Poezengoogelgeneratie

schrijft de sound-track van haar leven. Deze week: zelfstudie.

„Hallo! Aandacht!” Tijdens het avondeten buigt mijn zestienjarige dochter haar bovenlichaam boven de Perzische rijstsalade. Ze perst – met haar bovenarmen – het vel van haar bovenlijf tot een indrukwekkend decolleté. „Goed, waar hadden we het over? Juist. Vagina’s.”

Vagina’s, daar had ze het – Iemand nog een beetje rijst? Zit er niet te veel citroenrasp in? – inderdaad over. Met een vriendin had ze op haar computer de documentaire My Perfect Vagina gezien. Die was „superinteressant” en het was belangrijk dat haar jongere zus (14) die ook zou bekijken. Je zag hoe een kunstenaar bij jonge vrouwen gipsafdrukken maakte van hun vagina’s. Er waren plastieken bij van vlinders, zeeplanten, leeggelopen ballonnen en vleesetende orchideeën. „Dus, mam, als je het niet erg vindt, ruimen we straks niet af, maar laat ik die film even zien.”

Toen in 2007 Beperkt Houdbaar, de documentaire van Sunny Bergman werd uitgezonden, was ze tien. Bergmans opzienbarende bezoek aan een vaginakliniek in Los Angeles, waar vrouwen en minderjarige meisjes om aan het schoonheidsideaal te voldoen hun schaamlippen lieten verwijderen, had ze dus gemist. Maar nu was ze op internet op het spoor gekomen van een gelijksoortige Britse documentaire.

Terwijl ik de afwasmachine inruimde, hoorde ik vanaf de bank een hysterisch gekrijs komen, afgewisseld met braakgeluiden. Door hun vingers keken ze naar een fragment waarin een plastisch chirurg de schaamlippen van een meisje wegsnijdt en even later met het lapje vlees in zijn handen staat. „Dat meisje was dus gewoon normaal hè?”, hoor ik mijn oudste zeggen. Na de documentaire laat ze haar zus nog even poezenboek.nl zien, dat – „Nou, niet zo preuts” – net als de gipsafdrukken een overzicht geeft van een gezonde diversiteit.

Diverser in ieder geval dan een dochter van vrienden tien jaar geleden – haar voortanden waren er nog maar net uit – te zien kreeg toen ze een spreekbeurt over poezen voorbereidde en bij Google ‘poesjes’ intikte. Pas een jaar later vertelde ze haar moeder wat ze allemaal had gevonden en waarom ze haar ouders destijds vier zondagochtenden op rij had laten uitslapen.

Toen ik een kind was, stuitte ik per ongeluk op een boek. In de slaapkamer van mijn ouders stond in een open kast, naast de encyclopedie, het boek Zelfstudie. De titel was met gouden schrijfletters in een linnen kaft gedrukt. Het zag eruit als serieus studiemateriaal. Omdat ik vastbesloten was later een intellectueel bestaan vol boeken met linnen kaften te leiden, had ik het boek eruit getrokken. Ik dacht dat het alvast een goede voorbereiding op de universiteit zou zijn. In werkelijkheid bleek het een handleiding voor seks binnen het huwelijk. Ik schrok enorm van de getekende standjes en klapte het snel dicht.

Het tandeloze meisje daarentegen had de zoekopdracht steeds verfijnd. Haar moeder maakte zich zorgen over blijvende, emotionele schade. Maar ik kan haar nu vertellen dat er een leeftijd komt waarop haar dochter heel ontspannen door een digitaal poezenboek, gemaakt voor meisjes door meisjes, zal scrollen.

Vlak voor sluitingstijd gingen we nog even naar Albert Heijn. Een puistige jongen met een vlassnorretje liep voorbij met een rek vol dozen. „Het is natuurlijk ook zielig voor de jongens”, zei mijn dochter. „Je zult maar een kippenborstje hebben, terwijl meisjes de hele tijd over sixpacks praten.” Dacht ze dan dat jongens net zo gebukt gaan onder een schoonheidsideaal als meisjes? „Ik weet het niet”, zei ze. „We zullen het ze moeten vragen.”

De daad bij het woord voegend stapte ze af op de medewerker met het vlassnorretje. Vlak voor ze bij hem was, boog ze af naar de melk. Toch vermoed ik dat deze poezengoogelende generatie heldhaftiger is dan de moeders van nu.