Obama’s schandalen

De tweede ambtstermijn van Barack Obama begon moeilijk. De president had zijn Republikeinse uitdager Mitt Romney in november weliswaar overtuigend verslagen, maar de politieke patstelling in Washington was daarmee niet doorbroken.

In het bitter verdeelde Congres bleken de Republikeinen nog altijd van plan, en ook sterk genoeg, om bij vrijwel alle belangrijke kwesties dwars te liggen. Zo lukte het de president niet om een akkoord te bereiken over het terugdringen van het begrotingstekort. Evenmin slaagde hij erin een wet door het Congres te krijgen die kopers van vuurwapens aan betere controles zou onderwerpen – ook al leek daar na het bloedbad op een basisschool in Connecticut brede steun voor te bestaan in de publieke opinie.

Dat waren pijnlijke nederlagen voor de president. Maar de schandalen die nu aan het licht zijn gekomen zijn nog pijnlijker, want uitsluitend aan zijn eigen regering te wijten. Ze zullen het Obama nóg moeilijker maken om het vastgelopen Washington vlot te trekken. De kans dat hij de komende jaren zijn politieke doelstellingen kan verwezenlijken, wordt er nóg kleiner door.

Dat de belastingdienst bepaalde conservatieve groepen aan extra grondig onderzoek heeft onderworpen, is inderdaad ‘schandelijk’, zoals Obama deze week ook heeft erkend. Politieke onpartijdigheid is van cruciaal belang voor de geloofwaardigheid en effectiviteit van staatsorganen als de belastingdienst. De dienst zelf zegt dat politieke motieven geen rol speelden, maar heeft wel zijn verontschuldigingen aangeboden. De dienstdoende directeur is inmiddels vervangen.

Daarmee is de kous echter niet af. Voor de vele Amerikanen die toch al diep wantrouwen koesteren jegens de belastingdienst, en de overheid in het algemeen, is de kwestie een bevestiging dat hun achterdocht altijd al terecht was.

Alleen door snel en volledig openheid van zaken te geven over de toedracht van deze affaire, kan Obama hopen een begin te maken met herstel van de ernstig beschadigde reputatie van belastingdienst en overheid.

Aan zijn eigen reputatie is dezer dagen nog door een andere kwestie afbreuk gedaan. Al sinds zijn aantreden in 2009 heeft Obama laten blijken dat het hem geen ernst was met zijn verkiezingsbelofte dat zijn regering grote openheid zou betrachten. In plaats daarvan werden Congres en media vaak afgescheept met minimale informatie, bijvoorbeeld over de inzet van ‘drones’ in conflictgebieden.

Maar nu blijkt dat de regering-Obama zich ook heeft beziggehouden met het bespioneren van journalisten – en dat gaat nog veel verder. Het ministerie van Justitie heeft gegevens over het telefoonverkeer van twintig vaste en mobiele nummers van het persbureau AP, waarvan meer dan honderd journalisten gebruikmaakten, maandenlang in de gaten gehouden. Dat is op zich niet verboden, maar het is sinds het Watergate-schandaal in de jaren zeventig van de vorig eeuw wel aan strikte voorwaarden gebonden.

De regering-Obama heeft zich niets van die regels aangetrokken, en probeert dat nu te rechtvaardigen door te schermen met de nationale veiligheid. Die zou bedreigd worden als ambtenaren die geheime informatie naar de media gelekt hebben, niet werden gevonden en vervolgd.

Maar juist omdat het argument van de nationale veiligheid altijd door iedere regering van stal gehaald kan worden, zijn die regels opgesteld. Om journalistieke bronnen zo goed mogelijk te beschermen, maar de overheid in noodgevallen tóch uitzonderlijke bevoegdheden te kunnen geven.

Naast deze kwesties is er dan ook nog de weer opgelaaide affaire rond de aanslag op het Amerikaanse consulaat in het Libische Benghazi, in september vorig jaar. Bij elkaar genoeg om Obama en de rest van Washington maanden, zo niet jaren, van het werk te houden.

Als Washington de komende tijd zijn energie grotendeels aan deze kwesties moet besteden, is dat niet alleen slecht voor Amerika. Ook voor de rest van de wereld is een verlamde regering in Washington slecht nieuws. Diplomatieke initiatieven voor Syrië, onderhandelingen over een trans-Atlantisch handelsakkoord en verdere reductie van kernwapens, om enkele grote agendapunten te noemen, hebben allemaal de aandacht en steun nodig van een president met gezag.