Hoe goeroes zelf failliet kunnen gaan

Op dit moment zijn er ruim 151.000 verschillende boeken te koop met het woord ‘strategie’ in de titel. In een groot deel daarvan wordt verwezen naar het werk van Harvard-hoogleraar Michael Porter, waarschijnlijk de bekendste managementgoeroe ter wereld. Mooi, al die boekenwijsheid. Maar de vraag is: werkt het ook in de praktijk?

De afgelopen maanden heb ik me verbaasd over de perikelen rond Monitor Group, een prestigieus adviesbedrijf met op zijn hoogtepunt 1.600 medewerkers in meer dan twintig landen. Porter – en nog vijf Harvard-professoren – waren dertig jaar geleden de oprichters ervan. Begin dit jaar werd Monitor, na een lange reeks problemen en een faillissement, overgenomen door Deloitte.

De doctrine van Porter luidt onder meer dat bedrijven zich moeten concentreren op één duidelijke strategie en met de grootst mogelijke discipline moeten vermijden om er allerlei dingen bij te gaan doen. Klinkt verstandig. Maar Monitor zelf deed alles waar het een paar dollar aan kon verdienen. Bemiddelen voor sprekers (Monitor Talent), lijfwachten leveren (Monitor Quest), beheren van investeringen (Monitor Clipper), adviseren van non-profit organisaties (Monitor Institute), analyses maken voor geheime diensten (Monitor 360). Niet zonder aanvankelijk financieel succes, maar met een langdurige, scherpe focus had het allang niets meer te maken.

Er was meer aan de hand. Volgens Porters publicaties ligt de verantwoordelijkheid voor strategie altijd bij de hoogste leider. Zelf werkte hij steeds minder voor Monitor en in 2011 nam hij officieel afscheid. Maar tot die tijd werd hij door Monitor gepresenteerd als intellectuele gangmaker. In het echt werd het bedrijf al sinds de oprichting geleid door Mark Fuller, een voormalig assistent van Porter.

Fuller bleek uiteindelijk geen goede en geen brave leerling. Zo werkte Monitor vanaf 2005 voor de Libische dictator Moammar Gaddafi. Wat begon als economisch advies, ontaardde in plat pr-werk. Waarbij Monitor materiaal aanleverde voor de promotie van Gaddafi’s zoon Saif al-Islam aan de London School of Economics en Fuller voorstelde om voor 2,45 miljoen dollar een visionair boek over leiderschap te produceren met Gaddafi als officiële auteur. Het verhaal kwam uit, leidde tot een schandaal en uiteindelijk verliet Fuller het bedrijf in 2011: het jaar waarin de revolutie in Libië uitbrak en Gaddafi werd gedood.

Financieel gezien een groter probleem vormde Monitors geknoei rond Hallmark. Monitor had het wenskaartenbedrijf in 2001 geadviseerd en vertrouwelijke informatie die het daarbij verkreeg, binnen zijn investeringsdochter voor eigen gewin gebruikt. In 2010 trof Monitor Group een schikking en betaalde aan Hallmark 12,5 miljoen dollar. Op dat moment ging het al een tijdje beroerd in de advieswereld en daarom moest dit bedrag tegen een hoge rente geleend worden. Het begin van het financiële einde. Recent werd dochteronderneming Monitor Clipper in dezelfde zaak nog eens veroordeeld tot een boete van 31,5 miljoen dollar.

De vraag was: werken mooie managementtheorieën ook in de praktijk? Tja...

Het failliet van Monitor bewijst niet dat Porters ideeën niet deugen. Maar wel geldt dat het implementeren ervan, ook door slimme mensen van de Harvard Business School, nog niet zo makkelijk is. Vooral niet als de eindverantwoordelijken in een bedrijf, onder wie Porter zelf, eigenlijk niet met het bedrijf en zijn klanten bezig zijn, maar met allerlei andere zaken. Variërend van zeer nuttig academisch werk tot zo veel mogelijk geld binnenharken. Wat dat betreft was het überprestigieuze Monitor dus ook maar een ordinair huis-tuin-en-keukenbedrijf en blijken goeroes ook maar gewone mensen. Weer een illusie armer.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft elke week over management en leiderschap.