Gek werden de bewakers van hem

Na een week niet eten en drinken kwam Sayam Uddin Nessar vrij uit vreemdelingendetentie. Drie maanden zat hij ten onrechte vast. „Je wordt langzaam gek.”

Nederland, Almere, 17-05-2013. Sayam Nessar, asielzoeker, dorst- en hongerstaker die onlangs is vrijgelaten. Foto: Olivier Middendorp

Die ene hotdog die hij at, viel verkeerd. Dat was afgelopen woensdagavond. Enorme buikkrampen. Sayam Uddin Nessar ging voor de zekerheid langs het ziekenhuis. Daar gaven ze hem twee grote glazen met een melkachtige vloeistof. „Drinkt u maar, meneer Nessar.” Een paar minuten later moest hij overgeven. Daarna ging het beter.

Het leven gaat niet over rozen als je net een week niet hebt gedronken en gegeten. Maar na de vreemdelingendetentie valt alles mee, zegt Sayam Nessar (42).

Hij draagt weer een pak en nette schoenen in plaats van een T-shirt en slippers. Zijn lichaam is gewend aan eten. Maar het hoofd is vol, zegt hij. Hij moet de krappe drie maanden detentie nog verwerken. Naadloos zijn oude leven oppakken, lukt niet meteen. Er komt veel bezoek, familie, vrienden, iedereen wil hem zien. „Het is snel te druk. Het lijkt wel of ik weer moet wennen aan mensen om me heen.”

En dan zijn er nog de anderen, die vastzitten. Het voelt toch gek dat hij vrij is en zij daar. Volgens het ministerie zijn er nog vier mensen in hongerstaking. Een man drinkt ook niet. Nessar: „Ik vind dat iedereen moet weten wat daar gebeurt. Ik geloof het eigenlijk nog steeds niet.”

Direct na de uitspraak van de vreemdelingenrechter op dinsdagavond was er euforie. Hij was vrij. Met de taxi werd Nessar opgehaald bij het gevangenisziekenhuis in Scheveningen waar hij zondagmiddag naartoe was gebracht. Op dat moment had hij vijf dagen niet gedronken. Zijn nieren hadden het zwaar.

De taxi bracht hem naar zijn woonplaats Almere en ’s avonds zat hij bij zijn moeder op de bank. Zijn moeder wist dat hij vastzat, natuurlijk. Maar Nessars jongere broer vertelde haar pas over de dorststaking na de uitspraak van de rechter. Hun moeder is hartpatiënt, eerder vertellen leek niet verstandig.

De hele familie Nessar is al twintig jaar in Nederland. Ze kregen direct asiel nadat iedereen halsoverkop was gevlucht in 1993. De vader van Nessar, minister van Economische Zaken op dat moment, werd vermoord door de Muhadjedin. Iedereen kreeg na verloop van tijd een Nederlands paspoort, alleen Sayam Nessar regelde dat niet goed. Hij had een Nederlands paspoort toen niet echt nodig, hij had wel een verblijfsvergunning en was dus legaal.

Sayam Nessar was een atypische man in vreemdelingendetentie. Hij heeft een eigen huis en is mede-eigenaar van een snookercentrum, een restaurant en een discotheek. Hij studeerde politiek en economie in Cambridge. Hij spreekt tal van talen. Deze man, die altijd zijn eigen zaken regelde, zat opeens vast.

Hoe kon dat?

Nessar werkte anderhalf jaar in Duitsland en in de tussentijd had hij een paspoort moeten aanvragen. Brieven daarover van de immigratie- en naturalisatiedienst bereikten hem niet. Toen hij eind vorig jaar terugkwam, bleek hij ongewenst vreemdeling.

Hij zag dat als een administratieve kwestie die even moest worden opgelost. Hij meldde zich bij de politie. Die stuurden hem door naar het detentiecentrum. Nessar: „Ik kende het fenomeen detentiecentrum niet, ik dacht dat het een soort asielzoekerscentrum was. Een plek waar je in en uit kunt. Dus ik dacht: ik rij meteen even langs.” Hij stond bij de balie van het detentiecentrum in Zeist en werd gefouilleerd. Tot zijn verbazing kon hij er daarna niet meer uit. Nog geen schoon hemd had hij bij zich.

Op zijn kleding moest hij dagenlang wachten. Zijn broers wilden best een koffer langs brengen. Maar snel iets regelen, is uitgesloten in vreemdelingendetentie. Kleding mag alleen onder strikte voorwaarden worden ingevoerd. Andere spullen mogen sowieso niet naar binnen.

Ingeslotenen moeten worden uitgezet. Dat is het doel. Ze hebben geen strafbare feiten gepleegd. Toch is het regime soberder dan in een ‘gewone’ gevangenis. In het detentiecentrum in Rotterdam, waar Nessar de meeste tijd doorbracht, delen de gevangenen een cel. Van half vijf ’s middags tot kwart over negen ’s ochtends zit iedereen achter de deur. Een afdeling bestaat uit 35 cellen, zo’n 70 gevangenen. Luchten gebeurt op een binnenplaats tussen vier betonnen muren. De rest van de tijd hangt iedereen rond in de hal, praat, speelt domino of legt een kaartje.

Het eten voor de hele dag komt in een kartonnen doosje. Een half brood, een paar plakjes kaas of ham. En diepvriesbakjes met de warme maaltijd. Gedetineerden moeten die zelf opwarmen in de magnetron.

Nessar draagt lenzen. Lenzenvloeistof mag niet worden ingevoerd. Tandpasta ook niet, scheerapparaat of aftershave evenmin. „De bewakers zeggen: je zit toch hier, laat je baard maar staan. Waarom we geen lenzenvloeistof mogen, weet ik niet. Er zit geen alcohol in, het is geen gevaarlijk spul. Als je de bewakers een reden vraagt, zeggen ze: dat zijn de regels. Wij hebben de regels niet opgesteld.”

Sayam Nessar moest dus een bril. Maar dat gaat niet zomaar. Die moet je aanvragen. Acht weken en 29 verzoekbrieven later arriveert de bril. Hij denkt dat ze hem expres zo lang lieten wachten. „Ik ben niet gedwee. Ik was correct maar opstandig. Als een bewaker zei: dat mag niet, vroeg ik waarom niet. En als ze dan zeiden: het is tegen de regels, dan vroeg ik of ik die even mocht zien. Gek werden ze van mij.”

De meeste gevangenen zijn minder assertief. Vaak spreken ze slecht Nederlands, ze hebben geen geld, ze hebben geen kennissen in Nederland die zich voor hen kunnen inzetten. Soms gaat het om uitgeprocedeerde asielzoekers, vaak loopt er nog een procedure. Soms is uitzetten sowieso onmogelijk omdat het land van herkomst niet meewerkt. De gevangenen weten niet hoe lang ze moeten zitten, de duur kan oplopen tot anderhalf jaar. Nessar: „Je wordt langzaam gek, maar je kunt niets doen.”

Na tweeënhalve maand was voor hem de maat vol. „De muren kwamen op me af. Ik werd depressief. Ik zag het niet meer zitten.” Hij besloot samen met anderen tot een hongerstaking. Aanvankelijk deden 111 mensen mee, zegt hij. Hij werd woordvoerder van de groep. Hij had als enige geld op zijn gevangenisrekening om te bellen en deed dat ook. Via activisten die voor het detentiecentrum protesteren en kartonnen borden met een telefoonnummer omhoog houden, kreeg hij nummers van de pers. „Ik ga ook stoppen met drinken”, vertelde hij telefonisch. „Ik wil hieruit, desnoods in een kist.”

De directie van de gevangenis was niet blij met hem. Hij werd afgezonderd, toen tegen zijn wil naar het ziekenhuis gebracht. En nu is hij weer thuis.

Het zou hem helpen als hij antwoord zou krijgen op één vraag, zegt hij: „Waarom was dit nodig?”