Column

Hoe de krant schrijft over zichzelf: het dividend en andere dilemma’s

Een krant is ook een bedrijf – met cijfers, personeelsbeleid en, ja, soms een intern conflict.

Hoe gaat een krant daarmee om? Wordt de lezer ingelicht? En: is het relevant of is het clubnieuws?

Verschillende lezers vroegen me het afgelopen jaar wat er waar was van berichten in andere media over ophef bij de krant, over een dividenduitkering van 12,5 miljoen aan de aandeelhouders. NRC Handelsblad meldde die uitkering zelf (NRC Media maakt weer winst, 11 mei 2012) en kwam er een jaar later op terug, dit keer met een korte vermelding van „ophef binnen en buiten het bedrijf” (Winst van NRC Media stijgt met 17 procent, 22 april). Over dat ‘superdividend’ ontstond een conflict tussen ondernemingsraad en directie van NRC Media.

Dat meningsverschil escaleerde deze week, na een extern onderzoek dat volgens de ondernemingsraad uitwijst dat het dividend in strijd is met afspraken die bij de overname van de krant in 2010 zijn gemaakt, en op een wanordelijke manier is verstrekt. De directie betwist die eerste conclusie, erkent dat er procedurele fouten zijn gemaakt maar zegt naar eer en geweten te hebben gehandeld. Inmiddels heeft de directie bemiddeling aangezocht in de kwestie.

Over die nieuwe fase in het conflict bracht de krant woensdag een zakelijk bericht op de pagina Economie. De juiste plaats, al deed de kop weinig nieuws vermoeden (Conflict uitkering dividend NRC duurt voort, 15 mei). Meestal halen dingen die „voortduren” de krant juist niet. De Volkskrant sprak van „uit de hand gelopen”. Het bericht had in elk geval wél nieuws, en het is terecht dat de krant het bracht.

Altijd lastig, berichten over eigen perikelen. De krant heeft er in het verleden slechte ervaringen mee opgedaan. Kan het wel evenwichtig? Is het niet schadelijk? Andere kranten springen dankbaar op rumoer bij de concurrent – ook dat nog. Bovendien, hoe interessant is zulke ophef voor de lezer? Aan de andere kant, een krant bestaat bij de gratie van informatieplicht: ook bij relevant nieuws over zichzelf.

In dit geval waren zulke afwegingen overbodig, want De Telegraaf bracht het nieuws die dag al op de website, en dan ligt het op straat.

Maar veel principiëler: het is maar goed ook dat de krant hier over schrijft – en: als het even kan graag met meer achtergrond en uitleg. Want een krant die anderen streng de maat neemt – zie de primeurs over de bedrijfsvoering van SNS, of die over de belastingavonturen van Bram Moszkowicz – die moet óók, without fear or favour, berichten over ophef in het eigen bedrijf. Dat hoort bij de journalistieke waarden die de krant uitdraagt. Die verplicht zich nu dus ook de lezer op de hoogte te houden hoe dit afloopt, of verder voortduurt.

Sommige Amerikaanse kwaliteitskranten – een maatje groter, maar toch – zijn daar niet zuinig in. The New York Times schrijft geregeld, en kritisch, over de bedrijfsvoering van de eigen New York Times Company. De vereniging van ombudsmannen waar deze krant ook lid van is, ONO, congresseert komende week in Los Angeles. Toen The Los Angeles Times daar, in 1999, het middelpunt werd van een rel (de uitgever had met een nieuw sportstadion afgesproken een glossy bijlage te maken over het stadion en de advertentie-inkomsten te zullen delen), bracht de krant een lange, minutieuze (en pijnlijke) reconstructie van de gang van zaken.

Aan de vooravond van dat congres (volgende week bericht ik daarvandaan) nog een paar andere, ook wat luchtiger dilemma’s waar lezers me over schreven.

Van de aandeelhouders eerst maar even meteen door naar de Oranjes. Want hoe spreekt de krant de echtgenote van koning Willem-Alexander nu aan? In de aanloop naar de troonswisseling had de krant een mooi nieuwtje over haar titel (Máxima heette te snel ‘koningin’, 15 februari). Wettelijk blijft zij de ‘Prinses der Nederlanden’. Ze mag alleen, liet Rutte de Tweede Kamer vervolgens weten, aangesproken worden als koningin.

Hoera: het is een prinses, en we noemen haar koningin.

Maar wat doet de krant, die de kwestie aankaartte, nu zelf?

Haar in de kolommen nu consequent ‘prinses’ blijven noemen is constitutioneel wel correct, maar de aanspreekvorm is ‘koningin’ – en die is ook al aardig ingeburgerd geraakt in de media en bij de onderdanen, pardon de burgers.

Conclusie, na intern beraad: de krant kan maar beter praktisch zijn. Als iedereen haar ‘koningin’ noemt (en dat mag dus), waarom dan niet? Maar: de krant moet niet schromen om de lezers én mevrouw Zorreguieta er, bij openbare optredens, aan te herinneren dat zij geen staatsrechtelijke functie heeft, maar louter een aanspreektitel.

Nog een dilemma: hoe streng moet de krant reacties op de website modereren? De site wil een levendige discussie, maar geen moddergevechten. De webredactie heeft de ‘netiquette’ voor de site nu herzien, om wat meer uit te leggen en de praktijk beter te reguleren – u kunt die nieuwe versie als het goed is inmiddels op de site vinden.

En ten slotte nog iets over omgang met lezers. Veel inzenders waren boos over de afloop van de prijsvraag met het Rijksmuseum. De inzendingen bleken volgens de jury (met als voorzitter museumdirecteur Wim Pijbes) niet geschikt om op een tegel te plaatsen, en de boel werd toen tamelijk bruusk afgeblazen. Ik schreef er eerder over (Lezer schrijft, 30 maart).

Maar er bleven vragen komen. De redactie heeft spijt betuigd, het Rijksmuseum heeft inzenders gratis toegang aangeboden. Daarmee lijkt mij de kous wel af.

Het blijft een goede les. U kunt nu inzenden voor een essaywedstrijd van de krant en de KNAW, over de vraag ‘wat is luxe?’

Etiquette is dat in elk geval niet – die is nooit weg.

Sjoerd de Jong is ombudsman van NRC Handelsblad. Statuten www.nrc.nl/ombudsman. Reacties ombudsman@nrc.nl