Column

Asielparadox: streng land kan best soepeler

Hoe humaan is het vreemdelingenbeleid in Nederland nou ècht? Ik vroeg het me zomaar af, na de ophef in de PvdA over het kabinetsplan illegaal verblijf strafbaar te stellen. Dat is een onzinmaatregel, moeilijk uitvoerbaar, inhoudelijk dubieus en vooral bedoeld als ontmoediging om naar Nederland te reizen. Ik ken geen verstandig jurist die denkt dat het kan werken of zal helpen. De staatssecretaris erkent zelf dat het om symboliek gaat.

Dat kwam bovenop het debacle rond de zelfdoding van Dolmatov in een Rotterdamse vreemdelingencel. Het leidde tot politieke toezeggingen over meer aandacht voor de ‘menselijke maat’ en een verzachting van het snoeiharde detentiesysteem. Dat is voor vreemdelingen strenger en onvoorspelbaarder dan voor moordenaars en dieven.

Het regent al een tijdje waarschuwingen dat het Nederland met het vreemdelingenbeleid de verkeerde kant op gaat. Vorige maand constateerde het College voor de Rechten van de Mens dat het kabinet te grote risico’s neemt en de „ondergrens van haar verplichtingen opzoekt”. Dezelfde waarschuwing gaf een ander wettelijk college, de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken. In het jaarverslag wordt gezegd dat het kabinet „wel heel scherp aan de wind zeilt” met steeds strengere migratiebeperkingen. De commissie stelt de retorische vraag of de grenzen van een streng maar rechtvaardig migratiebeleid niet zijn bereikt. Een ‘sluitend’ migratiebeleid is een illusie. Niet-uitzetbaren zullen altijd blijven.

Ook in de rechtspraak kraakt het. Rechter Dana Baldinger promoveerde laatst in Nijmegen op de rechterlijke behandeling van asielzaken. Zij concludeert dat de manier waarop de Raad van State met allerlei bewijsregels de bestuursrechters beperkt in hun vrijheid, strijdig is met het Europees recht. De Hoge Raad studeert intussen al een poosje op de vraag of het opsluiten van illegalen wel spoort met het Europese recht. De advocaat-generaal gaf al een negatief advies. Het ‘uitroken’ van illegalen door ze willekeurig en herhaaldelijk op te sluiten lijkt strijdig met Europees recht.

Gisteren deed strafrechthoogleraar Theo de Roos een duit in het zakje. In zijn afscheidsrede, gewijd aan onzorgvuldige wetgeving, noemde hij de strafbaarstelling van illegaliteit als mooi voorbeeld van fact-free politics. Als een maatregel er maar daadkrachtig en effectief uitziet, is het al gauw goed. De enige preventieve werking die er volgens hem van uitgaat, is dat eventueel uitgebuite illegalen wel drie keer zullen nadenken voordat ze aangifte doen wegens mensenhandel.

Overal in de rechtsstaat branden dus waarschuwingslampjes – veel strikter beleid dan nu kan niet. De politiek kan meer correcties op basis van Europees recht verwachten. Intussen loopt de spanning op nu asielzoekers in detentie aan honger- en dorststakingen zijn begonnen. De Immigratie- en Naturalisatiedienst stelde er deze week de presentatie van het jaarverslag voor uit. Een staatssecretaris die de Kamer net een ‘humaner’ beleid beloofde, is niet gediend met meer sterfgevallen.

Tijd om verkoeling te zoeken in de cijfers. Hoe streng, royaal of populair is Nederland eigenlijk? Zeggen cijfers iets over de humaniteit van ons vreemdelingenbeleid? Is het echt nodig om vreemdelingen met meer kracht te ontmoedigen hierheen te reizen?

Uit het rapportje ‘Vluchtelingen in getallen 2012’ van Vluchtelingenwerk valt op dat Nederland binnen de Europese Unie maar beperkt aantrekkelijk is voor vluchtelingen. Nederland (70.000 erkende vluchtelingen) had in 2011 een aandeel van 4,2 procent in de EU-asielstroom. De trend is afnemend - Nederland is een dalende middenmoter. De topbestemmingen voor vluchtelingen zijn Frankrijk, Duitsland, Zweden en Italië, die allen aandelen van meer dan tien procent hebben.

Jaarlijks laat Den Haag ongeveer 10.000 vluchtelingen toe, tijdelijk of definitief. En er vertrekken er tussen de 21.000 en 26.000. Het toelatingsbeleid tot Nederland is opmerkelijk ruimhartig. Van de asielzoekers uit 2011 werd een stevige 43,2 procent op verschillende juridische gronden toegelaten en 56,8 procent afgewezen. Het Europese gemiddelde toelatingen ligt veel lager, op 25 procent. Nederland zit met Portugal, Noorwegen, Finland en Zwitserland in de kopgroep van meest toegankelijke landen. Al deze landen scoren tussen de 40 en 43 procent. Het makkelijkst toegankelijke land voor asielzoekers is Portugal, met 50 procent. Ook relatief makkelijke bestemmingen zijn Denemarken, Groot-Brittannië, Oostenrijk en Zweden met 30 tot 38 procent.

En heeft het als asielzoeker in Nederland zin om in beroep te gaan tegen een afwijzing? De bestuursrechter wees in 2011 23 procent van die verzoeken toe. Als de IND daarna bezwaar maakt bij de Raad van State, wat standaard gebeurt, dan verliezen 76 procent van asielzoekers alsnog. De kans op toelating alsnog via de rechter is erg klein.

Er is dus niet echt reden om het asielbeleid verder te verscherpen, stel ik vast. Er is zelfs ruimte voor enige versoepeling. Zelfs met een vrij makkelijke toegang tot Nederland daalt de belangstelling, die overigens relatief beperkt is. Je zou daar ook vragen bij kunnen stellen. Waarom gaan migranten in nood eigenlijk liever naar Italië dan naar Nederland?

De auteur is juridisch redacteur. @folkertjensma