Steeds minder betaaldvoetbalclubs gesteund door gemeenten

PSV-trainer Dick Advocaat met spelers Orlando Engelaar (links) en Jeremain Lens tijdens een training. PSV kreeg volgens de Europese Commissie in 2011 ten onrechte steun van de gemeente Eindhoven. Foto ANP / Toussaint Kluiters

Gemeenten geven betaaldvoetbalclubs veel minder vaak financiële steun dan een aantal jaren geleden. Dat blijkt uit een rondgang van de NOS. Terwijl drie jaar geleden nog zestien gemeenten steun aan de clubs gaven, zijn dat er nug nog maar vier.

De vier gemeenten die hun betaaldvoetbalclubs op dit moment steunen zijn Enschede, Maastricht, Dordrecht en Helmond. Het gaat in deze gevallen om een (hypothecaire) lening of een garantstelling. De gemeente Enschede zegt FC Twente te blijven steunen vanwege het grote belang van de club voor de regio. “Het is een club die onlosmakelijk verbonden is met Twente en met Enschede,” aldus wethouder sportzaken Ed Wallinga.

Steunen van voetbalclubs ligt steeds gevoeliger

Gemeenten zijn huiveriger geworden omdat steun aan betaaldvoetbalclubs in het verleden een bodemloze put leek. Ook stelt de Europese Commissie zich scherper op. Zo oordeelde de commissie vorige maand negatief over de steun die de gemeente Eindhoven in 2011 aan PSV gaf: Eindhoven zou de club staatssteun hebben gegeven, wat verboden is omdat PSV een bedrijf is.

Voetbaleconoom Pieter Nieuwenhuis zegt tegen de NOS dat de clubs in de toekomst steeds meer op zichzelf aangewezen zullen zijn:

“Voor de clubs betekent deze terugtrekkende tendens dat zij hun eigen broek moeten ophouden. Dat kunnen clubs ook, maar als het gaat om accommodatie is er een samenwerkingsverband met een aantal instanties nodig waaronder de overheid.”