In Libië verliest het Westen zijn lievelingen

Libië ‘vervolmaakt’ zijn revolutie. De nieuwe leiders oriënteren zich niet op Europa, schrijft Saskia van Genugten.

Libiërs maken zich op voor het vervolmaken van hun revolutie. Zo schrijft een nieuwe wet voor dat iedereen die op enig moment tussen 1969 en 2011 in een enigszins belangrijke positie voor de Libische autoriteiten heeft gewerkt, een decennium lang niet politiek actief mag zijn. Dit zal ook gelden voor ‘tegenstanders van de revolutie’ in het algemeen. De in vage termen opgestelde nieuwe regels raken vele kopstukken van het huidige Libië.

Uiteraard hebben Libiërs het recht om diegenen die hun macht jarenlang misbruikten, te straffen. Plus, het wetsvoorstel is op ‘democratische wijze’ behandeld, al ontbrak het daarbij aan constructieve dialoog. Helaas zal implementatie het fragiele Libië beroven van institutionele kennis en bestuurlijke ervaring. En daar zat het land al behoorlijk om verlegen.

Overal in het land, maar vooral in het oosten rondom Benghazi, is de aanvaarding van de wet groots gevierd. De jeugd en de Moslimbroeders zijn de grootste voorstanders van de wet. Met een stalen gezicht kunnen zij een ‘schoon’ politiek trackrecord claimen. Gadaffi onderdrukte islamistische groeperingen zodanig dat zij zich nu als de ware revolutionairen kunnen presenteren. En dat doen ze met verve. De jeugd ziet de oude garde ook graag gaan. De goedbetaalde overheidsbaantjes zijn immers erg in trek. Maar ontwikkelingen in de Arabische buurlanden laten zien dat jong enthousiasme zich moeilijker laat organiseren dan de op de islam georiënteerde politiek. Met verkiezingen voor een grondwetscommissie op handen, zal de Broederschap zich verder weten te nestelen. Wederom, geen paniek: als dat democratisch zo loopt, dan loopt het zo.

Wel is het vervelend voor Europa. Want met het aanstaande vertrek van de huidige politieke top zal het Westen zijn lievelingen verliezen. Mahmoud Jibril, Mohammed Magarief en Ali Zeidan hebben op steun kunnen rekenen van de Britten, de Amerikanen en de Fransen. De nieuwe leiders zullen hoogstwaarschijnlijk minder ‘progressief’ zijn en zich nog minder aantrekken van wat Europa wil. De retoriek van de EU zal nog minder weerklank vinden en Europeanen zullen het betreuren dat Libiërs een waardig, seculier bestaan afwijzen. Maar ach, dat is voor Libië niet zo problematisch: buitenlandse expertise en materiële steun zijn voortaan ook elders te koop. Zelfs in delen van de wereld waar aan een waardig bestaan ook een islamitische invulling mag worden gegeven, zoals bijvoorbeeld in de Golfstaten.

Saskia van Genugten rondde in 2012 een proefschrift af over Europees-Libische betrekkingen. Zij werkt momenteel voor de Eerste Kamer.