Column

Stop met sparen voor de kinderen

Ik heb de kinderbijslag altijd gestort op een spaarrekening op naam van mijn nu 19-jarige dochter. Het geld is voor haar studie. Nu ontdekte ik dat ze 800 euro heeft gebruikt voor vakantie. Wat zal ik doen?

In 1941 kregen werknemers met meer dan twee kinderen voor het eerst kinderbijslag. Na de oorlog bereikte deze overheidssteun alle werknemersgezinnen, vanaf 1951 ook de zelfstandigen en sinds 1963 alle ouders, getrouwd of niet, en of ze nu arm zijn of rijk. Toch komt dit cadeautje lang niet altijd in de ouderlijke portemonnee terecht. Talloze opvoeders gireren de bijdrage plichtsgetrouw naar spaarrekeningen en studiepolissen op naam van hun kroost. Ook veel grootouders storten kleinkinderspaarpotten vol. Dit ‘sparen voor (klein)kinderen’ raakte in zwang in de welvarende jaren negentig, toen de geldbranche met grof reclamegeweld de studie(woeker)polis promootte. Sparen voor je nageslacht zou je kroost vooruit helpen, ze zouden kunnen studeren, en je zou een (fiscaal) verstandige opvoeder zijn. Meer dan eens komt die mooie droom niet uit.

Eens gegeven blijft gegeven, geldt voor kinderspaarsaldo’s, al draagt de ontvanger nog luiers. De ouders mogen het geld beheren, maar niet terugnemen. Vanaf de 18de verjaardag vervalt het beheer. Niet pa en ma, maar het kind beslist dan over het geld. En wat doet die levenslustige 18- of 19-jarige dan met die gratis twintig mille? Voor menig (aanstaande) student is een wereldreis of ‘uitbundig’ studeren verleidelijker dan een diploma of titel op de langere termijn.

Had je als ouder andere plannen, dan mag je hopen dat een goed gesprek nog helpt. Probeer samen alsnog regels af te spreken voor het verstandige gebruik van de studiespaarpot. Bijvoorbeeld doordat je dochter maandelijks een haalbaar ondersteunend bedrag naar haar betaalrekening overboekt.

Problemen voorkomen, werkt beter. Waarom zou je als (groot)ouder überhaupt voor kinderen sparen? Ouders zijn wettelijk verplicht om de kosten van levensonderhoud en studie van hun kroost tot hun 21ste te voldoen. Ouders met voldoende geld moeten hun studiebollen zelfs na hun 21ste verplicht financieel steunen om hun studie af te kunnen maken. Alleen al daarom spaart een verstandige (groot)ouder nooit op naam van het kind, maar houdt zelf de beschikking over het studiegeld.

Schenk kinderen verder pas (veel) geld als je zeker weet dat ze er verstandige dingen mee gaan doen. En geef nooit geld dat je mogelijk zelf nodig hebt. Je pensioen kan tegenvallen en je kunt wel honderd worden. De ouder die te veel weggeeft, eindigt als bedelaar van zijn eigen kroost.

Nieuwe vraag: „Als alleenstaande moeder kan ik jaarlijks een paar honderd euro sparen voor extra pensioen. Ik zoek mogelijkheden om mijn spaargeld sneller te laten groeien zonder al te veel risico. Heb je tips?” Mail uw reactie en/of nieuwe vragen voor dinsdag aanstaande naar ericaverdegaal@nrc.nl.