In het Digitaal Geestenpaleis

Mensen zonder duidelijk werk vervallen soms tot kattekwaad. Hoger opgeleiden zijn de ergsten. Die gaan reorganiseren. Deze week werd bekend dat de directie van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) het Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) wil opofferen aan een geniale wetenschappelijke vernieuwing: het gebruik van computers.

Het door Lou de Jong bekend geworden, later door Hans Blom en nu door Marjan Schwegman geleide instituut helpt de meest recente gruwelperiode uit de geschiedenis van dit land ontrafelen. Voor duizenden directe en indirecte slachtoffers is dit de schrijn waar snippers van een verscheurd verleden worden bewaakt.

Het Instituut is zijns ondanks een levend Holocaust-monument. Opdat wij blijven zoeken naar de waarheid, van mensen, van groepen, van gedeelde waarden en zwakten. Hier worden de bronnen verzameld om vast te stellen hoe joodse overlevenden na de Tweede Wereldoorlog door buren en overheid zijn behandeld.

Het NIOD is niet alleen de kluis die ons half verwerkte verleden behoedt voor vergetelheid. Het is ook de denktank die lijnen doortrekt naar andere conflicten en vormen van massaal geweld. Het wil de spil zijn van Europees onderzoek naar genocide en hoe samenlevingen perioden van massavernietiging verwerken. Toen het kabinet-Kok in zijn maag zat met het Nederlandse optreden in Srebrenica, moest het NIOD helderheid brengen.

Kan allemaal wel zijn, zeggen de werkzoekenden in de directie van de KNAW. Maar geschiedenis is een geesteswetenschap en de Nederlandse geesteswetenschap telt internationaal pas mee als het NIOD en andere onder de KNAW vallende instituten (zoals het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis) opgaan in één Humanities Center.

De KNAW streeft met dit centrum naar wereldfaam. Het is allemaal top wat de klok slaat. De middelen worden onder meer gevonden door het in wetenschappelijke kring wereldbekende internationale studiecentrum NIAS in Wassenaar te sluiten en het budget van 2,5 miljoen in te pikken. Een ander slachtoffer van dit reorganisatiefeestje is het Meertens Instituut, het oude Instituut voor Dialectologie, Volks- en Naamkunde, onsterfelijk gemaakt door de romancyclus Het Bureau van J.J. Voskuil.

Directie en bestuur van de KNAW, zetelend in het prachtige Trippenhuis aan de Amsterdamse Kloveniersburgwal, verdienen een soortgelijke literaire behandeling. In een rechtlijnig georkestreerde parodie op overleg tussen volwassen professionals drukt de nomenklatoera van de KNAW het plan door om te komen tot hun Paleis van de Geesten. Compleet met de gebruikelijke stoerspraak over big data sets, digitale meetlatten, gestandaardiseerde metadata, economies of scale en kwaliteitsimpulsen.

Het KNAW-bestuur onder leiding van de geneticus Hans Clever negeert de fundamentele bezwaren van het NIOD ten enen male en perst ook Oorlogsdocumentatie in de door notaschrijvers bedachte mal. In een gesprek met ondernemingsraadsleden gebruikte KNAW-directeur Hans Chang deze week een verhelderende beeldspraak: „Dit is een vloot van schepen. Het commandoschip is het Trippenhuis”.

Collega KNAW-directeur Theo Mulder doet het protest van het NIOD af als de onwil van de oorlogsonderzoekers om hun mooie pand aan de Herengracht te verlaten. Zo is de taal van bureaucraten die menen dat hun relatieve macht de gave van het absolute gelijk meebrengt.

Het NIOD, waar mensen met schoenendozen vol vergeelde documenten langskomen of hopen iets over hun oma te vinden, moet opgaan in een centraal depot aan de Cruquiusweg in Amsterdam Oost. De onderzoekers, die dagelijks met alle sporen van het verleden werken, komen met de andere samengevoegden in het Oostindisch Huis te zitten. Ver van hun materiaal. Om samen wetmatigheden te ontdekken waar ze in hun uppie niet op waren gekomen.

Waar alle te fuseren instituten zich ook mee bezig houden, zij moeten voortaan antwoorden gaan vinden „op vragen die door de omvang en complexiteit van de bestanden niet konden worden beantwoord door individuele onderzoekers via de hermeneutische werkwijze”, aldus het KNAW-bestuur, „dan wel kunnen geheel nieuwe vragen worden gesteld over samenhang van factoren die wellicht worden vermoed, maar niet konden worden aangetoond”.

Knap hè? Ja, het leest lastig, maar dat heb je op dit niveau. Waar een paar toppers uit andere vakken al niet toe komen. Die duffe geesteswetenschappers krijgen eindelijk te horen waar zij met hun onderzoek in de 21ste eeuw naar toe moeten. Vragen beantwoorden over de samenhang van factoren. Wow. En zij krijgen ook nog eens de tools aangereikt.

Ieders onderzoek wordt straks beter dankzij het toverbegrip e-humanities. Dat wordt niet gedefinieerd in alle clusterproza. Heeft vast met automatisering te maken heeft. De KNAW heeft bij supreme ingeving voor alle geesteswetenschappelijke instituten in kwestie bedacht dat hun toekomst ligt in het digitaliseren van hun gegevens én hun onderzoek. Een vondst.

Ja, er komt nog een bezuinigingsronde overheen. Maar daarna vaart de vloot de volle zee der Humaniora op. Net als bij het toeslagenstelsel voor Bulgarije, de bezuiniging via decentralisatie van kind, zorg en werk naar de gemeente, het waren goede ideeën. Liever grootste schema’s dan kijken of ze deugen en zullen werken. Dictatoriaal dynamisme voelt zo lekker.

Marc Chavannes

U kunt de auteur e-mailen via opklaringen@nrc.nl