Kroatië vreest dip in Balkan-handel

Op 1 juli wordt Kroatië lid van de EU. Wie denkt dat de Kroaten daar reikhalzend naar uitzien, heeft het mis. De angst voor negatieve effecten op de economie is groot.

De EU-toetreding kost al snel duizenden banen. Foto Nick Hannes/HH

Zagreb. - Familiebedrijf in vleesproducten Gavrilovic uit het Kroatische stadje Petrinje is een kwaliteitsmerk in voormalig Joegoslavië. Het logo – lachend meisjesgezicht met traditioneel hoofddeksel – is in de regio net zo bekend als Zeeuws Meisje in Nederland. Het nieuws dat Gavrilovic (‘Familietraditie sinds 1690’) in de toekomst leverpastei in buurland Bosnië-Herzegovina gaat produceren, is in Kroatië dan ook ingeslagen als een bom.

Toch is de beslissing begrijpelijk. Zodra Kroatië op 1 juli lid is van de Europese Unie, is het automatisch lid-af van CEFTA; de vrijhandelszone van niet-EU-landen op de Balkan. Binnen deze zone kunnen bedrijven zaken met elkaar doen zonder belast te worden met allerlei heffingen. Die voordelen vervallen met een EU-lidmaatschap. En dat is een probleem, want een groot deel van de Kroatische export is naar landen die net als Kroatië ooit deel uitmaakten van Joegoslavië, de CEFTA-landen.

Levensmiddelenproducenten behoren tot de meest succesvolle bedrijven in de zwakke Kroatische economie, die sinds 2008 in recessie is. Hun producten worden door de handelstarieven, waar zij als EU-lid mee te maken krijgen, fors duurder op hun belangrijkste afzetmarkten in Bosnië-Herzegovina, Servië, Macedonië en Kosovo.

In Bosnië kunnen prijzen daardoor wel 60 procent hoger uitvallen, zegt Daska Damljan van Gavrilovic (700 werknemers). Om te voorkomen dat de afzet fors keldert, gaat het bedrijf samenwerken met een Bosnische vleesverwerker, zodat voortaan ook ‘Gavrilovic’ ín Bosnië kan worden geproduceerd. Ook Kroatische zuivel- en tabaksfabrikanten schuiven een deel van hun productie een land op om de negatieve gevolgen van EU-lidmaatschap te ontwijken.

Op korte termijn kost de EU-toetreding Kroatië volgens de Kamer van Koophandel (HGK) daardoor enkele duizenden arbeidsplaatsen. Dat komt hard aan in een land waar de werkloosheid is opgelopen tot 22 procent.

Het is een van de redenen waarom Kroaten zo weinig enthousiasme kunnen opbrengen voor het aanstaande toetreding tot de EU. Ze vonden het toetredingsproces, waarbij onder meer staatssubsidies aan grote werkgevers zoals scheepswerven moesten worden afgebouwd, pijnlijk en bij vlagen vernederend.

Ook het lidmaatschap zelf wordt gevreesd. Het lot van de bedrijven laat in het klein zien hoe het Kroatië als geheel zal vergaan, verwachten ze, als de 4,4 miljoen Kroaten minder dan 1 procent van het totaal in de EU uitmaken. In de regio stellen Kroatische bedrijven en merken nog iets voor. Daarbuiten kent vrijwel niemand ze.

De concurrentie vanuit Bosnië voelt als bedreiging. In Bosnië is de btw lager en zijn de lonen ongeveer de helft van die in Kroatië. De werkloosheid is er momenteel 44 procent. „Ons China”, schampert Tomislav Klauski, columnist bij de goed gelezen nieuwsportal 24 sata (24 uur). „Het achterland met zwakke vakbonden en lage lonen.”

De angst voor negatieve effecten van EU-toetreding op de eigen economie, komt bovenop algehele somberheid en de opvatting dat Kroatië, waar tussen 1991 en 1995 een oorlog woedde, steeds net de boot mist.

Kroatië heeft veel minder buitenlandse investeringen getrokken dan andere ex-communistische landen na 1989, zegt parlementslid Martina Dalic. Ze was in 2010 en 2011 minister van Financiën onder de vorige conservatieve regering. Ze somt op: „Door de oorlog misten we de eerste golf van bedrijven die oostwaarts gingen. Daarna is het ons niet gelukt de voordelen die we hadden, namelijk dat we in verhouding al een behoorlijk westers en marktgeoriënteerd land waren met een hoogopgeleide bevolking, te kapitaliseren. Vervolgens miste Kroatië ook de EU-uitbreiding van 2004 en die van 2007.”

Nu treedt het land toe terwijl heel Europa economisch kwakkelt en er vrijwel niet wordt geïnvesteerd. „Op lonen kunnen we niet concurreren met bijvoorbeeld Bulgarije”, zegt Dalic.

Het enige wat Kroatië nu kan doen, denkt Dalic, is „slim zijn”. Slim gebruik van EU-subsidies, snel bureaucratie verminderen om het land aantrekkelijker te maken voor ondernemers. „Frustrerend, want het hangt dus in hoge mate af van Kroatisch beleid.” Ze zucht en doet haar best nog wat optimisme in haar stem te leggen. „Ik zeg dit natuurlijk al jaren. Maar ik zie het nog niet gebeuren.”