De grootste bouwput ter wereld

Nederlandse bedrijven helpen mee om Sotsji te verbouwen tot stad van de Olympische Winterspelen én tot stralend middelpunt van de nieuwe Russische Rivièra.

1430048 Russia, Sochi. 03/30/2013 The Fisht Olympic Stadium under construction in Sochi. Aleksey Nikolskyi/RIA Novosti RIA Novosti

Het duurt nog even, maar wie over negen maanden naar de openingsceremonie van de Olympische Winterspelen kijkt moet even letten op de stalen buizen van het stadion aan de Russische Zwarte-Zeekust. De witte poedercoating komt uit Overijssel. Ruim anderhalf miljoen kilo Duits staal wordt op dit moment geverfd in Raalte, bij de firma Van Merksteijn.

Vliegt er een langebaanschaatser uit de bocht, dan landt hij in een Friese schuimrubberen boarding (van Sidijk uit Grou). En zo is er meer Nederlandse waar te vinden in Sotsji, in de aanloop naar de duurste Olympische Spelen ooit.

De transformatie van een rommelig, dorps kuuroord naar een modern sport- en toerismecentrum is in volle gang. Het is een megalomaan project van het soort waarop Rusland het patent lijkt te hebben. Een kustgebied zonder serieuze infrastructuur moest in zeven jaar veranderen in een moderne regiohoofdstad (Sotsji haalde de Spelen in 2007 binnen).

Het kleine militaire vliegveldje dat onder Stalin werd aangelegd, is omgevormd tot internationale luchthaven, met hippe cafés en subtropische binnentuin. Glazen ijsstadions verrijzen op wat een drassig boerenveld was dat in de Sovjettijd collectief werd bewerkt.

Een analogie met de bouw van de stad Sint-Petersburg, tweeduizend kilometer noordelijker, driehonderd jaar eerder, dringt zich op als een olympische woordvoerder enthousiast uitroept: „Het was hier een moeras!”

In de stad zelf houdt elke honderd meter de stoep wel een keer op, omdat er nieuwe kabels en leidingen worden aangelegd. Plus 370 kilometer aan nieuwe wegen en 200 kilometer spoor. Sotsji is de grootste bouwput ter wereld, zei directeur van het Olympisch Organisatiecomité Dmitri Tsjernysjenko vorig jaar. Zelfs president Poetin, die regelmatig langskomt, lijkt gespannen: komt zijn prestigeproject op tijd af?

Tussen alle hijskranen en betonwagens zijn ook Nederlanders actief. Ze bouwen alleen nauwelijks mee aan de grote olympische stadions en daaraan verwante objecten, waarvoor contracten van in totaal bijna 40 miljard euro werden gesloten.

Waarom Nederlandse bedrijven die contracten niet binnen wisten te halen, en waar je tussen de Russische palmbomen en betonnen skeletten wel zaken kunt doen? Een kroonluchterverkoper, een ingenieur en een pretparkdirecteur leggen het uit.

Sotsji is een wonderlijk groene, subtropische uithoek van het verder vooral droge en koude Rusland. In de Sovjettijd was dit de gedroomde vakantiebestemming. Aan de ‘Russische Rivièra’ kon de bleke stedeling bijkomen in met palm- en pijnbomen omgeven sanatoria aan zee. „Van die half afgebrokkelde stukken kustlinie die de zee inlopen en baboesjka’s met paars haar”, luidt Dennis van Egmonds beschrijving van de badplaats zoals hij die leerde kennen. „En nu komen er die krankzinnige Spelen.” Aan de promenade hangt nog een uithangbord: ‘Proletarische lunch’. De meeste badgasten eten inmiddels sushi en mosselen. Sotsji is exclusief geworden. Dennis van Egmond is regelmatig in de stad, om ‘lichtsculpturen’ te verkopen. Hij werkt voor het ontwerpersduo Brand van Egmond (ontwerpster Annet van Egmond is zijn tante). De kroonluchters worden onder meer verkocht in een interieurwinkel aan de Poesjkinprospekt. Hier zie je ook houten modelzeilscheepjes van Eichholtz BV en champagnekoelers van MOOOI. Ruslands welgestelden houden van Dutch Design.

De lampen hangen vooral bij Russen thuis in hun villa’s, vertelt Van Egmond aan de telefoon. Hij heeft wel eens om drie uur ’s nachts in een nachtclub een deal gesloten. „Dat je denkt: doe jij nu of we in een film spelen en dat jij de dochter speelt van een oligarch, of ben je dat echt?”

President Poetin en premier Medvedev komen graag naar Sotsji. Vooral om te skiën. Skigebied Krasnaja Poljana is maar een uurtje rijden omhoog vanaf de twee staatsdatsja’s – eentje aan zee, de ander in de pijnboombossen.

Een subtropische kust en een besneeuwd gebergte zo vlak bij elkaar: het heeft een toeristische potentie die Moskou veel breder wil gaan uitbuiten. Het sanatoriumleven van Zuid-Rusland zal plaatsmaken voor hightech adrenalinetoerisme. ’s Ochtends skiën, ’s middags zwemmen, achtbaanrijden of autoracen.

De Winterspelen van 2014 zijn slechts het begin. Na de Spelen komt hier de Formule 1-race, in 2018 is Sotsji speelstad bij het WK voetbal.

Tussen de palmen en pijnbomen verrijzen tientallen reusachtige appartementencomplexen, die bijna allemaal te koop staan, vaak in hun geheel. De onroerendgoedprijs in het centrum is nu circa 5.000 euro per vierkante meter. Meer dan in de al zo dure hoofdstad Moskou.

In de Sovjettijd hield de bouwinspectie van Sotsji nog rekening met de draagkracht van de smalle kuststrook. Die tijd is voorbij. Als alle appartementen bezet worden, is het moeilijk voor te stellen hoe hier nog te leven valt. De kustweg staat nu al de hele dag vast. „Ik hoor dat ook veel rechters, of de zonen van rechters appartementen kopen. Of zo’n heel complex. Ongelofelijk”, zegt Van Egmond. Rijke Russen uit het koude noorden kopen hier ook graag een tweede én een derde huis: een appartement in de stad voor doordeweeks, een villa voor in het weekend.

De lokale middenstand ziet het aantal klanten intussen snel afnemen. De gewone Russische toerist gaat sinds een jaar of drie naar Turkije. Sotsji is te duur geworden.

De kleine 40 miljard euro aan olympische contracten in Sotsji betroffen onder meer de nieuwe transportwegen tussen de zee en de bergen, het Formule 1-circuit en het olympisch dorp. Dat is een complex van hotels in pseudohistorische stijl geworden, langs een rivier in een verder nauwelijks bewoond deel van het Kaukasusgebergte. Volgens persbureau Bloomberg haalde een jeugdvriend van president Poetin, Arkadi Rotenberg, een kleine 6 miljard euro aan contracten binnen, meer dan het totaalbudget voor de vorige Winterspelen in Vancouver.

Nederlandse ingenieursbureaus en architecten hebben in 2008 ook geprobeerd om opdrachten in de wacht te slepen, met een handelsmissie. „Maar Nederland heeft de boot toen een beetje gemist”, vertelt Egbert Teunissen, afdelingshoofd Rusland van ingenieursbureau Witteveen + Bos, aan de telefoon. In 2008 ontwierp dit bureau samen met architect Erick van Egeraat een kunstmatig eiland voor de kust van Sotsji, naar voorbeeld van de Palmeilanden van Dubai. Federation Island zou de grillige vorm krijgen van Rusland zelf en worden gefinancierd door sjeiks uit Abu Dhabi. De Nederlandse baggeraars Van Oord en Boskalis en het Belgische bedrijf Jan de Nul werden bij de plannen betrokken. Teunissen: „Het gebeurde in de flow van de bekendmaking dat Sotsji speelstad zou worden.”

Federation Island was een technische uitdaging: de waterdiepte voor de kust is dertig meter, golven komen tot acht meter hoog. Maar het kon, berekenden de Nederlanders. De vergunningen waren al aangevraagd toen de Russische projectontwikkelaar ineens failliet ging. De economische crisis had Sotsji bereikt. „En voor zulke dure investeringsobjecten is nu geen financier meer te vinden”, vertelt Teunissen.

Daarna bleef het stil aan Russische zijde. Duitse bedrijven sleepten vervolgens wel olympische bouwopdrachten binnen. „De Duitsers hadden een zwaardere delegatie, tot op presidentieel niveau”, zegt Teunissen. „En ze beheersen de taal uitstekend. Nederland was minder goed georganiseerd.” Pas ter plaatse leken de Nederlanders tot de ontdekking te komen dat ze hun diensten ook, of misschien beter, als onderaannemer konden aanbieden.

„Ik krijg net te horen dat ik over anderhalf uur een beslissing moet nemen over speelautomaten. „Ze denken dat ik daar ook verstand van heb,” zegt Paul Beck – 64 jaar, rode vlinderstrik, permanent een oortelefoontje in. Paul Beck heeft een project van „een paar honderd miljoen” onder zijn hoede, net buiten het olympisch terrein.

Een half jaar geleden had Beck nog nooit van Sotsji gehoord. In de jaren negentig was hij directeur van de Efteling. Tot eind vorig jaar was hij directeur van wereldtuinbouwtentoonstelling Floriade 2012. En nu is hij uitvoerend directeur van het eerste themapark in wording van Rusland. Er kwam een Rus naar zijn huis in Kaatsheuvel om uit te leggen wat precies de bedoeling was.

Sotsji Park moet een Russische Efteling worden („we hebben een studie naar Russische sprookjes gedaan”), inclusief Russische ridders en kleurige torens. Er komt verder een Giant Inverted Boomerang van Vekoma uit Vlodrop, de eerste grote achtbaan van Rusland, twee keer zo hoog als de Python in de Efteling. Stroopwafels komen er ook, en een attractie met Nederlandse theekopjes. Plus een ‘sciencefictionareaal’.

In tegenstelling tot de olympische objecten is het budget voor Sotsji Park niet onbeperkt, vertelt Beck. Daarom wordt het park anders dan aanvankelijk de bedoeling was. „Compacter.” Sowieso verandert er elke dag wel wat. Beck heeft de controle over zijn agenda laten varen, die gooien de Russen toch steeds om. „Als zij zeggen: jij moet morgen naar Sint Petersburg, dan ga ik morgen naar Sint-Petersburg.”

Becks zoon Ernst-Jan (25 jaar, hogere hotelschool, stage bij Disneyland) is onder andere verantwoordelijk voor de marketing. Er zijn nog vijf Nederlanders mee – ze blijven tot een jaar na de Spelen. Al in november moet het park toegankelijk zijn voor publiek. De fundering wordt nu gelegd. „Het is werken, eten, slapen, werken”, zegt Ernst-Jan Beck. En in de file staan. Vooral als president Poetin weer komt inspecteren. Dan staat het verkeer, dat toch altijd al vast staat, nog uren langer vast.

Het moeilijkste met het werken met Russen vinden Paul en Ernst-Jan Beck de bureaucratie en de plotseling ingelaste deadlines. Maar het gaat vast lukken. Zevenhonderd gastarbeiders stampen het sprookjesachtige viersterrenhotel van 90 miljoen euro uit de grond. „Met 270 kamers en veel suites, voor...”

Vader en zoon grinniken. „Dat vullen we niet in”, zegt Paul Beck. „Ik ben loyaal aan het bedrijf waarvoor ik werk.”