Schimmige oliewereld vraagt om toezicht

Brussel zoekt – ook bij Shell – naar bewijzen voor prijsafspraken in de oliewereld. Hoe komen die prijzen tot stand?

Achterdocht aan de pomp is van alle tijden. Waarom blijft de benzineprijs hoog als de olieprijzen dalen? Waarom betalen we in Nederland de hoogste benzineprijs van heel Europa, zoals de Duitse autoclub ADAC gisteren nog een fijntjes naar buiten bracht om de Duitsers te waarschuwen waar je wel en niet moet tanken als je het Pinksterweekeinde op stap gaat.

Het onderzoek dat de Europese mededingingscommissaris Joaquin Almunia bij tal van spelers in de olie-industrie laat uitvoeren, maakt het gevoel alleen maar sterker dat er iets niet in de haak is.

Dinsdag werden invallen gedaan bij de kantoren van Shell en BP in Londen en Rotterdam. Ook in Noorwegen bij Statoil werd gezocht naar bewijs dat er mogelijk prijsafspraken zijn gemaakt door de grote maatschappijen.

Maar het onderzoek is breder. In Rotterdam wordt bij oliehandelaar Argos ook al dagenlang in de administratie gespit. Mogelijk wordt ook op andere plaatsen in de olieketen gezocht, maar daarover hebben de Europese Commissie noch betrokkenen mededelingen gedaan.

Onderzoek bij het in Zwitserland gevestigde Russische bedrijf Gunvor zou, volgens ingewijden, voor de hand liggen. Het bedrijf is in het verleden beschuldigd van marktmanipulatie door met een plotseling groot aanbod de prijs te drukken, vervolgens groot in te kopen en weer te verkopen als de prijs hoger is.

Bijzondere aandacht is er voor het in Groot-Brittannië gevestigde agentschap Platts dat dagelijks aan de hand van de handel op de spotmarkt de ‘middenprijs’ bepaald voor olie en olieproducten. Een puntje meer of minder in deze index heeft enorme gevolgen, omdat 80 procent van de wereldhandel, in olie en olieproducten – ter waarde van bijna 2.000 miljard euro – gebaseerd wordt op deze referentieprijs.

Alles draait om de vraag hoe Platts tot die prijs komt. De index wordt al meer dan honderd jaar vastgesteld op basis van vraag en aanbod in de markt. Vandaag de dag gebeurt dat elektronisch in het laatste uur van de handelsdag. Iedereen die door Platts wordt toegelaten brengt dan zijn handelsgegevens in. De prijs die om 17.30 uur Londense tijd staat, geldt als de prijs die de volgende dag wordt genoteerd.

Maar deelname aan Platts is niet verplicht en niet voor iedereen mogelijk. Waarnemers noemen de markt buitengewoon ondoorzichtig. Onderlinge afspraken zijn bepalend. Er wordt al jaren gepleit voor onafhankelijk toezicht.

Het Hongaarse Pannonia Ethanol probeert bijvoorbeeld toegang te krijgen tot Platts. Het bedrijf, eigendom van Ierse investeerders, heeft vorig jaar een eerste fabriek neergezet in Hongarije waar het ethanol maakt uit mais. Een tweede fabriek staat op stapel. Deelname aan Platts is essentieel voor Pannonia Ethanol, maar de deur blijft dicht. De directie heeft begin dit jaar een klacht ingediend bij de Europese Commissie en om opheldering gevraagd.

Het is niet het enige bedrijf dat aan de bel heeft getrokken. Vorig jaar pleitte het Franse Total om meer toezicht op de totstandkoming van de index. „De genoemde prijzen wijken regelmatig af van onze eigen ervaring die dag en van de handelsinformatie waarop die prijzen zijn gebaseerd”, aldus Total.

Als de prijzen inderdaad gemanipuleerd worden, betekent dat welvaartsverlies voor de consument. En al gaat het om een uiteindelijk verschil van een paar cent aan de pomp, dan nog is dat opgeteld een bedrag van honderden miljoenen euro’s per jaar, stelt Marcel Canoy hoofdeconoom van consultancy Ecorys.

De grote verschillen in benzineprijzen zijn vooral het gevolg van verschillende belastingen in de verschillende landen. Aan de pomp wordt vrij geconcurreerd, stelt hij vast. Mogelijke afspraken over de beginprijs, noemt hij een „relatief slimme vorm van kartelvorming”.

Het onderzoek van de Commissie kan jaren duren en uiteindelijk tot boetes leiden van honderden miljoenen euro’s.