Plotseling Europees offensief van Hollande stuit op verzet van Rutte

Europa staat centraal in het ‘jaar van de aanval’ dat de geplaagde Franse president Hollande heeft aangekondigd. Zijn idee voor een ‘economische regering’ is omstreden.

Franse commentatoren zijn tevreden: de afwachtende president François Hollande trekt eindelijk het initiatief naar zich toe in Europa. Maar de ideeën over de toekomst van Europa die Hollande donderdag op een persconferentie lanceerde, riepen vrijdag in Nederland en in Duitsland weerstand op.

Hollande stofte een oud voorstel van zijn voorganger Nicolas Sarkozy af om een speciale regering voor de eurozone in te voeren, die maandelijks bijeen moet komen en over belastingen en sociaal beleid moet kunnen beslissen. De regering zou een „echte president” moeten krijgen, een vaste voorzitter. Dit in tegenstelling tot de huidige parttime voorzitter van de Eurogroep van ministers van Financiën, de door Frankrijk gewantrouwde Nederlandse minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA).

Premier Mark Rutte (VVD) reageerde tijdens zijn wekelijkse persconferentie kritisch op Hollande. Hij zei te hopen dat „waar Frankrijk nu veel energie steekt in deze vergezichten”, er „vergelijkbare energie wordt gestoken in het op orde brengen van de eigen economie, van de eigen begroting, en het doorvoeren van de noodzakelijke hervormingen.”

„Hij had ook voorstellen voor het invoeren van eurobonds. Die wijzen wij af”, aldus Rutte over Hollande. De Franse president pleitte voor een eigen schatkist voor de eurozone, met de „geleidelijke” mogelijkheid van het „uitgeven van schuld”.

De Duitse vicekanselier en minister van Economische Zaken Philipp Rösler liet via een woordvoerder weten dat dit voorstel „raakt aan de eigen bevoegdheden van de [Duitse] Bondsdag”.

Terwijl vanuit Hollandes Parti Socialiste de laatste weken ongeremde kritiek klonk over het strikte Duitse bezuinigingsbeleid en over de „egoïstische” bondskanselier Angela Merkel, oordeelden Europa-watchers dat Frankrijk zich in Brussel ongezond stil hield.

Hollande lijkt dat nu te willen veranderen. Zonder overigens de in linkse kring breed gevoelde kritiek op het (Duitse) bezuinigingsbeleid te matigen. Dat heeft, zei hij, de recessie veroorzaakt en „bedreigt de identiteit van Europa”.

Hollande zag in zijn eerste jaar zijn populariteit kelderen tot niet eerder vertoonde diepten. Op de tweede grote persconferentie van zijn presidentschap herhaalde hij een paar keer dat zijn tweede jaar het „jaar van de aanval” wordt. Europa staat centraal: „Het is mijn taak Europa uit zijn lusteloosheid te halen”.

De president was meer op zijn gemak dan in eerdere publieke optredens. Hij leek op de ontspannen presidentskandidaat van vóór de verkiezingen van mei vorig jaar. Hij maakte grapjes („impopulair worden was geen doel dat ik mezelf gesteld had”) en kwam minder technocratisch, wikkend en wegend over dan recent nog in tv-interviews. Tegenover de vierhonderd journalisten in de ‘Salle des fêtes’ van het Elysée kondigde hij aan dat Fransen langer zullen moeten gaan werken: een van de belangrijkste hervormingseisen van Brussel. Hij wil „toekomstige generaties” niet opzadelen met het „onhoudbare” pensioentekort.

Hij hoopt volgende maand met werkgevers en vakbonden een akkoord te sluiten over verhoging van de pensioenleeftijd. Juist afgelopen week ging de Assemblée Nationale akkoord met een door de sociale partners overeengekomen flexibilisering van de arbeidsmarkt – een succes voor Hollande: onder zijn voorganger Sarkozy werd nooit een sociaal akkoord gesloten.

Zoals vaker dringt de vergelijking met de vorige socialistische president zich op. In een moeizaam verlopen eerste jaar probeerde François Mitterrand ruim dertig jaar geleden een reeks linkse verkiezingsbeloftes voor veel geld in te lossen. Daarna bekeerde Hollandes leermeester zich onder economisch steeds slechter gesternte „tot begrotingsdegelijkheid en Europa”, analyseert Europaspecialist Thomas Klau van denktank European Council of Foreign Relations in Parijs in dagblad Libération.