Voorzichtig optimisme

Ondanks de economische crisis stijgen de koersen op de beurs. En dus wordt beleggen weer populair. Maar hoe ga je om met de risico’s? Joost Ramaer

Goed – Nederlanders lijken momenteel liever te beleggen dan te sparen. Dat is alleen wel veel ingewikkelder. Je hebt om te beginnen een speciale rekening nodig. Zonder een zogeheten beleggingsrekening kun je niets in de wereld van aandelen en obligaties. Op zo’n account gebeurt veel meer dan op een gewone betaal- of spaarrekening, ook als je zelf even niet actief bent op de beurs. Voortdurend gaan er kleine en grote bedragen in en uit. Je betaalt bewaarloon, transactiekosten voor aan- en verkopen, soms prestatievergoedingen, je ontvangt rente en dividenden.

Maar het moeilijkste is dat je bij beleggen voortdurend moet kiezen. Waarin beleg ik? In aandelen, obligaties, vastgoed? In individuele effecten, ‘titels’ genaamd? In actief beheerde fondsen? In ‘passieve’ ETF’s ofwel trackers, die volautomatisch een index of andere verzameling onderliggende effecten volgen? In combinaties van dat alles?

Gelukkig zijn er tegenwoordig internetbrokers, zoals Alex, Binck en Today’s, waar je tegen lage kosten kunt handelen via gebruiksvriendelijke webplatforms. Thuis op de laptop, of onderweg op de smartphone. Die platforms bieden ook heel veel informatie over koersen en andere ontwikkelingen op de financiële markten. Daarvoor kun je ook elders terecht, bij sites als Beurs.nl, Belegger.nl, IEX.nl, Bloomberg, Reuters en Morningstar. Er is een overweldigend aanbod aan informatie en cursussen hoe te beleggen, betaald en gratis, online en in zaaltjes.

Het beleggen is de afgelopen tien, vijftien jaar radicaal gedemocratiseerd; de kenniskloof tussen leek en professionele belegger is spectaculair verkleind. Uitbesteden kan ook, voor wie al dat voortdurende kiezen te veel is. Want zelfs vermogensbeheer is niet langer voorbehouden aan miljonairs. Bij partijen als iBeleggen en Indexus kun je al terecht vanaf twintig of dertig mille, tegen lage tarieven. Zij beleggen dat geld meestal geheel of overwegend in goedkope en eenvoudige trackers. Via het web kun je op de voet volgen hoe je portefeuille zich ontwikkelt.

Maar de grootste revolutie in het moderne beleggen is die van de schade en de schande, van de bloedbaden die de internetzeepbel van 2000-2002 en de kredietcrisis van 2008-2010 onder beleggers aanrichtten. Vóór die tijd waren particuliere beleggers vooral rendementsjagers. Nu moeten zij streven naar minimale verliezen, niet naar maximale winsten. Zij moeten BIG’gen, zo worden Hans Oudshoorn en Peter Siks niet moe te herhalen tegen hun cursisten van de Alex Academy, de beleggersschool voor klanten van de gelijknamige webbroker. Voorop staat Behoud van je vermogen. Tweede prioriteit is het Inkomen uit dat vermogen: rente en dividenden. Pas dan komt de Groei van het kapitaal – op papier, via koersstijgingen, en in harde contanten, door op de juiste momenten te kopen en verkopen.

Sparen is niet meer zo veilig, weten we sinds de kredietcrisis. Maar dat maakt beleggen niet veiliger. Kunnen we meer verdienen door te beleggen en toch het verliesrisico beperken? Ja, dat kan, zo demonstreert Oudshoorn met een rekenvoorbeeld.

Stel, je begon in juli 2001 met beleggen in trackers die één op één de AEX-index volgen. In juli 2010, precies tien jaar later, verkocht je ze weer. Bij het begin in 2001 stond de AEX op 581,1 punten, aan het eind in 2010 noteerde hij 313,3 punten. Om de trackers betaalbaar te houden vertegenwoordigen ze per stuk eentiende van de index; hun begin- en eindkoersen zijn dus 58,11 en 31,33 euro. Investeerde je de 25 mille in één keer, dan kocht je aan het begin 430 trackers op 58,11. Je verlies aan het eind was dan precies zo groot als dat van de index zelf: 46 procent.

Kocht je ieder jaar in juli voor 2.500 euro, dan had je je trackers ingeslagen tegen wisselende koersen. Gemiddeld voor 37,82 euro per tracker. Dan was je geëindigd met 661 trackers en een verlies van ‘slechts’ 7,46 procent.

De dividenden uit de aandelen onder de trackers maken dat verschil nog groter. Had je ieder jaar in juli 2.500 euro geïnvesteerd en al die dividenden consequent herbelegd in nog meer AEX-trackers, dan had je in 2010 784 trackers bezeten met een totale verkoopwaarde van 27.440 euro. Een rendement van 9,76 procent, terwijl de AEX met 46 procent kelderde.

Regelmatig een beetje beleggen levert dus veel meer op dan in één keer een fors bedrag – het lijkt wel sparen. Oudshoorn noemt deze strategie ‘Egyptisch beleggen’, vanwege de piramidale structuur. Aan de basis – bij lage koersen – krijg je meer waar voor je 2.500 euro dan aan de top, wanneer de koersen hoog zijn.

Zo’n strategie behoedt Jan de Belegger meteen ook voor een van zijn meest gemaakte fouten: kopen op het hoogtepunt van de markt, en verkopen op het dieptepunt. BIG’gen is beter dan je gek laten maken door de kapper en je kroegmaten.