Skinny voor altijd

Denk nog eens terug aan tien jaar geleden, toen de skinny jeans in de mode kwam. Wie had gedacht dat hij zo lang zou blijven?

De strakste broek aller tijden is ook de meest democratische. Zelden had een kledingstuk zo’n breed draagvlak als de skinny jeans, de broek die bijna niets verhult. Je ziet hem bij jonge mannen, basisschoolkinderen (m/v), studentes, kassameisjes, echtgenotes van regeringsleiders (Michelle Obama, Samantha Cameron). Bij moslima’s, emo’s, punks, en scootermeisjes op Uggs. In Europa en de VS, maar ook in India en China. Bij lange mensen en korte, dikke en dunne, zwarte en witte. En je ziet hem al jaren achter elkaar; de skinny jeans is er al meer dan tien jaar. Al zeker zes jaar domineert hij ook het Nederlandse straatbeeld.

Wie tot de minderheid behoort die nog nooit een skinny heeft geprobeerd: internet staat vol filmpjes van vrouwen die zich in de loeistrakke broek proberen te wurmen, wat ondanks de stretch in de stof nog een hele toer kan zijn. Eerst moeten de voeten door de smalle pijp gewurmd, vervolgens moet de broek met stevige rukken zo hoog mogelijk over kuiten en dijen getrokken worden. En voor het laatste stuk is het niet zelden nodig even te gaan liggen. Een Australische jury sprak in 2010 een man vrij van verkrachting omdat het onmogelijk zou zijn geweest de skinny jeans van het vermeende slachtoffer uit te krijgen zonder haar hulp.

Vlak voor sluitingstijd even snel passen in een winkel is niet aan te raden. Een maatje groter nemen evenmin: door dragen en wassen rekt denim altijd wat uit, voor je het weet is een skinny niet skinny genoeg meer. De ideale skinny, zo liet onlangs een commercial van het Amerikaanse merk American Eagle Outfitters zien, is letterlijk huidstrak: wie goed keek, zag dat de modellen geen broeken droegen, maar blauwe bodypaint.

Vooral bij vrouwen is de skinny een groot succes. Zowel H&M als G-Star zeggen dat de meerderheid van de damesjeans die ze verkopen skinny is. „Het is voor vrouwen net zo’n basisstuk geworden als het witte T-shirt voor mannen”, zegt Remco de Nijs, ‘collectiestylist’ van G-Star. „Je hebt er al veel, maar ieder seizoen ga je opnieuw op zoek naar het perfecte exemplaar.”

De skinny’s van nu zijn strakker en zitten hoger in de taille dan de eerste exemplaren. In het begin, toen de broeken vooral werden gedragen door jonge meisjes, piepte er bijna altijd een string bovenuit als ze gingen zitten. Ook in het materiaal zijn trends. Vorig jaar waren gekleurde en gedessineerde exemplaren erg in de mode, nu is de acid wash in trek, en voor het najaar komen er broeken met glanzende coatings aan. Maar het silhouet blijft hetzelfde: van onder en van boven strak.

Punk

Helemaal van dit millennium is de skinny niet: Levi’s maakte tussen 1964 en 1967 al smalle jeans voor vrouwen. Lycra werd destijds nog niet gebruikt in spijkerbroeken; een beetje nylon zorgde ervoor dat de broeken nog enigszins rekten. In de jaren zeventig raakte de skinny, die overigens toen nog niet zo heette, dankzij de punkbeweging opnieuw in de mode. Ditmaal zonder rek (nylon was in die tijd hopeloos ouderwets), waardoor de broeken lang niet zo strak waren als nu. Het was gebruikelijk broeken eigenhandig verder in te nemen aan de onderkant van het been. Steeds een halve centimeter eraf, tot je je knieën nog net kon buigen.

Maar je zou de oorsprong van de skinny jeans nog veel vroeger kunnen leggen. Bill Cunningham, de straatmodefotograaf van The New York Times, vergeleek de manier waarop veel vrouwen zich tegenwoordig kleden (skinny jeans met een ruime top) met het silhouet van de mannenmode uit de Middeleeuwen en de Renaissance.

De basis voor de huidige trend werd rond 2000 gelegd, toen de modeontwerpers Raf Simons (eigen merk) en Hedi Slimane (eerst voor Yves Saint Laurent en later voor Dior Homme) een zeer smal silhouet voor mannen introduceerden. Toen vrouwenspijkerbroeken met uitlopende pijpen, de grote jeansmode van rond het millennium, moe begonnen te worden, bleek de smalle broek de ideale opvolger.

Levi’s herintroduceerde in 2002 het smalle damesmodel, zonder stretch. Maar een grotere aanjager van de trend was het Zweedse merk Cheap Monday. „In onze winkel Weekday vroegen punks, muzikanten en kunststudenten naar smalle jeans”, zegt denimontwerper Carl Malmgren, die vanaf het begin in 2004 bij het merk betrokken is. „Daarom begonnen we ons eigen label.” De broeken (mét stretch) werden een rage in Scandinavië. Tegelijk begon in Londen topmodel en trendsetter Kate Moss skinny jeans te dragen van Superfine en Topshop, bij voorkeur in zwart of grijs.

Het duurde wel even voor de skinny jeans echt geaccepteerd was. Vrouwen hadden in het begin het idee dat de broek hun benen korter, hun heupen breder en hun voeten groter maakten. Voor mannen werd de broek in het begin helemaal raar gevonden. „Een vriend van mij ging in 2004 met zijn band naar Duitsland, iedereen in skinny jeans”, zegt Carl Malmgren. „Ze werden totaal uitgelachen: ‘Kijk, kikkerpoten!’” Peter Schuitema, de sales director van Kuyichi, een Nederlands jeansmerk dat zich laat voorstaan op een ethische manier van produceren, herinnert zich nog hoe zijn winkeliers „in 2005 of 2006” reageerden op de eerste skinny’s van het label. „Dat krijgen we nooit verkocht aan Hollandse vrouwen.”

Maar, zoals dat gaat, het oog heeft zich aangepast aan de mode. Tegenwoordig vinden we dat skinny jeans juist de illusie van langere benen geven. René Strolenberg van Tenue de Nîmes, een winkel in Amsterdam die is gespecialiseerd in „five pocket jeans zonder gelul” en waar zeventig procent van de vrouwenbroeken en dertig procent van de mannenbroeken die worden verkocht skinny is, zegt dat korte en mollige vrouwen nog vaak de neiging hebben wijdere broeken te kiezen. Maar juist hen adviseert hij skinny’s te dragen. „Als je vindt dat je heupen te zwaar zijn, kun je er iets langs over doen, zonder dat het geheel te lomp wordt. Je houdt de smalte van de enkels.”

Onzekere tijd

Kledingstukken die, zoals de skinny, „iets voor je doen” blijven altijd langer in trek, zegt trendwatcher Christine Boland. Maar de extreem lange levensduur van skinny jeans heeft, denkt ze, misschien ook iets te maken met onze „onzekere tijd”: „Aan de ene kant loopt de economie vast, aan de andere gaan de technische ontwikkelingen razendsnel. Mensen vóelen dat. Ik denk dat er daardoor behoefte is aan evergreens, punten van herkenning.”

Het bijzondere daarbij is dat de skinny geliefd is bij zowel de grote massa als bij de voorlopers. Normaal haakt die laatste groep af zodra het grote publiek een kledingstuk omarmt, maar de populariteit van de skinny heeft niets afgedaan aan zijn moderniteit.

Kate Moss is het model altijd blijven dragen. Emmanuelle Alt, de hoofdredacteur van de Franse Vogue wordt eveneens al jaren in zwarte skinny jeans gefotografeerd. Ook op de catwalk is de broek nog steeds populair. Na zeven jaar afwezigheid in de mode maakte Hedi Slimane vorig jaar zijn debuut als creative director van Saint Laurent. Zijn belangrijkste boodschap voor mannen en voor vrouwen: de supersmalle broek.

Dat we de „elegantste, vrouwelijkste fit” nog niet moe zijn, komt ook doordat skinny broeken steeds geavanceerder worden, zegt Remco de Nijs van G-Star. Taillebanden worden zo gemaakt dat ze niet meer wijken, de stof wordt steeds beter. Al in de jaren tachtig werd in leggings en panty’s lycra verwerkt, maar het is pas sinds een jaar of tien mogelijk om op zo’n manier lycra met katoen en denim te mengen „dat heter als echte denim oogt”. De meeste skinny jeans hebben een paar procent lycra, G-Star komt dit najaar met de Jeg skinny, een broek met maar liefst vijftig procent lycra. „Die rekt aan alle kanten, als een jegging, een kruising tussen een legging en een jeans. Maar hij ziet er uit als een normale skinny jeans.”

De skinny mannenjeans van G-Star zijn aanzienlijk minder populair dan de vrouwenmodellen. „Die zijn vooral voor de echte modeliefhebber”, zegt De Nijs. „Anderen vinden het te extreem.” Maar toch: „Ik denk dat de skinny jeans er zelfs voor mannen nooit meer uitgaat.”