Schandaal op schandaal en niemand helpt hem

De president van de VS verweert zich eindelijk tegen drie schandalen Over Benghazi, de belastingdienst en het afluisteren van AP Dat niemand hem te hulp schiet, heeft hij aan zichzelf te danken

Correspondent Verenigde Staten

Dagenlang tuimelde de regering van president Barack Obama van het ene schandaal in het andere – over Benghazi, de belastingdienst en het bespioneren van persbureau AP. Woensdag was voor het eerst sprake van een gecoördineerde tegenaanval. Het Witte Huis stuurde de chef van de belastingdienst weg en verweerde zich uitvoerig tegen de aantijgingen.

Het belastingschandaal

Het onvrijwillige vertrek van Steven Miller als hoofd van de IRS, de Amerikaanse belastingdienst, bracht Obama woensdagavond zelf naar buiten. Tot nu toe had hij zijn woordvoerder het vuile werk laten opknappen. „Het Amerikaanse volk heeft het recht boos te zijn”, zei Obama. „Ik ben ook boos.”

Millers vertrek volgde na de onthulling vorige week dat de IRS tussen 2010 en 2012 conservatieve groepen extra controleerde. Het zou gaan om circa 75 groepen die verbonden zijn aan de Tea Party-beweging, of die ‘patriot’ in hun naam hebben. Uit een intern onderzoek bleek dat zeker twee IRS-medewerkers in 2010 begonnen met de extra screenings. Dit voedt het Republikeinse vermoeden dat de toch al gehate belastingdienst rechts Amerika vijandig gezind is.

Obama kondigde aan dat hij de belastingdienst scherper in de gaten zou houden. Maar de Republikeinse meerderheid in het Huis van Afgevaardigden heeft weinig belang om daaraan mee te werken. Voor het eerst sinds lange tijd staan niet zij te kijk, maar Obama. Over belastingen nog wel, een ideaal thema om de verdeelde partij te herenigen.

Het afluisterschandaal

Eveneens woensdag kwam minister Eric Holder van Justitie op het Capitool. Hij verscheen op een gespannen hoorzitting voor een Huis-commissie over de IRS en het AP-schandaal. Zijn ministerie had vorig jaar, waarschijnlijk op zoek naar een lek bij de CIA, telefoondata van AP opgeslagen. AP publiceerde in mei vorig jaar, tot groot ongenoegen van Obama’s regering, een verhaal over een verijdelde aanslag met een onderbroekbom. Holder en Obama werden door Afgevaardigden al vergeleken met oud-president Nixon. Holder zei dat niet hij, maar de tweede man op het ministerie opdracht gaf te bespioneren.

Het doofpotschandaal

Ook in het derde schandaal, de mogelijke verdoezeling van belastende feiten over de aanval op het Amerikaanse consulaat in Benghazi, kwam nu een reactie. Deze kwestie was nieuw leven ingeblazen nadat zender ABC had bericht dat het Witte Huis wijzigingen had aangebracht in memo’s aan regeringswoordvoerders. Zo zou weggemoffeld zijn dat de dodelijke aanval een terreuraanslag was.

Het Witte Huis gaf woensdag de originele mails vrij. Daaruit blijkt dat ABC de mails ronduit onjuist geciteerd heeft. Nergens blijkt een bewuste agenda om iets achter te houden.

En niemand helpt Obama

Politiek is het belastingschandaal ernstiger voor Holder en Obama dan Benghazi en AP. Maar de kwesties versterken elkaar Republikeinen vallen over het IRS-schandaal, terwijl Democraten verontwaardigd zijn over het afluisteren. Ook de pers keert zich nu tegen de president.

Obama heeft nooit veel vrienden gehad in Washington. Het is niet zijn stijl om politieke bondgenoten te zoeken, zelfs niet in zijn eigen partij. Nu het Witte Huis zo zwaar onder vuur ligt, is dat isolement bijzonder onhandig voor de president. Nog niemand is hem te hulp geschoten. Tekenend is de reactie van de Democratische fractieleider in de Senaat, Harry Reid. Over AP zei hij: „Ik kan dit niet verdedigen.”