Als iedere hoop op vrijlating is ontnomen

Met Guantánamo weer in het nieuws en een nieuwe Koning op de troon is het wel aardig het gratiebeleid voor oorlogsmisdadigers even op te halen. Met uitzondering van de Vier van Breda kwamen rond 1960 alle oorlogsmisdadigers vrij. Inclusief diegenen wier doodstraf eerder in levenslang was omgezet: kampbeulen, leden van moordcommando’s en jodenjagers. Mensen die

Met Guantánamo weer in het nieuws en een nieuwe Koning op de troon is het wel aardig het gratiebeleid voor oorlogsmisdadigers even op te halen. Met uitzondering van de Vier van Breda kwamen rond 1960 alle oorlogsmisdadigers vrij. Inclusief diegenen wier doodstraf eerder in levenslang was omgezet: kampbeulen, leden van moordcommando’s en jodenjagers. Mensen die onbeschrijflijke misdrijven pleegden en de slachtoffers maakten die dit weekend worden herdacht. Maar al 15 jaar na de oorlog vond Nederland hun straf wel voldoende. Ook aan levenslang kan bij leven nog een einde komen. Jarenlang was dat een maatschappelijk geaccepteerd rechtsbeginsel.

Bij het ICC, het internationale strafhof voor oorlogsmisdrijven, opgericht in 2002 geldt dat ook. Daar is vastgelegd dat levenslange straffen na 25 jaar opnieuw worden beoordeeld. Veroordeelde plegers van genocide hebben dus een wettelijk recht op herbeoordeling van hun straf, met kans op vrijlating. Nederlandse levenslang gestraften hebben dat recht niet. Hier geldt ‘levenslang is levenslang’. Gratie bestaat wel, maar alleen als politieke gunst. Sinds 1986 kreeg hier niemand meer gratie, met uitzondering van één terminaal zieke die een paar weken voor zijn dood de gevangenis uit mocht. Van Albayrak tot Teeven – sinds 2004 zit de deur hier definitief op slot.

Ik ontleen dit aan het aprilnummer van Justitiële Verkenningen (JV), het wetenschappelijk tijdschrift van Justitie, geheel gewijd aan de levenslange gevangenisstraf. Op de redactie discussieerden we deze week over het gebruik van gratiëringen bij troonswisselingen. Daarvan stond overigens tevoren vast dat die er niet zou komen. Althans zo stond het droogjes vermeld op de site van het Koninklijk Huis. Argument: dat past niet in onze traditie. Een pardon voor uitgeprocedeerden is geen taak voor het staatshoofd, maar voor de politiek.

Nu zien ook wij de Koning niet graag bezig met praktische politiek. Dat neemt niet weg dat een kabinet zo’n staatsrechtelijke ‘rite de passage’ kan aangrijpen voor een gebaar. Er zijn allerlei volwassen democratieën waar dat gebeurt. Zo verscheen er maandag een commentaar in de krant over barmhartigheid en vergevingsgezindheid, als dragende beginselen in een rechtsstaat. Ook dat zou een ‘droom voor ons land’ kunnen zijn, nietwaar.

Maar zouden nu ook levenslang gestraften daarvan in theorie moeten kunnen profiteren? Daarover bleven de meningen verschillen. Het JV-nummer zet nu alle feiten op een rij. De breuk in het beleid, hierboven beschreven, wordt historisch genoemd. Tot 1986 kon een gratieverzoek al na 15 jaar straf worden overwogen. Daar is een nieuwe rechtlijnigheid voor in de plaats gekomen. Levenslang gestraften worden al uitgesloten van deelname aan reïntegratieprogramma’s tijdens hun straf. De voorzichtige conclusie van de bundel is dat de Nederlandse praktijk in de komende jaren in strijd zal komen met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Europese verdragslanden hebben zich verplicht levenslang gestraften een ‘redelijk perspectief op vrijlating’ te bieden. Levenslang moet dus verminderbaar zijn. Anders kan er sprake zijn van een onmenselijke of vernederende bestraffing. Het ontnemen van iedere hoop op vrijlating wordt gezien als een inbreuk op de menselijke waardigheid. „Op theoretisch niveau heeft deze opvatting op het Europese vasteland vrijwel een monopolie verworven”, aldus Dirk van Zyl Smit, hoogleraar penitentiair recht in Nottingham.

Het onmenselijke van onverminderbaar levenslang zit in de definitieve afschrijving van de betrokkene. Zijn leven is niets meer waard, zijn bestaan nutteloos. Alleen de dood biedt nog uitkomst – dat in Guantánamo honderd gedetineerden hongerstaken tekent de wanhoop. In JV worden de effecten van deze straf historisch onderzocht: depressie, aftakeling, vervlakking, afstomping, desintegratie van persoonlijkheid, identiteitsverlies. Deze gedetineerden worden snel zeer hulpbehoevend. Iedere drijfveer in hun leven is weg. Zij kunnen nergens naar toe leven, behalve naar de dood. Een behandeling, eigen ontplooiing, bijdragen aan herstel, alles is zinloos.

De Nederlandse gratieregeling voldoet nog aan de Europese minimumnorm, op papier. Maar als Nederland volhoudt gratie te weigeren kan dat veranderen. Straatsburg lijkt op te schuiven naar de eis dat het perspectief op vrijlating ook redelijk of realistisch moet zijn.

De meeste Europese landen kennen regelingen waarbij de rechter na vaste periodes uiteenlopend van tien jaar (België) tot vijfentwintig jaar (Rusland) de levenslange straf heroverweegt. Alleen Nederland dus niet. En gratie is hier geen beslissing van de rechter, maar van de staatssecretaris. Nu zitten er hier in de gevangenis 32 tot levenslang veroordeelden van wie er 22 pas na 2000 zijn gevonnist. Het gros zit nog te kort om harde conclusies over de houdbaarheid van de Nederlandse gratieregeling aan te trekken. Feitelijk zaten er maar drie langer dan 20 jaar – hun verzoeken zijn allemaal geweigerd. Te weinig om de gratieregeling juridisch al onbruikbaar te verklaren. Naarmate het aantal weigeringen groeit wordt die kans groter. ‘Levenslang is levenslang’ is niet houdbaar. Feitelijk is het marteling.

(gepubliceerd  in NRC Handelsblad op 4 mei)

Reageren? Volledige naamsvermelding verplicht.