Op papier zieker dan in het echt

Bezuinigen in een beschaafde verzorgingsstaat is als snijden in een baksteen met een scherp mes. Zelfs als je het echt, écht wil, lukt het niet. Het mes is binnen de kortste keren bot. Maak de ene sociale voorziening strenger, en de andere groeit als kool. Verhoog een drempel hier en er wordt een glijbaan uitgevonden daar.

De potten geld zijn simpelweg te groot, de intenties van hulpverleners en politici te goed; er mag niemand verstoken blijven van hulp, dus krijgen steeds meer mensen die hulp aangeboden. En er is altijd wel een bewindspersoon à la Jetta Klijnsma die met hulpeloze hertenogen op televisie in gesprek moet met echte mensen en het niet kan laten toch nóg een potje geld te reserveren voor speciale gevallen. 55-plussers, vrouwen, jongeren, bouwvakkers, ja, wie niet eigenlijk?

Er is één sector waar we allemaal wee van worden: de zorg. Zieken, demente bejaarden, gehandicapten, psychiatrische patiënten, wie wil die korten op wat dan ook? Retorische vraag, ik weet het antwoord al: alleen de hartelozen.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bevestigde donderdag wat al een tijdje gonsde: plots zijn er veel meer zwaar gehandicapten en zeer hulpbehoevende bejaarden. In statistici-taal „kregen naar verhouding meer mensen een indicatie voor een zwaardere vorm van zorg”. Het was een van de verklaringen van het CBS voor de opmerkelijk snelle groei van de uitgaven aan de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg in 2012: plus 10 procent. Plus 10 procent! Dat is zelfs voor een sector als de zorg die maar als een dolle blijft groeien uitzonderlijk hoog.

Die zwaardere indicatie, zo is het vermoeden, stoelt niet op zwaardere problemen. Die zwaardere indicatie komt voort uit een andere behoefte: geld. Hoe zwaarder de indicatie, des te meer overheidsgeld er doorgaans klaarstaat. Vul de verplichte vragenlijst van het ‘Centrum indicatiestelling zorg’ nét wat pessimistischer in, en je hebt in plaats van een ‘zorgzwaartepakket 3’ ineens recht op een ‘zorgzwaartepakket 5’. Zo kunnen verzorgingstehuizen en gehandicapteninstellingen meer geld bemachtigen om hun patiënten te helpen. Ongetwijfeld met de allerbeste intenties.

Het is een bekend probleem van ruimhartige verzorgingsstaten: ze hebben de neiging mensen op papier zieker te maken dan ze zijn. Denk aan de explosieve groei van de WAO in de jaren negentig. „Nederland is ziek”, zei CDA-premier Ruud Lubbers, om aan te geven dat een miljoen arbeidsongeschikten wel erg overdreven was. Denk aan de Wajonguitkering voor jonge arbeidsongeschikten die nog steeds aan een schrikbarende hoeveelheid achttienjarigen wordt toegekend. Denk aan de onbegrijpelijke snelle groei van het aantal kinderen op het speciaal onderwijs en met ‘rugzakjes’ voor speciale begeleiding. Rapport na rapport concludeerde al dat het aantal mensen en kinderen met psychische problemen niet zodanig toeneemt dat dit de groei verklaart. Denk aan het nieuwe en bekritiseerde handboek voor psychiatrische stoornissen DSM-5, dat nogal veel ziektebeelden omvat die omstreden zijn.

Bij al deze voorbeelden geldt: hoe gekker, hoe zieker, hoe meer geld. Dat noemen wij economen een perverse prikkel. Je lokt ermee uit dat mensen zieker worden verklaard dan ze zijn. Ongetwijfeld met de allerbeste intenties.

Je zou kunnen denken: nou, en? Meer geld betekent meer zorg, betere hulp. We zijn een beschaafd land. Laten we niet gaan boekhouden over hulpbehoevenden.

Misschien.

Maar het is ook verontrustend. Het is namelijk niet zonder betekenis te zeggen dat iemand zwaarder gehandicapt of psychisch gestoord is dan hij is. Dat kan van invloed zijn op je zelfbeeld, op je idee van zelfredzaamheid. Zo vond ik het nogal aanmatigend een paar jaar geleden te ontdekken dat onze hulpvaardige overheid sommige jongvolwassenen met een IQ van 80 zeer licht verstandelijk gehandicapt noemt. Het gemiddelde IQ is 100! Dan ben je bij 80 toch niet gehandicapt?

Op dat soort hulp zit niemand te wachten.

Marike Stellinga schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie.