Kwart seksuele minderheden in Europa voelt zich bedreigd

Ruim een kwart van de seksuele minderheden in Europa wordt wel eens bedreigd. Eén op de vijf voelt zich op het werk gediscrimineerd. Uit een Europese enquête onder 93.000 lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transseksuelen (LHBT) blijkt dat velen geen aangifte doen, hoewel de helft van de ondervraagden weet dat discriminatie op seksuele geaardheid bij wet is verboden in Europa.

Volgens het European Union Agentschap voor Fundamentele Rechten (FRA), dat deze grootste online-enquête ooit in de EU heeft uitgevoerd, bewijst de uitkomst dat seksuele minderheden nog altijd in een isolement leven.

Die angst wordt bijvoorbeeld gevoed door bedreigingen op straat. Zo antwoordde 26 procent van de respondenten afgelopen vijf jaar een keer geconfronteerd te zijn met (dreigend) geweld. Onder transseksuelen was het percentage nog hoger. Circa 30 procent zegt afgelopen jaar drie keer slachtoffer te zijn geweest. Slechts 17 procent deed aangifte. Driekwart van de homo- en biseksuele mannen zegt niet hand in hand in het openbaar te lopen.

Op jongere leeftijd voelen LHBT’en zich nog geïsoleerder. Tweederde komt op school niet uit voor zijn of haar geaardheid. Meer dan 60 procent heeft op school te maken gehad met een negatieve houding. Ruim 80 procent herinnert zich pesterijen.

Die klimaat wordt volgens bijna de helft van de ondervraagden ondersteund door politici die vaak in kwetsende termen over seksuele minderheden spreken.

Volgens directeur Morten Kjaerum van het FRA illustreert de enquête de noodzaak van pan-Europese maatregelen. „Iedereen hoort thuis, op het werk, op school en in het openbare leven zichzelf te kunnen zijn”, aldus Kjaerum. Het FRA pleit ervoor om een verbod op discriminatie op grond van seksuele geaardheid in alle bestaande en nieuwe wetten van de EU op te nemen.