Niet ter zake

Op de radio werd iemand geïnterviewd over een van de ergere dingen des levens: een zware depressie. De geïnterviewde was nogal erg open, dus wij als luisteraars hadden het gevoel dat wij bij hem op schoot zaten. Op een bepaald moment ging het echter over iets schijnbaar niet-dramatisch als het kopen van een huis. Toen zei de geïnterviewde: „Dat ging ook niet helemaal lekker, maar dat doet nu verder niet ter zake.”

Mijn instinctieve reactie is: bij dezen doet het wel ter zake. Als iemand alles wil vertellen, behalve één klein ding, dan is dat kleine ding misschien niet zo heel klein. Zonder dat ik verder in het algemeen geïnteresseerd ben in verhalen over het kopen van een huis, leek dat me nu ineens interessanter dan die hele depressie.

Het is in de taal helaas erg moeilijk om te zeggen dat dingen onbelangrijk zijn. Zodra je dat probeert over te brengen, lijken ze júíst belangrijk. Hetzelfde geldt voor de dingen waar je het niet over wilt hebben. Als je zegt: „Daar wil ik het liever niet over hebben”, zullen de toehoorders meteen denken: ik wil daar alles over weten. Dit is de reden dat het talent van ‘ergens overheen kunnen praten’ niet genoeg gewaardeerd kan worden. Er zijn mensen die het zo goed kunnen dat je het nauwelijks merkt. Misschien zijn er zelfs mensen bij wie je het nooit merkt – bij hen weet je dus niet eens dat ze goed zijn in het over dingen heenpraten.

Er zijn dus mensen die, met wisselend succes, proberen iets niet te vertellen. Er zijn helaas ook mensen die doen alsof ze iets niet willen vertellen, maar het alsnog doen. „Ik heb toen twee operaties achter elkaar gehad, ik zal er verder niet op ingaan...” Nee, inderdaad, denk je, ga daar verder maar liever niet op in. Maar daar komt het hele verhaal. Er worden littekens getoond. Die vast allemaal heel erg ter zake doen, daar niet van.

Paulien Cornelisse schrijft iedere vrijdag op deze plek over taal