Toen in alle Europese steden alles in beweging was

Jan Guillou: Dandy uit het noorden. Vert. Bart Kraamer. Prometheus, 288 blz. € 15,-****

In de roman Dandy uit het noorden staan op elke bladzijde wel een paar briljante zinnen die beklijven. Deze bijvoorbeeld: ‘De angst van de kunsthatende kunstliefhebbers voor nieuwe kunstvormen was fascinerend in al zijn onbegrijpelijkheid. Waar waren ze bang voor? Of liever, wat maakte hen zo woedend dat ze zelfs begonnen te vechten na een balletvoorstelling?’

Deze passage naar aanleiding van de wereldpremière van Stravinksy’s Le Sacre du Printemps in Parijs op 29 mei 1913 geeft treffend de sfeer en inzet van de roman weer: de ontwikkeling van de kunsten uit de eerste helft van de 20ste eeuw, waarin een van de hoofdpersonen, Sverre, een beslissende rol speelt. Niet als kunstenaar, maar als bewonderaar en belangstellende.

De roman heeft een epische opzet: aan de hand van drie broers reist de lezer door het begin van de 20ste eeuw. Elk van de dertien hoofdstukken telt, afgezien van een overkoepelende titel, een plaatsaanduiding en een jaartal.

Het eerste hoofdstuk speelt zich af in 1901, in het Britse Wiltshire, niet ver van Londen. Onder de titel ‘Een andere wereld’ schetst Guillou de ontluikende homoseksualiteit van een van de broers, Sverre. De andere twee zijn Oscar en Lauritz. Ze delen een technische achtergrond en zijn vervuld van idealen op mechanisch en artistiek gebied. Het zijn blonde, breedgeschouderde Vikingbroers, opmerkelijk hetzelfde van uiterlijk maar toch verschillend. ‘Zo gelijk aan de buitenkant en toch zo ongelijk aan de binnenkant.’

De kunstzinnige Sverre distantieert zich steeds meer van zijn broers, pur sang mécaniciens. Hij beweegt zich in de artistieke kringen van Londen en Parijs, gaat een liefdesband aan met de aristocratische Albie, een ‘gentleman’, en laaft zich in geestelijk opzicht aan schrijvers in en rondom de befaamde Bloomsburygroep, onder wie Oscar Wilde, Bernard Shaw en Lytton Strachey.

Sverre bezoekt de theaters van West-Europa. In het Nationaal Theater van Kopenhagen is hij getuige van een voorstelling van Een vijand van het volk door Henrik Ibsen. Het is zomer 1907. Hij verbaast zich over de beklemmende atmosfeer in de schouwburg, hij mist de elegantie en de ‘spirituele humor’ van het Britse theater. Een Noor, stelt hij, bezoekt het theater om ‘duistere onderwerpen’ te aanschouwen ‘alsof je in het geheim naar echte mensen keek die hun hart openden’.

Om zich nog meer te laven aan de kunsten bezoeken hij en zijn vriend Parijs, waar ze getuige zijn van een woest ballet, in de vertaling getiteld Het lenteoffer; Le Sacre dus. Er ontsteekt een collectieve razernij onder het conservatieve, kunstminnende publiek. De Britten staan versteld: zoveel haat kan kunst oproepen.

Zelf hebben ze die haat ondervonden wegens hun openlijke homoseksuele gedrag in de hogere kringen. Fatsoensregels zijn er niet alleen in maatschappelijk opzicht, ook op artistiek gebied. De kunstwereld vóór het losbreken van WO I is in alle Europese hoofdsteden in beweging; in Parijs wekken de ‘gedegenereerde’ impressionisten en postimpressionisten schandaal. In Kopenhagen is het Ibsen.

Op inventieve manier verweeft Guillou in het laatste hoofdstuk de kunstliefde van Sverre met de maatschappelijke veranderingen. Hij ontwikkelt zich tot een schilder die experimenteert met nieuwe technieken. De Wereldoorlog lijkt aan hem voorbij te gaan, totdat hij in het vredesjaar 1918 verneemt dat zijn hartsvriend Albie tijdens de gevechten van de Britten tegen de Duitsers is omgekomen in Oost-Afrika.

Deze gruwelijke waarheid ontwricht zijn leven, en hij vindt pas troost als hij aan het slot vlucht naar Berlijn in de schaduw van de Brandenburger Tor, en daar, als bij toeval, zijn beide broers ontmoet. Treffend heet dit laatste hoofdstuk ‘Een nieuw begin’. Het is april 1919, voorjaar: de uit elkaar gedreven broers vinden elkaar weer. Kunst en techniek hebben zich verzoend.

Dandy uit het noorden is het tweede in een reeks die De grote eeuw heet. In het eerste deel, Bruggenbouwers, kwam de technische begaafdheid van de drie broers aan de orde. Nu is het de enerverende ontwikkeling van de West Europese kunsten die de toon bepaalt. In de mooie, soepele Nederlandse vertaling krijgt de lezer met Guillous romanreeks iets prachtigs in handen. Kunst, techniek en persoonlijke ontwikkeling gaan erin samen tegen de achtergrond van een razendsnel veranderend Europa.