Buzz? Jimmy P. (Psychoanalysis of a Plains Indian) krijgt luid, kort applaus

NRC-filmredacteur Coen van Zwol is op het filmfestival van Cannes en blogt daarover. Dit is zijn vierde bijdrage, over de buzz die op Cannes kan ontstaan rond een film, en hoe dat maar matig gebeurt rond de film Jimmy P. (Psychoanalysis of a Plains Indian).

‘Hoe vond je hem?’
‘Geweldig.’
‘Nee toch? Rommel.’

In de zaal begint het. Goed luisteren. Is het een ovatie, een dun applausje, applaus met boe-geroep - vaak een heel goed teken - of het ergste van alles: een paar zielige klapjes in een zee van stilte? In de persvoorstellingen van het Palais de Festivals wordt niet bepaald welke films het komend driekwart jaar in de Nederlandse filmhuizen draaien: de meeste titels zijn al aangekocht. Wel begint daar iets ongrijpbaars: de buzz.

Buzz - het is wat je hoort, zoiets als het collectieve bewustzijn van de bijenkorf, waar niemand beveelt en iedereen gehoorzaamt. Belangrijk voor een film. Meteen na de eerste persvoorstelling begint die meningsvorming: duizenden gesprekken, tweets, snap judgements en blogs, met als vanouds een hoofdrol voor Angelsaksische vakbladen Variety, The Hollywood Reporter en Screen, die dagelijks gratis glimbladen vol advertenties en marktnieuws uitbrengen, plus redelijk gezaghebbende recensies. Vrijwel iedereen leest ze hier.

De trailer van Jimmy P. (Psychoanalysis of a Plains Indian):

Het eerste applaus bij de persvoorstelling blijft een goede graadmeter hoe een film uiteindelijk valt. Bij Jimmy P. (Psychoanalysis of a Plains Indian) had dat vanochtend redelijk volume, maar het duurde kort. Ofwel: een respectabele bijdrage die niemand diep raakt. Meer dan dat heeft geen competitiefilm hier nog gekregen.

Jimmy P. gaat over een cause célèbre van antropoloog en psychoanalist Georges Devereux, die de getraumatiseerde oorlogsveteraan Jimmy P. op zijn bank vond, een Blackfoot-indiaan, en al doende etno-analyse ontwikkelde: genezen met Freud en Levi-Strauss.

De man werd in zijn tijd niet begrepen, lees ik: te Freudiaans voor antropologen, te antropologisch voor Freudianen en te vaag voor psychiaters. De film, hoewel redelijk onderhoudend, is eveneens vlees noch vis. Biopic, exposé, wat is het? Freud komt beter uit de verf dan Levi-Strauss, en Benicio del Toro en Matthieu Almaric acteren wat maniëristisch. Maar wat een tijd had men toen - in 1947 - nog voor patiënten! Uren draaien? Welnee, maanden draaien.

Vergeleken met het zelfvertrouwen uit de Hitchcocktijd, waar de psycho-analyticus als een geestesdetective alles haarscherp blootlegt - die man met de zwarte hoed uit je droom is de moordenaar! - voert Freud tegenwoordig ook niet meer tot heldere conclusies. Al begrepen we achteraf meteen wat er aan de hand was toen college K.D. plots zijn pasje kwijt was, dat hij van plan was het door een spleet te halen en zijn kluisje te openen. U toch ook?