Voelen en mijmeren tussen slapen en waken

Deniz Kuypers: Dagen zonder Dulci. Anthos, 204 blz. € 17,95

Nee, debutant Deniz Kuypers (1981) verklapt helemaal niets van het verloop van zijn roman door deze de titel Dagen zonder Dulci mee te geven: Dulci is namelijk al op de eerste pagina met de noorderzon vertrokken. De eerste zin (een mooie) luidt: ‘Mijn zus verdween in de winter, het seizoen dat voor verdwijningen bestemd lijkt te zijn.’ De zin is opgetekend uit de mond van een jonge vrouw met een al even onwaarschijnlijke naam als haar verdwenen zus: Sylph. Zij zal in de 200 pagina’s die volgen uit de doeken doen wie haar zus Dulci was en hoe het is om zonder haar te leven. Door zijn roman zo te construeren heeft Kuypers het zichzelf niet makkelijk gemaakt. Niet alleen moet Sylph als ‘drager’ van het verhaal een begenadigd verteller blijven, ook de mythe die na het lezen van de eerste zin rond Dulci hangt moet in stand worden gehouden. Vergelijk het met de eerste zin van Turks Fruit, waarin ook een standbeeld voor een vrouw werd aangekondigd: ‘Ik was aardig in de rotzooi terecht gekomen nadat ze bij me was weggegaan.’ Waarna Wolkers in de vorm van Olga een vrouw schetste die je ook inderdaad in de rotzooi leek te kunnen brengen.

Helaas blijven tot de verbeelding sprekende anekdotes over Dulci achterwege en krijgt ze geen vlees om de botten. Dat komt doordat Kuypers vooral inzet op wat Dulci’s vertrek met het ‘gevoelsleven’ van Sylph doet. En dat liegt er niet om. Hoewel ze zich aanvankelijk beklaagt over een tekort aan emoties, komt ze er later bijkans in om. Het portret van Dulci zelf blijft echter zo flets dat je amper met Sylph meeleeft.

Dagen zonder Dulci is een erg pathetisch boek. En niet alleen op de momenten dat Sylph aan het woord is. Ieder personage, of het nu een ouder van Sylph betreft, een psychiater of het wat druileri vriendje van Sylph, spreekt in topzware zinnen. De woordoogst van één pagina: ‘verbitterd’, ‘steek van medeleven’, ‘het leven pakt niet uit’, ‘dat wens je niemand toe’, ‘mijmerend’, ‘schuldig over voelde’, ‘angsten en problemen’, ‘vrede met hen sluiten’, ‘nooit van gekomen’, ‘geen raad weten’. Et cetera. Kuypers zit, om het op z’n CDA’s te zeggen, nogal vol op het orgel, wat leidt tot een boek dat te vaak leest als een smartlap.

Wat deze jonge schrijver al wel in de vingers heeft is het creëren van een sfeer die het midden houdt tussen slaap en waken. Om een reden die hier maar beter niet verklapt moet worden vertroebelt Kuypers de blik van Sylph en laat hij haar de wereld aanschouwen alsof ze gedrogeerd is. Nu moet hij nog leren doseren, want in zijn debuut is hij te duidelijk uit op de snik van de lezer. En om een andere Nederlandse schrijver aan te halen: gevoelig schrijven is een pest.