Een jongen die wegliep uit het oeuvre van Van Zomeren

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Wouter Beekers, zoon van SP-oprichters die in 2010 het CDA opblies en nu het wetenschappelijk bureau van de CU leidt.

Bestuur is vooral beheer – Frans Weekers schijnt daar iets van te weten. Maar beheer is saai en ambtelijk en onpersoonlijk. Dus een Kamerlid met ambitie heeft wel wat beters te doen. Of je moet ineens een incident met fijn veel schandaalpotentie hebben.

Dit behandel je dan even met de bekende grote woorden – onderste steen, spoeddebat, vertrouwensvraag – en als dat achterwege is herstelt de Haagse orde zich razendsnel, zoals je donderdag kon zien. Twee dagen nadat ze Weekers door de wringer haalden over de toeslagenfraude, de fraude die je wist dat zou komen, hadden politieke leiders en media amper aandacht voor het Verantwoordingsdebat, waar het beheer van alle rijksmiddelen in 2012 op de agenda stond.

Dit nadat de Algemene Rekenkamer een nogal alarmerend feit vaststelde. Zeker gelegd naast die toeslagenfraude, met zijn geschatte kosten van 100 miljoen euro. Want wat bleek? Volgens de Rekenkamer is niet na te gaan of de 8 miljard bezuinigingen, die het kabinet in 2012 zou doorvoeren, zijn gerealiseerd.

Nu even ademhalen. We hadden vorig jaar: Catshuisberaad, Lenteakkoord, Herfstakkoord, regeerakkoord. Maar wat van al die plannenmakerij is uitgevoerd weten we dus niet. Onbekend gebleven. Raden maar. En belangrijker: het kan in Den Haag bijna niemand wat schelen. Zo was het beheer de verliezer van de week: in Kamer en media blazen ze liever een fraudezaak op dan dat ze zo'n fundamentele tekortkoming doorgronden.

De andere onzichtbare verliezer deze week was de SP. Ze zullen het nooit openlijk toegeven, maar in bestuurlijke kring – topambtenaren, werkgevers, PvdA – bestond een half jaar terug grote vrees dat de FNV dit jaar in handen van het SP-activisme kwam - eerst strijd, dan praten. Einde van het overlegmodel. Door het sociaal akkoord kromp dit gevaar al (daarom kwam het er), en met de verkiezing van Ton Heerts is de SP terug in de Haagse periferie. Dit is geen detail. Ook niet voor de SP. Eerst zwakke verkiezingen, daarna verlies in de vakbeweging: zware nederlagen zijn het, die het oppositiewerk hoogst ongemakkelijk maken.

Over de SP sprak ik laatst uitvoerig met een man die je niet meteen SP-deskundigheid zou toedichten: Wouter Beekers (33), die onlangs directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie (CU) werd.

Wouter Beekers is zo iemand die ogenschijnlijk keurig in de Haagse ambiance van Arie Slob past. Slimme en open types omgeven hem, jong, modern, niet zelden totaal geïndividualiseerd. Mensen die zo open in het leven staan dat ze probleemloos onmodieus kunnen zijn.

Zo viel in die kakofonie rond Weekers de kalmte van CU-woordvoerder Carola Schouten op. Een alleenstaande moeder die, anders dan haar CDA-collega Pieter Omtzigt, niet meedeed aan de minipolitieke pogingen Weekers te vloeren. Zij maakte het principiële staatsrechtelijke punt: de staatssecretaris is verantwoordelijk voor de belastingdienst, hij hoeft niet alles te weten, als hij ook daarvoor de verantwoordelijkheid accepteert. Dit deed Weekers, en dus behield de CU vertrouwen in hem, dat Schouten zonder opsmuk uitsprak.

Ze demonteerde zo ook de luidruchtige aanpak van Omtzigt, wiens kritiek op Weekers all over the map was: volgens de CDA’er wist Weekers eerst te weinig over de fraude, toen te veel, zo volgde het ene hagelschot na het andere. Oppositie om de oppositie. Schieten tot de verzwakte bestuurder bezwijkt.

Dit is het CDA anno 2013. De partij steunde de laatste decennia in studie na studie de mantelzorg. Maar nu ook het kabinet dit doet, om miljardenbezuinigingen op langdurige zorg te legitimeren, geeft ditzelfde CDA niet thuis. Het gevolg: een kabinet dat voor elementaire bezuinigingen afhankelijk is van gelegenheidscoalities – waarin bijna altijd de CU zit.

En Wouter Beekers is iemand die de houding van die laatste partij volmaakt personifieert. Juist door zijn bijzondere achtergrond: hij is de oudste zoon van Herman Beekers en Ineke Palm, namen uit het oeuvre van Koos van Zomeren. Begin jaren zeventig waren ze twee van de oprichters van de SP. Mensen die, ook nadat Wouter in 1979 werd geboren, ,,een leven van beroepsactivist’’ leidden, vertelde hij me.

Veel draaide thuis om de partij en het onrecht, dat elke dag bestreden werd. Jan Marijnissen en Agnes Kant waren gezichten van zijn jeugd. Als jongen ging hij er totaal in mee: toen hij klaar was met school ging hij helpen in Kosovo, in de misère van de Balkanoorlog.

In de SP tolereerden zijn ouders de partijdiscipline, zei hij, maar thuis vroegen ze hem elke vanzelfsprekendheid ter discussie te stellen. Dus constateerde Wouter Beekers gaandeweg dat ook bij die SP dingen niet klopten. Je hele bestaan aan de partij opofferen - en dan tóch denken dat bij de dood alles ophoudt. Raar. Het zwart-witte SP- wereldbeeld van slachtoffers en daders; en het holle idee dat alleen de overheid dit kon oplossen. De neiging onrecht soms uit te vergroten, en de politieke exploitatie ervan.

Zodoende werd hij, student en later wetenschapper op de VU, gegrepen door het verzuilde idee van ruimte maken voor verschillen. Het recht op individuele vrijheidsbeleving, met de overheid op afstand. Mooi vond hij dat, een kleine bevrijding van zijn jeugd. Het lidmaatschap van het CDA paste daarin. Net als later zijn ‘relatie met God’, aangezwengeld door zijn vriendin, de latere moeder van zijn kinderen.

Pas toen hij in de formatie van 2010 Hans Hillen op de radio hoorde, werd hij actief CDA-lid. Dit hebben ze in het CDA geweten. Hillen zei: de CDA’ers die tegen samenwerking met de PVV zijn, kun je op de vingers van één hand tellen. Hij schreef spontaan een petitie, een stap die uiteindelijk leidde tot het historische CDA-congres van 2010. Hij vond dat het CDA zich verloochende als het met Wilders werkte. Maar de heftigheid van de reacties overviel hem. Wat een toestand. ,,Het heeft het CDA weinig goeds gebracht’’, zei hij schuldbewust.

Toen hij eind vorig jaar in de sollicitatieprocedure bij de CU belandde, bleef hij CDA-lid. Die partij ergerde hem wel steeds meer. Maar hij stapte pas over toen de CU hem had aangenomen. Dit verraste mij: maakte hem dit niet kwetsbaar voor het verwijt van politieke jobhopper?

Het interessante was: Wouter Beekers zag het punt niet zo. Ook bij de CU, zei hij, bracht niemand het op. ,,Ik had een mooie baan op de VU, ik was niet van de partij afhankelijk.’’ Maar vooral benadrukte hij dat partijloyaliteit niet stimuleert dat medewerkers bijzondere ideeën inbrengen. Dit laatste zocht de CU, ook omdat de stroom uit de eigen kring opdroogde. Bijzondere ideeën – over een kleinere overheid en meer ruimte voor de maatschappij; een nieuwe invulling van begrippen als soberheid, matigheid, naastenliefde.

Van de SP via het CDA naar de CU – zo illustreert Wouter Beekers dat het gesloten wereldbeeld, waarin kleine christelijke partijen jarenlang gevangen zaten, volledig is verdwenen. En dat het (voorzichtig) wordt overgenomen door partijen als het CDA en de SP, die dus wél in staat zijn tot blinde oppositie .

Maar als je goed luistert, naar Beekers en anderen, is die CU ook weer niet bevangen door totale naïviteit. Beekers gaat niet over de actuele politiek. Maar nu vaststaat dat de CU voor het kabinet onmisbaar wordt, beveelt hij zijn partij aan dat zij haar onderhandelingspositie uitbuit. Zodat ,,echte CU-punten’’ in het beleid opgenomen worden. Bij voorbeeld in de zorg en in de maatschappijvisie van Rutte II.

Ze zullen nog opkijken in het kabinet, als ik me niet vergis.