Stalbranden los je niet op met alleen brandwerende platen

Jaarlijks sterven er bijna 150.000 dieren door brand in de stal. Waarom gelden de strengere eisen alleen voor nieuwe stallen, vraagt Lydia van Altena zich af.

Donderdagavond 18 april, uur of zeven. Iets ten noorden van het landgoed Baest in het dorpje Spoordonk woedt een hevige brand. Rond achten is de burgemeester onderweg naar een vergadering. Hij hoort van de brand en besluit polshoogte te nemen.

De brandweer heeft een zware klus. Er is onvoldoende bluswater. Net benedenstrooms de Spoordonkse watermolen wordt water uit de Beerze gepompt. Ze krijgt de vuurzee onder controle. Om 21:05 wordt het sein brand meester gegeven.

De burgemeester neemt de situatie in zich op. „Ik wil de getroffen mensen een steun in de rug bieden”, zegt hij, en stelt hen gerust met de woorden: „Er zijn gelukkig geen persoonlijke ongelukken gebeurd.”

De brandweercommandant verwacht nog lang te moeten nablussen. Er zijn meer dan vijfduizend varkens bij de brand omgekomen.

Drie dagen later, Nieuw-Roden. Vijfhonderd varkens komen om bij een stalbrand.

Vorige week donderdag, 9 mei. Rondom een boerderij in Woudenberg kleuren grote grijze rookwolken de lucht vervroegd donker. Vlammen schieten uit het dak. Meerdere brandweerwagens snellen naar de plek van het onheil. Samen krijgen de lieden het vuur gedoofd.

Een paar koeien hebben het overleefd. Zij worden naar buiten geleid. Een aantal lijkt in shocktoestand te verkeren. De meesten zijn er zeer slecht aan toe. De veearts komt langs om ze uit hun lijden te verlossen.

Deze drie branden zijn geen incidenten. Jaarlijks komen er in Nederland gemiddeld bijna 150 duizend dieren om bij een brand, aldus het Onderzoek naar brandveiligheid voor dieren in Veestallen. Knelpunten en verbetermogelijkheden (2012) van de Universiteit Wageningen.

Om het aantal branden en getroffen dieren te verminderen, werd al in 2011 het Actieplan Stalbranden 2012-2016 gepubliceerd. Begin dit jaar nam staatssecretaris Sharon Dijksma van Economische Zaken het advies in ontvangst. Er komen andere eisen voor nieuwbouw, bijvoorbeeld voor brandwerend materiaal. Het kabinet neemt dit advies over, maar wil de strengere eisen niet opleggen aan reeds bestaande stallen.

Het kan dus nog tientallen jaren duren voordat alle stallen brandveilig zullen zijn.

Terug naar de vorige eeuw: 4 februari 1997. Een ziek varken in Venhorst blijkt de varkenspest te hebben. Er wordt niet adequaat gereageerd. Op 16 april zijn de eerste honderd bedrijven besmet. Op 8 september vierhonderd. Elf miljoen varkens worden geruimd.

Er bestond een vaccin tegen de varkenspest, maar werd om economische redenen niet gebruikt. Het virus is ongevaarlijk voor mensen.

Begin 2001. Er heerst een mond- en klauwzeer epidemie in Europa. Nederland ontspringt ook deze dans niet en vele bedrijven raken besmet. Er wordt op grote schaal preventief geruimd.

Tien jaar voor de uitbraak werd de vaccinatie afgeschaft. Voor mensen is het MKZ-virus ongevaarlijk. Minister Brinkhorst (D66), de toenmalig minister van landbouw, zegt dat de boeren geen krokodillentranen moeten huilen om de ruimingen.

Al deze incidenten hebben met elkaar gemeen dat ze zich voor een groot deel afspelen in de bio-industrie. In Nederland worden per jaar ongeveer 450 miljoen landbouwhuisdieren gehouden. We verstaan de kunst om deze enorme aantallen voor een groot deel aan het zicht te onttrekken. De dieren worden gehouden in dun bevolkt gebied. Ze komen veelal niet buiten en de muren hebben geen ramen.

Tijdens een incident ontsnapt een klein deel van de ellende naar buiten. Middels geluid. Het gekrijs van dieren die verbrand worden terwijl ze geen kant op kunnen. Middels beeld. Metalen grijpers die dode varkens tijdens ruimingen naar buiten hijsen. Middels de stilte. De lege weilanden, waar de dieren ooit mochten verblijven.

‘The silence of the lambs’ (uit de gelijknamige film) had betrekking op een dialoog tussen Clarice en Dr. Lecter over de jeugd van Clarice. Op een dag vluchtte ze van de boerderij waar ze woonde, met een paard dat geslacht zou gaan worden. Die ochtend, heel vroeg, werd ze wakker. Door het geschreeuw van de lammeren.

Het schreeuwen van de varkens in Spoordonk, in Nieuw-Roden, en van de runderen in Woudenberg, doet ook ons weer wakker schrikken. De geruststellende woorden van de burgemeester zijn niet zalvend genoeg om ons in slaap te doen vallen. Daarvoor waren er de afgelopen jaren te veel incidenten.

Tegen het vuur kunnen we brandwerende maatregelen treffen, tegen ziektes kunnen we de dieren inenten en antibiotica toedienen – maar het zijn slechts doekjes tegen het bloeden.

Een dier in de bio-industrie wordt gereduceerd tot een stuk vee, of erger, een productiemiddel. Zijn bestaansrecht gereduceerd tot louter het aantal kilogrammen dat hij weegt. Als we willen voorkomen dat zo veel dieren vroegtijdig omkomen, zullen we anders over dieren moeten gaan denken – en anders handelen. Door letterlijk de muren weg te nemen en de dieren vol in het zicht te brengen. Door terug te gaan naar een kleiner aantal dieren. Wij hebben de grenzen van onze efficiëntie reeds lang overschreden.

Laten we de dieren hun basisbehoeften teruggeven. Zij kunnen het ons niet vragen. Wij hebben die verantwoordelijkheid. Want, zoals de filosoof Jeremy Bentham(1748-1832) zei: ‘Het gaat er niet om of dieren kunnen redeneren of kunnen praten. Het gaat erom of ze kunnen lijden’.