Ultrageweld hoort bij Cannes als designartikelen en naakte meisjes

Wordt Cannes echt te gewelddadig? Schoten afgevuurd tijdens een tv-uitzending op het strand; we zagen Oscarwinnaar Christoph Waltz, recent in Django Unchained nog zo onverschrokken, de coulissen induiken. Een idioot met een alarmpistool en losse flodders. Misschien hoopt hij nu op een eigen realityshow.

Ook werd - bijna als promotie is voor de film The Bling Ring, over pubers die bling van de sterren, socialites en modellen stalen - een miljoen euro aan sieraden uit Novotel gestolen die bedoeld waren om de sterren op de Rode Loper even wat cachet te geven. Regisseur Sofia Coppola bezwoer ons gistermiddag dat ze er niks mee te maken had; elders werd de vergelijking gelegd met To Catch a Thief van Hitchcock uit 1955, waarin Cary Grant valselijk beticht wordt van juwelenroof. Is ‘The Cat’ terug in Cannes?

En dan was er nog een gênant verhaal van Hollywood Reporter gisteren: het filmfestival trakteerde zijn gasten onlangs op een ultragewelddadige trailer, waar al in de eerste seconden Ryan Gosling iemand een glas in zijn gezicht douwde, Johnny To een executie in Hongkongstijl deed en Forest Whitaker werd geperforeerd met een mes. Welkom aan de Côte d’Azur. De directie distantieert zich kennelijk van deze haastig in elkaar geknutselde trailer.

Toch hoort ultrageweld hoort net zo bij Cannes als designartikelen, naakte meisjes en mensen die bedachtzaam uit het raam staren. Veel prijswinnende films bevatten al die elementen. Het festival opende woensdag al met kinderverkrachting en Mexicaans recreatief martelen in Heli, waar het hele gezin pinata speelde met een arme sloeber en daarna diens penis in de fik steekt. “Kijken, anders mis je het feest”, werd een volgende slachtoffer gemaand, zoals ook in Nicolas Winding Refn’s Bangkokcrimi Only God Forgives, waar een specialist in amputaties naalden in armen, benen en oren steekt en twee ogen fileert in Un Chien D’Andalou-stijl.

Azië in competitie specialiseert zich in het bloedbad: donderdag bleek zelfs festivalfavoriet Jia Zhangke in A Touch of Sin zijn bedachtzame semidocumentaires over Chinees leed te hebben verruild voor een viertal fabelachtig gefilmde, maar bijna cartoonesk bloedige portretten van kleine luiden die wraak nemen op onrecht en hypocrisie met jachtgeweer, pistool of mes. En dan volgen straks Hongkongs genremeester Johnny To en Japanse splatterkoning Takeshi Miike, en dus Refn, die met zijn muze Ryan Gosling naar Bangkok trok om te bewijzen dat hij nog wreder is dan een Aziaat.

We zetten ons schrap na een vredige dag, met het voortreffelijke Iraans-Franse melodrama Le Passé – gaat een prijs krijgen – en het zoete Like Father, Like Son van de Japanner Kore-Eda, een Aziaat wiens wereld verfrissend dicht bevolkt wordt door mensen van goede wil. Al draaide ook L’Inconnu du Lac, te omschrijven als een gaypornothriller over een seriemoordenaar die huis houdt op een homo-ontmoetingsplaats. Maar gefilmd in een bedaarde stijl die aan de gebroeders Dardenne deed denken, dus dat viel dan weer mee.