Warmere toendra neemt CO op 2

Toendra in Alaska met houten frames en plastic overkapping voor experimenten. Foto Sadie Iverson

Het lijkt steeds minder waarschijnlijk dat de opwarmende toendra’s een gevaarlijke bron van de broeikasgassen CO2 en methaan zullen worden. Deze week brengt Nature de uitkomst van een onderzoek aan stukken toendra in Alaska die al sinds 1989 worden verwarmd. Het is het langstlopende experiment van zijn soort – en er wordt juist netto CO2 vastgelegd.

Het onderzochte gebied is permafrostterrein, gekarakteriseerd door pollen wollegras en dwergvormen van berken en wilgen. De opdooilaag is een halve meter dik. De onderzoekers plaatsten houten staketsels waarover ’s zomers dun polyetheen (het plastic van boterhamzakjes) wordt uitgespannen. Het plastic sluit net goed genoeg om de gemiddelde zomertemperatuur 3,5 °C op te voeren, dat is de opwarming die aan het eind van de eeuw verwacht wordt. Tegen de winter wordt het plastic weggehaald.

De ecologen inventariseren de fysisch-chemische en biotische veranderingen die het gevolg zijn van de overkapping. In Nature rapporteren Seeta A. Sistla c.s. de bevindingen.

De verwarming leidde tot flinke verschuivingen in de vegetatie. De bedekking door dwergberken en wilgen nam toe, mossen en korstmossen gingen achteruit. De hoeveelheid strooisel steeg.

Aanvankelijk leidde de overkapping tot hogere bodemtemperaturen in de zomer. Maar dat sloeg om toen de vegetatie opschoot en de bodem steeds meer beschaduwde. Daarna bleef die ’s zomers juist koeler dan de controlebodem. ’s Winters was het weer andersom: de dikke sneeuwlaag in de struiken hield de bodem extra warm.

De koolstofhuishouding van de bodem reageerde op die temperatuurveranderingen en vermoedelijk op de diepere en betere beworteling van de struikjes. De veranderingen waren het grootst op grote diepte.

Al met al bleef het koolstofgehalte van de bodem redelijk constant en omdat de plantenbedekking steeg werd dus extra CO2 vastgelegd.

Ko van Huissteden van de Amsterdamse VU meet al 20 jaar aan de koolstofhuishouding van de Siberische toendra. Hij is kritisch over het overkappingsexperiment dat de temperatuur te abrupt en vooral in de zomer opvoert. Toch vindt hij in Siberië vergelijkbare effecten:de toenemende respiratie van de bodem (waarbij CO2 vrijkomt) wordt vaak gecompenseerd door plantengroei.