De generaal van de Argentijnse 'vuile oorlog'

Duizenden doden en de lugubere begrippen ‘verdwijningen’ en ‘vluchten des doods’. Dat is de erfenis van dictator Videla. Spijt heeft hij nooit gehad.

FILE - In this March 24, 1976 file photo, Gen. Jorge Rafael Videla, center, is sworn-in as president at the Buenos Aires Government House accompanied by Adm. Emilio Massera, second from left, and Brig. Orlando Agosti, second from right, members of the junta that overthrew President Isabel Peron. The former Argentine dictator died of natural causes Friday, May 17, 2013, while serving life sentences at the Marcos Paz prison for crimes against humanity. Videla took power in a 1976 coup and led a military junta that killed thousands of his fellow citizens in a dirty war to eliminate "subversives." He was 87. (AP Photo/Eduardo Di Baia, File) AP

Het wóórd verdwijnen. Dat was verkeerd geweest, want te mysterieus, zei de vrijdag overleden Argentijnse dictator Jorge Rafael Videla vorig jaar. Maar van de vele duizenden doden die tijdens zijn bewind zijn doodgemarteld in geheime detentiecentra, vanuit vliegtuigen in zee zijn gegooid of op een ander manier vermoord, en van het immense trauma waarmee hij zijn land opzadelde, daarvan had Videla geen spijt.

De verdwijningen onder de Argentijnse junta’s (1976-1983) waren in zijn ogen nodig om het communisme een halt toe te roepen. „Laten we zeggen dat er zeven- of achtduizend mensen moesten sterven om de oorlog tegen subversie te winnen”, zei hij in een interview in 2012. Volgens officieel onderzoek na de invoering van de democratie stierven tijdens zijn regime negenduizend mensen. Mensenrechtengroeperingen houden het op dertigduizend.

Videla, 87 jaar, overleed in zijn slaap, in een gevangenis bij Buenos Aires. Hij zat daar sinds 2010 opgesloten wegens misdaden tegen de menselijkheid. Videla was het boegbeeld van een bloedige dictatuur, die op zijn beurt het symbool werd van de vele dictaturen in Latijns Amerika in de jaren zeventig en tachtig. Lugubere begrippen als ‘vluchten des doods’, ‘vuile oorlog’ en ‘verdwijning’ gaan op hem terug.

Na een voorspoedige militaire carrière werd Videla, in 1925 geboren als zoon van een kolonel, door de toenmalige presidente Isabel Perón, de weduwe van de charismatische linkse populist Juan Perón, aangesteld als hoogste legerbaas.

Dat was in 1975. Nog geen half jaar later zette het leger haar opzij. De conservatieve elite van grootgrondbezitters en landbouwondernemers zag de staatsgreep als een noodzakelijke maatregel tegen de chaos in Argentinië, waar een torenhoge inflatie heerste en marxistische groepen elkaar met geweld bestreden. Maar al snel begon de junta aan een systematische afrekening met andersdenkenden, zoals studenten, journalisten, advocaten en vakbondsleiders.

Het chaotische beleid van Videla’s minister van Economie José Martinez de Hoz leidde tot een enorme staatsschuld, hoofdoorzaak van Argentiniës economische crisis in de jaren negentig. De Hoz overleed twee maanden geleden in gevangenschap. Jorge Zorreguieta, de vader van koningin Máxima, was onder De Hoz onderstaatssecretaris van Landbouw en daarna staatssecretaris van Landbouw en Veeteelt. Zorreguieta houdt vol dat hij niets geweten heeft van de verdwijningen.

Wegens een slechte gezondheid droeg Videla de macht in 1981 over aan generaal Roberto Viola. Dat het Argentijnse leger het jaar daarna op de Falklandeilanden door de Engelsen onder de voet werd gelopen, betekende het definitieve einde van het toch al moegestreden regime.

Twee jaar na het herstel van de democratie in 1983 werd Videla tot levenslang veroordeeld, maar hij mocht zijn straf thuis uitzitten. In 1990 vaardigde de toenmalige president Carlos Menem evenwel een amnestiewet uit, waardoor Videla weer vrijuit ging. Na een taaie strijd van onder meer de Dwaze Moeders, ouders van verdwenen kinderen, werd die wet in 2007 nietig verklaard door het Inter-Amerikaanse Hof voor de Mensenrechten. Prompt werd Videla opnieuw aangeklaagd. In 2010 kreeg hij wederom levenslang.

Ditmaal moest hij wel naar de gevangenis. Zijn laatste jaren sleet hij in een speciale vleugel van de Marcos Paz-gevangenis bij Buenos Aires. Hier zitten ook andere hoge militairen die veroordeeld zijn wegens mensenrechtenschendingen. Ook de Nederlands-Argentijnse piloot Julio Poch zit hier, als verdachte.

Vorig jaar werd Videla tot nog eens vijftig jaar cel veroordeeld voor zijn aandeel in de systematische diefstal van baby’s van gevangen vrouwen, die vervolgens ter adoptie werden gegeven aan kinderloze leden van het regime. De moeders werden na de bevalling vermoord. Dit is naar schatting vijfhonderd vrouwen en hun baby’s overkomen.

Videla hield zijn leven lang vol dat de slachtoffers ‘subversieven’ waren, het onvermijdelijke gevolg van een burgeroorlog. Maar hij nam de verantwoordelijkheid voor die oorlog wel op zich: „Mijn ondergeschikten volgden mijn orders,” zei hij in 2010. Op zijn laatste proces claimde hij lof wegens „het bewaren van de nationale harmonie”.