een andere eigentijdse controverse uit rond de krant. De uitgever van de krant bleek met een grote nieuwe sporthal, het Staples Center, nauwe afspraken te hebben gemaakt over een 168 pagina’s dikke bijlage over de hal. De redactie zou het blad maken, de advertentieinkomsten zouden worden verdeeld tussen sporthal en krant. De hoofdredacteur ontkende van de afspraak te hebben geweten.

Toen de redactie er lucht van kreeg, was de krant te klein. Het schandaal leidde tot een onafhankelijk extern onderzoek en een vernietigende verklaring van oud-uitgever Otis Chandler aan het adres van de zakelijke leiding van de krant. De Times deed er zelf uitvoerig en gedetailleerd verslag van.

Veertien jaar later, nu kranten moeten schrapen om advertenties binnen te halen, zijn vormen van samenwerking tussen redactie en adverteerders bij veel kranten geen taboe meer, al gaan ze niet zo ver als dit geruchtmakende voorbeeld. The Washington Post maakte onlangs bekend te beginnen met sponsored content. De redactie bepaalt dan wel de inhoud van een stuk of bijlage, maar de bijlage zelf is een initiatief van de adverteerder.

Ook over zulke sponsored content verwacht ik ook de nodige discussie op de conferentie, die vandaag begint. Morgen volgt een verslag. Mits mijn professionele aandacht niet wordt opgeëist door een verdwaalde toerist op het laatste restje skid row, natuurlijk.

Overigens, zoals bezoekers van de stad weten: Downtown heeft sinds 1980 een ingrijpende facelift gehad. Hoe dat getraliede hotel (nu omgebouwd tot appartementen) er een paar jaar terug uitzag, kun je hier zien.