Verantwoording heeft zin

Met de presentatie van de jaarverslagen van de departementen over het gevoerde beleid en het commentaar hierop van de Algemene Rekenkamer, rijst elk jaar de vraag over het nut van deze verantwoording. En die vraag betreft niet zozeer de rapportages op zichzelf, alswel het debat dat de Tweede Kamer hierover traditioneel in mei voert.

Dit jaar was dat niet anders. De Tweede Kamer had gisteren nagenoeg de hele vergaderdag ingeruimd om met het kabinet te debatteren over, ja over wat eigenlijk? Want als gevolg van politieke ontwikkelingen zijn wederom verslagen gepresenteerd over een jaar waarin nauwelijks is geregeerd. Vanaf 23 april van het afgelopen jaar verkeerde het kabinet Rutte-Verhagen in demissionaire staat. Pas een kleine zeven maanden later, op vijf november, kende Nederland met de coalitie van VVD en PvdA weer een volwaardig kabinet. De begroting over 2012 kwam tot stand door drie verschillende (gelegenheids)coalities van in totaal zeven partijen.

Voor politici die per definitie de neiging hebben naar de toekomst te kijken in plaats van naar het verleden, was het verantwoordingsdebat politiek gesproken dan ook een weinig aanlokkelijke gebeurtenis. Maar dat maakte het debat niet minder van belang. De ophef over de controle op door het Rijk verstrekte toeslagen illustreert nog eens de noodzaak van een goede verantwoording. Of het kabinet al dan niet demissionair was, doet veel minder ter zake, blijkt uit de door de Rekenkamer geuite kritiekpunten.

Het overzicht over 2012 dat de departementen hebben gepresenteerd bevestigt het sombere beeld dat nu al een paar jaar wordt uitgedragen. De ontwikkelingen vielen het afgelopen jaar opnieuw tegen vergeleken bij de begroting. Er werd uitgegaan van een bescheiden groei met 0,75 procent, maar er bleek uiteindelijk sprake van een krimp van bijna 1 procent.

Positief is dat ondanks de demissionaire staat van het kabinet een flink deel van het voorgenomen bezuinigingsbedrag – met dank aan een deel van de oppositie – toch nog is gehaald.

Maar de jaarverslagen en het commentaar van de Rekenkamer laten tevens zien dat snijden in eigen vlees voor de overheid nog altijd een moeizame exercitie is. Bezuinigingen formuleren is één ding. Maar deze vervolgens daadwerkelijk in de vorm van bereikte resultaten op de begroting kunnen inboeken, blijkt elke keer weer aanzienlijk moeilijker. In de jaarverslagen zijn hiervan diverse voorbeelden te vinden.

Aandacht van de Tweede Kamer voor het gevoerde beleid blijft van het grootste belang. Daarom is het platform voor die aandacht, verantwoordingsdag dus, van niet te onderschatten betekenis.