Ik ga steeds meer op mijn vader lijken

In de rubriek ‘Het nabestaan’ praten mensen over verlies, rouw en hoe het leven verder gaat.Daaronder staat een necrologie van een niet per se bekende persoon.

(Links) „Ons gezin in 1994. Ik ben een jaar.” (Boven) „Op de basisschool had ik een kip gemaakt die niet op een kip leek. De juf zei: ‘Dat is kunst, wat knap!’ Ik was trots en weet nog dat ik dacht: papa heeft me geholpen.

„Ik voel de aanwezigheid van mijn vader bij alle belangrijke momenten in mijn leven. En ook tussendoor, zomaar opeens kan hij er zijn. Ik ben een deel van hem, hij zit in mij, hij is een bron van kracht. Als ik bij rugby flink getackeld ben, denk ik: die gast pak ik zo terug, dan neem ik m’n vader in gedachten en beng: ‘Zo pa, die is voor jou’, denk ik dan.

„Het is vreselijk zonder vader te moeten opgroeien. Het verdriet is er altijd, als een stekende pijn van binnen. Af en toe knalt die pijn naar buiten. Dan ga ik hard fietsen en hard huilen tegelijk, of sporten: fysiek er tegenaan gaan, kan helpen.

„Mijn vader is op een avond met z’n motor tegen een stilstaande legerauto aangeknald. Hij was op slag dood – 39 jaar, ik was vijf. Ik herinner me nog precies dat ik ’s ochtends de slaapkamer van mijn ouders binnenliep en aan mijn moeder vroeg: ‘Waar is papa?’ Ze draaide er niet omheen, ze zei: ‘Papa is dood’. Hij lag al opgebaard in de woonkamer, samen zijn we gaan kijken.

„Tot de begrafenis is hij bij ons geweest. Ik speelde bij zijn kist, ik raakte hem aan. Er zijn mensen die het eng vinden wanneer ik dat vertel, maar ik ben blij dat mijn moeder het zo heeft aangepakt: we hebben echt kunnen wennen aan het afscheid, hij was niet plotseling weg.

„Ik heb het geluk gehad dat ik een lieve, aanwezige vader had. Stoeien, gitaar spelen, stukje meerijden achterop de motor, samen een gevulde koek eten – hij was er echt voor mijn broer en mij. Mijn moeder heeft een foto gemaakt waarop wij met z’n drieën in een zelfde rode pyjama op de bank zitten. Knus. Ik heb veel goeie herinneringen uit die tijd.

„Het voelt dubbel dat we het zo fijn hadden. Aan de ene kant kan ik daar alleen maar blij om zijn. Aan de andere kant maakt ’t het gemis alleen maar groter. Ook dat gevoel speelt door m’n hele jeugd heen. Was ik op een feestje geweest, zag ik een vriendje samen met z’n vader wegrijden in de auto. Daar stond ik dan naar te kijken en dan kon ik ’t wel uitschreeuwen: dat wil ik ook!

„Ik heb een broer die vijf jaar ouder is dan ik. Wij zijn behoorlijk hecht met elkaar. Voor een deel heeft hij me dingen kunnen leren die ik anders van mijn vader had opgepikt. Wij houden ‘mannenavonden’: dan gaan we hier thuis op de bank frikadellen eten en films kijken. We delen een zelfde passie voor auto’s. Ik heb een ouwe Eend opgeduikeld die hij heeft gekocht en waaraan we samen lekker kunnen sleutelen.

„Misschien is het voor mijn broer zwaarder dan voor mij dat we zo jong onze vader hebben verloren. Ik had mijn broer als voorbeeld, hij heeft ’t meer zelf moeten uitvinden.

„Van ons tweeën lijk ik uiterlijk het meest op mijn vader. Mijn broer is twee meter lang. Ik heb het postuur van m’n vader: kleiner, breder. Mijn vader had stevige baardgroei. Toen ik een baard kreeg, was ik daar blij mee, dacht ik: nog iets dat mijn vader ook had.

„Ik vind het fijn als mensen zeggen: ‘Je gaat steeds meer op je vader lijken.’ En niet alleen van buiten, ook innerlijk lijk ik op hem. Hij was een sportieve, stoere motorrijder en tegelijk was hij heel zachtaardig en zorgzaam. Die combinatie zit ook in mij: elke dag naar de sportschool en tegelijk een zorgend beroep kiezen in een sector waarin vooral vrouwen werken. Ik loop nu stage op een zorgboerderij: werken met ouderen, dementerende ouderen ook, prachtig werk vind ik dat.

„Soms denk ik dat ik, meer dan m’n vader, mijn eigen weg heb kunnen kiezen. Mijn vader was bioloog, heeft moeite gehad een baan te vinden met die studie en hij was niet altijd even gelukkig met z’n werk. Hij was liever leraar geworden.

„Mijn moeder heeft me gestimuleerd mijn eigen weg te volgen. Die is niet makkelijk geweest, want ik heb een leerprobleem, waardoor ik weinig kan met wiskunde en exacte vakken. Na de basisschool kon ik in Wageningen alleen naar een praktijkschool, wat lager is dan vmbo. Op een Vrije School in Zeist heb ik met veel moeite wel vmbo kunnen doen, doe ik nu een mbo-opleiding en hoop ik ook nog hbo te doen.

„Regelmatig denk ik: als mijn vader niet was verongelukt, waren we waarschijnlijk in Harderwijk blijven wonen en niet verhuisd naar Wageningen, waar mijn moeder aan de universiteit werkt. Dan was ik misschien wel op een praktijkschool terechtgekomen, want er zijn weinig andere mogelijkheden in die buurt en was m’n ontwikkeling zo’n beetje op dat niveau blijven hangen.

„De dood van mijn vader heeft me zelfstandiger gemaakt dan m’n leeftijdgenoten en eerder volwassen ook. We wonen in een prachtig huis in Wageningen. Met scholen en stages en werk kun je in deze omgeving alle kanten op.

„Ons leven was vast anders gelopen als we een gewoon gezin waren gebleven. Hoe? – dat kan ik niet weten. Maar ondanks de dood van mijn vader heb ik weinig te klagen over mijn leven tot dusver.”

Tekst

Reacties via nrc.nl/nabestaanTwitter: #nrc #hetnabestaan