De voorspelbare vredespijp van Larry Page

De koers van Google mag dan pieken boven de 900 dollar, oprichter Larry Page vindt de techsector nog veel te negatief.

Het lijkt een economische wet: zodra er 900 miljoen Androidtoestellen verkocht zijn doorbreekt het aandeel Google de 900 dollargrens. Beleggers laten zich dan ook graag meeslepen door de hype in mobiele gadgets – ook de koers van Apple veerde het afgelopen jaar mee met het marktaandeel van de iPhone en de iPad.

Android (70 procent marktaandeel) heeft nu de wind mee en dat zullen we weten ook. Afgelopen week toonde Google op zijn conferentie Google I/O veel vernieuwingen, waaronder een betere berichtendienst. Google Hangouts maakt een eind aan de tot nu toe onoverzichtelijke stapel communicatiegereedschap van het webbedrijf.

Om te kunnen concurreren met het populaire WhatsApp is Hang-outs ook beschikbaar op de iPhone – na Android de nummer twee in de smartphonemarkt. Zo bouwt Google een eigen wereld binnen het iOS-domein van concurrent Apple: Google Maps als antwoord op Apples geklungel met digitale kaarten was nog maar het begin. Bijna alle Googlediensten zitten nu op iOS.

Maar we moeten Google niet telkens in één adem noemen met de concurrent. Dat vindt althans Googleoprichter Larry Page, die deze week sinds lange tijd weer in het openbaar sprak. Of beter gezegd: fluisterde, want Page kampt met een hardnekkige aandoening aan zijn stembanden.

Zijn komst was een verrassing, zijn boodschap niet. Page vindt dat er in de techsector te negatief over bedrijven wordt gesproken – in zijn ogen ligt de nadruk telkens op de strijd van Apple tegen Google, of Facebook versus Google. Dat zou de innovatie niet bevorderen: met zo’n negatieve instelling bouw je geen baanbrekende bril met projector of een zelf rijdende robotauto.

Page had zijn vredespijp nog niet uitgeklopt of hij deelde al een sneer uit naar Microsoft. Die beschuldigde hij van het „uitmelken van Googles innovaties”. Begrijpelijk, maar niet erg vriendelijk.

Google, met een jaaromzet van 50 miljard dollar het grootste internetbedrijf ter wereld, stelt zich graag op als ‘billijk’, omdat het baat heeft bij open platforms. Dat vergroot het bereik van de advertentiemarkt en de slagkracht van gratis software.

Maar daarmee stapt Google op een hele hoop tenen van bedrijven met andere verdienmodellen. Dat leverde rechtszaken op – Apple versus de makers van Androidtelefoons over het kopiëren van de iPhone, of Oracle versus Google over het gebruik van Java. Daarnaast lopen er onderzoeken naar mogelijk machtsmisbruik van de zoekmachine en de manier waarop Google de privacy van gebruikers beschermt.

Google probeert zich in zijn producten wel aan open standaarden te houden. Zo mag iedereen Android gebruiken. Concurrent Amazon bouwde een Androidvariant voor de Kindle tablets, Facebook ontwierp een apart omhulsel voor Androidtelefoons dat Google grotendeels buitenspel zet. En Samsung strijkt 95 procent van de winst in Android-telefoons op.

Google teert op advertenties, maar experimenteert ondertussen met betaalde diensten: All Access is een nieuw muziekabonnement zoals Spotify, voor een tientje per maand. Vorige week introduceerde Googledochter YouTube betaalkanalen. Voor professionele muziek en video is ‘gratis’ en ‘open’ geen optie.

Een van de sterke punten van Larry Page is dat hij orde brengt in de Googleoverdaad. Dat betekent: eenduidige vormgeving en producten als Hangouts die meerdere diensten combineren. Nog zo’n knappe versimpeling is Google Maps, dat straks naadloos overgaat in de 3D-weergave van Google Earth. Zelfs het oerproduct, de Google zoekmachine, wordt versimpeld. „Google is dumbing down”, luidt de kritiek van zoekspecialist Henk van Ess. Want in de nieuwste versie van de zoekmachine hoef je zelfs niet meer het icoontje van een microfoon aan te klikken om een gesproken opdracht te activeren. Zeg „OK Google” en de zoekmachine luistert naar je gesproken opdracht. Het lijkt op de kreet „OK Glass” waarmee je Googles computerbril aan het werk zet.

Voor mensen die zich zorgen maken over hun privacy: dat betekent wel dat Google continu meeluistert naar datgene wat er in de buurt van de computer gezegd wordt.

Fluisteren is dan zo gek nog niet.