Ik mis alleen de structuur

Drie maanden geleden maakte rolstoeltennisser Esther Vergeer bekend dat ze stopt met tennissen. „Ik mis het tennis niet. Ik kan er relaxed naar kijken.”

Bob van der Vlist, NRC Media, NRC Handelsblad, NRC Next, Lux, mens&, Esther Vergeer

Altijd handig om Esther Vergeer te zijn. Krijg je een topsportpasje voor de nieuwe Arnhemhal op het nationale sportcentrum Papendal. Als ex-sporter kom je daar eigenlijk niet voor in aanmerking, maar voor Esther wordt graag een uitzondering gemaakt. Het pasje geldt als betaalmiddel. Ze praat graag onder het genot van een cappuccino.

Een bewijs dat ze status heeft verworven. Maar bij het woord status trekt Vergeer een vies gezicht. Ze vindt het een vervelend woord. Het klinkt autoritair. Zo van: ik ben beter dan jij. En die indruk wil de ex-rolstoeltennisster hoe dan ook niet oproepen.

Esther is Esther, een gewone vrouw van 31 jaar uit Woerden, die wegens een dwarslaesie in 1988 aan een rolstoel is gekluisterd en toevallig goed kan tennissen. Dusdanig goed dat ze alles, maar dan ook álles heeft gewonnen wat mogelijk is. Ze stond vanaf 1998 onafgebroken nummer één op de wereldranglijst en heeft vanaf januari 2003 tot en met haar laatste wedstrijd op de Paralympics in 2012 geen partij verloren. Die uitzonderlijke prestaties maakten haar buitengewoon ongewoon.

Ach, ze begrijpt het wel als mensen tegen haar opkijken. Diezelfde spanning voelt zij nog steeds bij de aanwezigheid van Roger Federer, terwijl Vergeer de Zwitserse tenniscrack tot haar kennissenkring mag rekenen. Ze merkt dat mensen soms zenuwachtig worden als zij ergens binnenkomt. Nergens voor nodig. Vergeer doorbreekt de opwinding graag door een praatje aan te gaan. „Zodat de aanwezigen snel merken dat ik ook maar een mens ben. Ik wil niet afstandelijk zijn. Ik wil warm overkomen.”

Het is nu drie maanden nadat ze bekendmaakte dat ze stopt met tennissen. Dit is wat Esther Vergeer van het leven weet – tot nu toe.

„Het is niet gemakkelijk om te stoppen. Maandenlang wiebelde ik tussen tegenstrijdige gevoelens toen ik wilde ophouden met tennis. De emoties schoten van links naar rechts. De ene dag had ik het helemaal gehad met tennis. Dan denk je: ik wil niet meer elke dag trainen. De volgende dag voelde ik het tegenovergestelde. Zo van: ja maar, het is zo verrekte leuk om sporter te zijn. Het is zo’n gaaf leven. Waarom zou ik ermee ophouden? Maar de buitenwereld ziet je nog als topsporter, terwijl je dat niet meer bent. Na de Paralympics miste ik de behoefte om me honderd procent voor de sport in te zetten. Ik voelde me die maanden van twijfel niets, niemand. Tot op een goed moment in bed alle emoties samenkwamen en ik de knoop heb doorgehakt. Zo kon ik niet doorgaan. Dan was ik met al die vragen blijven zitten. In januari heb ik het besluit genomen en een maand later bij de presentatie van mijn biografie heb ik mijn afscheid wereldkundig gemaakt. Dat was een opluchting.”

„Het is moeilijk gedisciplineerd te blijven als je een prestatiedoel mis. Ik ben nu een ‘gewone’ burger en dat voelt best goed. Ik mis alleen de structuur die ik als sporter gewend was. Mijn leven was schematisch ingericht, heel overzichtelijk. Die strakke tijdsindeling moet ik nog vinden. Maar ik doe veel meer leuke dingen. Ik heb een vakantie vastgelegd, pik een terrasje en drink een wijntje. Ik doe aan fitness en tennis om af te trainen. Ik wil blijven bewegen, vooral om mijn bovenlichaam fit te houden. Om zelf in en uit de auto te kunnen stappen. Het moment dat ik van anderen afhankelijk word, wil ik zo lang mogelijk uitstellen.

„Om te voorkomen dat ik uit mijn rolstoel groei wil ik advies van mijn voedingsdeskundige. Ik wil weten welke gevolgen een roseetje heeft. Moet ik dan daags erna extra oefeningen doen? Naar die balans ben ik nog op zoek. Geef me een strak schema en ik houd me eraan. In aanloop naar de Paralympics heb ik twee jaar geen druppel alcohol gedronken. De energie die nodig is om alcohol af te breken kon ik wel beter gebruiken. Niet dat ik nu elk weekeinde aan de alcohol zit, maar wel sneller dan voorheen. Meer moeite heb ik met eten. Ik snoep wel een stuk meer.”

„Ik had niet het idee dat mijn biografie al geschreven moest worden. Ik vond het wat vroeg. Maar de uitgever heeft me ervan overtuigd dat mijn afscheid juist een geschikt moment is. Ik wilde wel dat het boek dieper gaat dan een standaard interview, leesbaar is voor een breed publiek. Kracht & kwetsbaarheid is bewust een openhartig boek geworden.Dus ook met details over mijn seksleven. Omdat het onderdeel van het leven is. Laten we daar dan geen big deal van maken. Laten we het bespreekbaar maken, ook al omdat velen nieuwsgierig zijn naar het seksleven van mensen met een beperking. Wat is eng en wat is spannend? Wat kan wel en wat kan niet? Het taboe moet weg. Overigens is dat hoofdstuk in goed overleg met mijn vriend geschreven. In mijn biografie staat ook dat ik geen kinderen kan krijgen. Of beter gezegd: het is me om medische redenen afgeraden; een te groot risico vanwege mijn handicap. Dat vooruitzicht heb ik nog niet volledig aanvaard. Omdat het besluit nog zo vers is. Ik heb tijd nodig om het te accepteren.”

„Sporters met een handicap moeten veel drempels over. Voorlopig richt ik me op mijn Esther Vergeer Foundation. Na de positieve publiciteit rond de Paralympics in Londen heb ik besloten minimaal twee jaar uit te trekken om de stichting te ontwikkelen. Nu is de basis van de foundation nog te smal. We organiseren vooral sportdagen op mytylscholen. We geven clinics en begeleiden gehandicapte kinderen naar een sportvereniging. Ik wil dat breder trekken, ook internationaal. Werken met gehandicapte sporters die omhoog willen. Hun de houding van een topsporter aanleren. Hoe moet je je gedragen? Hoe deel je een trainingsweek in? Hoe motiveer je jezelf?

„Als sporter met een handicap moet je veel overwinnen op gebied van vervoer, materiaal, toegankelijkheid van accommodaties, maar ook als je wordt geweigerd op verenigingen. Ga zo maar door. Ik wil hen daarbij helpen. Ik voer gesprekken met voormalige topsporters die ook een foundation hebben, zoals Johan Cruijff, Richard Krajicek, Bas van de Goor en Jochem Uytdehaage. Ik wil graag groeien en weten hoe de markt eruitziet. Verder spreek ik met sportkoepel NOC*NSF en het Revalidatiefonds. Om uiteindelijk te zien of en waar krachten gebundeld kunnen worden.”

„Ik zeg nooit nooit tegen een bestuursfunctie. Of ik ooit een sportbestuurder word? Zou goed kunnen. Ik denk wel dat ik daarvoor de capaciteiten heb. Dat mijn naam genoemd wordt voor de opvolging van koning Willem-Alexander als lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) is wel heel speculatief. Hoezo ik? Er is door iemand een proefballonnetje opgelaten, want ik ben nooit gevraagd. Sterker, ik weet niet eens wat de functie van IOC-lid inhoudt. Ik richt me nu op de inrichting van mijn foundation en met die ervaring is het IOC wellicht iets voor de toekomst. Overigens vind ik dat je voor het IOC eerst naar capaciteit en dan naar nationaliteit moet kijken. Als er geen geschikte Nederlandse kandidaat is, dan maar niet.”

„Ik mis het tennis niet. Ik kan er relaxed naar kijken. Het was alleen moeilijk om mijn naam nergens terug te vinden. Van de ene op de andere dag is Esther Vergeer geschrapt en ben je niet langer de nummer één van de wereldranglijst. Dat was even slikken. Maar ik wil wel bij rolstoeltennis betrokken blijven. Iets managen of ergens leiding aan geven. Néé, absoluut niet als coach. Daar ben ik helemaal niet goed in. Ik heb er het geduld niet voor. Iemand vierhonderd keer een forehand laten slaan, ik moet er niet aan denken. Daarvoor mis ik didactisch vermogen. En ik heb er geen behoefte aan die eigenschap te ontwikkelen.”