Ik wil die naïeve dwaas blijven

In De laatkomer, het nieuwe boek van Dimitri Verhulst (1972), wendt een man alzheimer voor om van zijn vrouw af te zijn. Zelf gingen Verhulst en zijn vriendin, met wie hij heel lang heel gelukkig was, net uit elkaar.

„We waren middelmatig geworden.”

Comfort

„Désiré Cordier heeft de moed niet om van zijn vrouw te scheiden. Bovendien is hij te lui om een nieuw huis te zoeken, te moeten nadenken over bankrekeningen. Zijn alternatief voor een scheiding – doen alsof hij alzheimer heeft – is natuurlijk zeer romanesk. Maar veel mensen zullen zich in het romanpersonage van De Laatkomer herkennen. Het zit niet in onze natuur om te zeggen: ik zie u niet meer graag. Velen verkiezen het comfort van ongelukkig samenzijn boven het avontuur van het zoeken naar liefde en geluk. Want succes is niet gegarandeerd en je zou kunnen eindigen met legere handen dan waar je mee begon.”

Naïeve dwaas

„Ik had het veel makkelijker dan Désiré Cordier. Het verhaal van mij en mijn ex-vriendin, met wie ik twaalf fantastische jaren heb gekend en dus in niets te vergelijken met het dode koppel Moniek De Petter en Désiré Cordier, was afgerond. Wij waren middelmatig geworden. We hebben een zeer mooie tijd gehad, en we weigerden met minder tevreden te zijn. Dat is de tol is die we betaalden om heel lang heel gelukkig samen te zijn. Een maand geleden gingen we uit elkaar. Ik zit dus zeer kort op de feiten, het is een heerlijke rotzooi.

„Ik wil die naïeve dwaas blijven zijn die in de eeuwige liefde gelooft. Dat is mijn enige spelregel om de liefde volledig te kunnen consumeren. Ik vind het fantastisch om de liefde helemaal leeg te zuipen. En als het dan op is, ja, laat het mij dan gesmaakt hebben en die ander ook.”

Parallellen

„Via mijn pen doe ik aan zelfreflectie. Ik heb mij de narratieve manier van denken eigengemaakt. Het is een trage denkvorm. Schrijven heeft geen zin als ik niet eerlijk ben. Er mogen geen taboes zijn. Gevaarlijk, omdat ik mezelf soms zachtjesaan aan het roosteren ben. Maar niet pijnlijk, want ik ben altijd bereid de consequenties van dat denken te aanvaarden. Ik schreef De laatkomer, niet doorhebbende dat ik eigenlijk over mezelf schreef. Net als Désiré Corbier rook ik weer, en ben ik terug bij een vrouw van lang geleden. Ik was 24 toen we de laatste hoteldeur achter ons dichtsmeten. Ik was een snotneus, niet klaar om bij een oudere vrouw met een kind te zijn. Ik zou een immense stomme kloot zijn als ik het niet nog eens probeerde.”

Droom

„Er zijn dagen waarop ik tevreden moet zijn met zeven zinnen. Probeer dat maar eens uit te leggen aan een fabrieksarbeider die in dezelfde acht uren non-stop heeft gezwoegd en gezweet. Toch voel ik mij niet té schuldig, want ik heb het risico genomen niet te slagen in mijn droom om schrijver te worden. Ik was zes, leerde schrijven en wist dat ik mijn grote liefde gevonden had. Ook al had ik geen notie van literatuur en schrijverschap – dat bouwen van zinnen, dat laten blinken van taal, ik was daar zo zot van. Ik ben altijd aan die droom blijven werken.”

Houdbaarheidsdatum

„Er is niets dat mij kan garanderen dat ik over dertig jaar nog gelezen zal worden. Willem Elsschot was een monument. Geen mens die eraan dacht dat hij ooit zou wegkwijnen uit de letteren. Het is helemaal niet evident om een aantal decennia mee te gaan. De tijd moet je schriftuur gunstig gezind zijn. Hamlet kan ik nog altijd lezen, maar je moet mij niet vragen nog twintig andere leesbare meesterwerken uit zijn periode te noemen.

„Natuurlijk wil ik gelezen blijven worden na mijn dood. Maar het is niet de reden dat ik schrijf. Ik heb het liefst dat ik gelezen word nu ik nog leef. Dan heb ik er ook financieel iets aan.”

Vadermoord

„Ik word gelukkig steeds minder vergeleken met Louis Paul Boon. Die redenering is vooral geholpen door het feit dat Louis en ik geboren zijn in dezelfde stinkstad, genaamd Aalst. En omdat wij de kleine man niet uit het oog verliezen als wij schrijven. Maar ik knip geen blote vrouwen uit seksblaadjes om die in boekjes te plakken en ik mag hopen dat mijn humor beter is dan de zijne. Boon maakt deel uit van mijn literaire oerknal. Maar als ik hem nu herlees – en ik pleeg hier een vadermoord – doet het me steeds minder.”

Zelfbeschermende reflex

„De verleiding is groot om te denken dat mijn werk beter verkoopt als ik met mijn smoel op televisie kom. Ik word vaak geconsulteerd voor programma’s als De Slimste Mens, of Sterren op de dansvloer en andere onzin. Maar ik heb die zelfbeschermende reflex, een angst om mezelf belachelijk te maken. Ik ben een zenuwachtig mens. Helemaal niet ad rem, ik zou een zin uitspreken die zo lang duurt dat hij onderbroken moet worden door twee reclameblokken. Op televisie heb ik de uitstraling van een immense onnozelaar. Ik vind dat mijn kop behoorlijk heen en weer wiebelt. Als ik mezelf op tv terugzie, is dat om nachtmerries van te krijgen.”

Verwaarloosd zintuig

„Als een boek klaar is, gaat het de kast in en beschouw ik het als een deel van mijn verleden. Maar áls ik mezelf dan toch eens herlees – en dit is een tamelijk nieuwe gedachte – dan stel ik vast dat ik met mijn neus en mijn oren schrijf. Ik kan mij verschrikkelijk ergeren aan onfris ruikende mensen. En aan lelijke stemmen. Veel vrouwen in mijn boeken hebben schetterende stemmen.

„Mijn tastzin is compleet verwaarloosd. Wanneer ik mijn personage een borst laat aanraken, om een zeer stereotiep beeld te schetsen, dan denk ik niet dat ik veel zal vertellen over hoe die borst voelt in die hand. Wel schrijf ik hoe die ruikt. Het is niet dat ik ongraag voel aan een vrouw, maar liever ruik ik haar.”

Meesterwerk

„Ik heb onwaarschijnlijk slechte dingen geschreven. De intrede van Christus in Brussel, mijn voorlaatste boek, is een complete mislukking. Het is onvoldoende uitgediept, ik was te lui en niet moedig genoeg. Dat ben ik een kleine zes maanden terug gaan beseffen. Helaas waren de rechten toen al verkocht en verschijnt het volgende week in Engeland. Ik schaam me dood. Ik raad alle lezers die het nog niet gekocht hebben aan om het niet te kopen.

Máár: Godverdomse dagen op een godverdomse bol vind ik een buitengewoon meesterwerk. Ik kreeg bakken stront over me heen van mensen die er het grootse niet van inzagen. Het ontvangen van de Libris Literatuurprijs voelde daardoor wat bitter aan. Ik was het circus rondom mijn schrijverschap op dat moment heel erg moe aan het worden. Maar ik heb nooit overwogen te stoppen. Ik kan niks anders dan schrijven en veel erger nog: ik wil niets anders.”

De stilte

„Recensies lees ik niet. Dat heeft ermee te maken dat ik een zeer onhebbelijk karakter heb en mij zou kunnen laten meeslepen door wat er over mij is geschreven. Ik ben daar te teerhartig voor. De discrepantie met wat er op me afkomt als ik de eenzaamheid en stilte van de schrijfkamer verlaat, ervaar ik soms als heel brutaal.

„Dat ik de Gouden Uil Publieksprijs kreeg voor De helaasheid der dingen heeft mij onwaarschijnlijk ontroerd. Ik heb gejankt, de ganse dag nadien. Hierin natuurlijk ondersteund door de sloten drank die ik de nacht ervoor in mijzelf gegoten heb. Ik was zo week als een natte krant van ontroering.”

Vlaanderen

„Vlaanderen was een opportunistische samenleving van zeiken en katten en klagen. Maar de jongere generatie is fantastisch. Zij zijn opgegroeid met de multiculturaliteit, en daardoor kleurenblind geworden. Ik hoop dat zij nu hun ouders gaan opvoeden.

„Ik verliet Vlaanderen negen jaar geleden niet alleen vanwege de in mijn ogen gestoorde rechtse ideeën. Ik ben een natuurmens, en natuur in Vlaanderen heeft de grootte van een parking bij een winkelcentrum. In Wallonië ben ik zeer hartelijk ontvangen. Ik houd van het benepene van het dorp, waar de roddels uit de muren spuiten, waar je voor je het weet verstrikt raakt in intriges, kleinburgerlijk gedoe van hagen scheren en grasmaaiers. De verhalen vallen er met bakken uit de lucht. Die verhalen zijn mijn eten en drinken.”

Wegbereider

„Ik ben, op mijn kleine schaal, een voorvechter van de mensenrechten. In De laatkomer klaag ik over het feit dat de mensen in de zorgsector onderbetaald zijn. Wanneer wij op onze oude dag vijf uur in onze pamper moeten wachten tot wij verschoond worden, is dat onze eigen schuld. Wij hebben ons nooit solidair getoond met de verpleegsters als zij betoogden tegen bezuinigingen.

„Toen ik Problemski Hotel schreef, hoopte ik dat het iets zou kunnen betekenen voor de asielzoekers in België. Dat is naïef, maar zonder die naïviteit ben ik verloren. En literatuur kán een goede wegbereider zijn. Neem Simone de Beauvoir, die in Een zachte dood schrijft hoe zij haar terminaal zieke moeder zag lijden. Ze werd voor dat boek hard aangepakt omdat de wereld nog niet klaar was voor euthanasie. Maar juist dat soort boeken helpt, heel traag, bij het openen van het debat.”