Er klopt iets niet aan Dantes hel

Geen eeuwenoud complot, geen klerikaal gekonkel; de nieuwe Dan Brown is een écht spannende tocht door het oude Florence.

Dan Browns vierde thriller over kunsthistoricus Robert Langdon belandde deze week met een bijna hoorbare dreun overal ter wereld in de boekhandels, begeleid door een onbarmhartig publiciteitsoffensief. Het onwaarschijnlijke succes van het tweede boek over Langdon, De Da Vinci Code uit 2003, maakte van Brown een begrip.

Het is niet opmerkelijk dat ook Inferno weer een groot verkoopsucces wordt. Het is wel opmerkelijk dat Inferno niet alleen veel beter is dan het abominabele vorige boek in de reeks, Het Verloren Symbool uit 2009, maar in veel opzichten ook beter is dan De Da Vinci Code. Dat komt doordat Brown het beproefde recept van zijn Langdon-reeks iets heeft aangepast waardoor het resultaat, zonder daarbij zijn fans af te schrikken, verteerbaarder wordt voor kritische lezers.

Het grootste probleem in het eerdere werk van Brown is dat de mysteries die Robert Langdon ontrafelt slechts kunnen bestaan bij de gratie van onhoudbare aannames en ongeloofwaardige complotten van clubs als Opus Dei, de Priorij van Sion en de Vrijmetselaars.

In De Da Vinci Code construeerde Brown een krampachtig en gammel verhaal waarin Langdon, terwijl hij optrekt met een nazaat van Jezus, aantoont dat Hij met Maria Magdalena getrouwd was en kinderen kreeg en dat het Vaticaan deze bittere waarheid – en die over de werkelijke aard van de heilige graal – altijd met harde hand onder het tapijt heeft geveegd.

Aperte onzin

Deze wijsheid wordt Langdon deelachtig met hulp van niemand minder dan Leonardo da Vinci, die hiertoe in zijn fresco Het laatste avondmaal allerlei voorheen onopgemerkte aanwijzingen achterliet. Deze aperte onzin wordt met veel verve en in aangenaam moordend tempo opgediend terwijl de lezer van de ene exotische locatie naar de andere wordt gejaagd. Robert Langdon is in die zin de academische tegenhanger van thrillerheld Jason Bourne – maar de ‘suspension of disbelief’ werd ruim voorbij het breekpunt opgerekt.

In Inferno pakt Brown het anders aan. Er is geen eeuwenoud complot, er is geen klerikaal gekonkel en Brown probeert geen onhoudbare stelling te verdedigen. Als leidsman kiest hij deze keer niet voor Leonardo da Vinci maar voor Dante Alighieri, wiens epische gedicht Inferno over de topografie en verschrikkingen van de hel de leidraad wordt van Browns Inferno.

Dat blijkt een verstandige keuze; zoals Vergilius in Dante’s Inferno de schrijver rondleidt in de hel, zo leidt Dante’s tekst Dan Brown bij het schrijven van diens verhaal. Dante houdt Dan bij de les. Dat levert een spannende, geoliede thriller op die wel zeer onwaarschijnlijk maar niet volstrekt ongeloofwaardig is.

Plaats van handeling is Florence, de stad van Dante. Robert Langdon wordt er wakker in een ziekenhuis met een schampschot aan zijn hoofd en een infuus in zijn arm. De dreun van de kogel heeft hem een hersenschudding en tijdelijk geheugenverlies opgeleverd; Langdon weet niet beter of hij zit nog in Cambridge, Massachusetts, waar hij docent is aan de Harvard-universiteit. Hij wordt geplaagd door verontrustende visioenen van een vrouw in de hel die hem smeekt snel op zoek te gaan. Waarnaar? De vraag hoe hij in Florence is beland wordt nog acuter als een punky moordenares – een knipoog naar Stieg Larssons heldin Lisbeth Salander – schietend het ziekenhuis binnenstormt en Robert moet vluchten met hulp van zijn arts Sienna Brooks, een mooie sterke vrouw met een IQ van 208.

Uithijgend in haar appartement blijkt hij een aangepaste versie op zak te hebben van Botticelli’s kaart van Dante’s hel. Langdon ziet onmiddellijk dat er iets niet klopt aan die kaart en gebruikt zijn kennis van kunst en van symbolen om de verborgen boodschap die de veranderde kaart bevat te ontcijferen.

Schietende mensen

De oplossing van deze eerste puzzel verklaart een deel van zijn ijldromen en dwingt Langdon en Brooks om in het Pitti Paleis in de oude stad van Florence op zoek te gaan naar antwoord op de vraag waarom Langdon in Florence is en waarom er steeds meer schietende mensen op het tweetal jagen. Wat volgt is een daadwerkelijk spannende tocht door Florence en later Venetië die niet wordt verpest door de pedante betweterigheid van Langdon: dit keer is hij hoogst onzeker, omdat hij geen flauw idee heeft wat hem overkomt.

Het wordt de lezer steeds duidelijker dat een man die zich De Schaduw noemt en een groot bewonderaar van Dante is de gedwongen speurtocht van Langdon en Brooks op touw heeft gezet en dat een schimmig bedrijf dat het Consortium heet er ook iets mee te maken heeft. Hun inspanningen kun je zeker een complot noemen, maar het is ditmaal een complot met concrete motieven en haalbare doelen.

Aan de hand van fragmenten uit Dante’s Inferno komen Langdon en Brooks steeds dichter bij de waarheid die De Schaduw en het Consortium hen en de wereld willen voorschotelen. In plaats van op drift te raken houdt Brown zijn fantasie in bedwang en hij weet een volstrekt onverwachte wending aan de plot te geven. Dat en de sfeer van de Renaissance zorgen ervoor dat nog meer lezers deze thriller eerder geamuseerd dan geërgerd zullen uitlezen.