Een radicale volgeling van Spinoza

De 17de-eeuwer Adriaan Koerbagh wilde van God de Schepper niets weten. Dat kwam hem duur te staan. Zijn boeken verdwenen uit het zicht. Tot nu toe.

‘Caute’ luidt het motto op Spinoza’s zegelring. De meest gebruikte vertaling daarvan is: ‘weest behoedzaam’, hoewel anderen menen dat het meer in de richting gaat van ‘weest verstandig’. Hoe dan ook, in beide gevallen had zijn geestverwant Adriaan Koerbagh die aansporing ter harte moeten nemen. Deze Amsterdamse vrijdenker (16331669), publiceerde onder eigen naam twee uiterst vrijzinnige boeken en moest daar zwaar voor boeten.

In 1667 verscheen zijn Bloemhof, een woordenboek, waarin hij op scherpe en ironische wijze definities gaf van honderden begrippen uit de theologische, medische en juridische wereld. Zo omschreef hij de Bijbel als niet meer dan ‘een boek’ net zoals Reintje de Vos of Tijl Uilenspiegel. Zulke dingen kon je in de 17de eeuw wel denken, maar je kon ze beter niet uitspreken en al helemaal niet laten drukken. Dat was vragen om moeilijkheden.

Een jaar later werkte hij aan een uitgebreid filosofisch werk Een ligt schijnende in duystere plaatsen, waarin hij op systematische wijze de vloer aanveegde, niet alleen met het gereformeerde geloof, maar met alle godsdiensten.

Beide boeken trokken de aandacht van de kerk en de Amsterdamse overheid. Nu werden stadsbesturen wel vaker door de kerk gealarmeerd en meestal beloofden ze op te treden, maar in de praktijk bleven ze weinig daadkrachtig. Het gaf gezeur en onrust, de kerk moest zijn lidmaten zelf maar op het rechte pad houden. Bovendien was boekcensuur weinig effectief. Wat in de ene stad verboden was verscheen vijf mijl verderop bij een andere drukker.

In dit geval koos de schout voor een harde aanpak. Adriaan werd opgebracht en kreeg een proces. Voor zover Koerbagh bekend is komt dat eerder door dit proces dan door zijn denkbeelden. Met name de gruwelijke eis: afhakken van duim, doorboren van tong met een gloeiende pin, een enorme boete en detentie voor dertig jaar in het Rasphuis, een onmenselijke gevangenis aan de Heiligeweg. Binnen een jaar overleed hij. Hoezo tolerantie? Hoezo vrijheid van drukpers? Degenen die dol zijn op zwarte bladzijden in de vaderlandse geschiedenis kunnen hier hun hart ophalen.

Bart Leeuwenburgh plaatst Adriaan Koerbagh en zijn niet minder vrijzinnige broer Johannes op voorbeeldige wijze in hun ideeënhistorische context. De gebroeders stamden uit een welgesteld Amsterdams milieu en studeerden in Utrecht en later in Leiden. Johannes theologie en Adriaan medicijnen en rechten.

Na hun studie vestigden ze zich in hun geboortestad. In hun Leidse jaren kwamen ze in contact met Cartesianen en hun op de rede gegrondveste denkwijze. In die tijd moeten ze ook contacten hebben gelegd met de Collegianten, gereformeerden die onafhankelijk van een dwingende kanselpredikant kwesties van geloof met elkaar bespraken.

Wie zich in die jaren in dergelijke kringen begaf, zich interesseerde voor filosofie en theologie, de recente vertaling las van Thomas Hobbes’ Leviathan, kritisch stond tegenover de gereformeerde kerk, moest op een gegeven moment wel horen van een jonge, intelligente filosoof van Joodse komaf die bouwde aan een rationeel filosofisch systeem dat verder ging dan dat van Descartes. Anders gezegd: de gebroeders Koerbagh kwamen in contact met Spinoza en zijn kring en ontwikkelden zich tot vroege vertegenwoordigers van de Radicale Verlichting. Johannes Koerbagh, die zijn gedachten vanaf de kansel verkondigde, werd herhaaldelijk door de kerkenraad ter verantwoording geroepen. Uit de verslagen daarvan komt hij naar voren als een opvliegende gelijkhebber. Adriaan werkte inmiddels gestaag aan zijn woordenboek Bloemhof.

Onraad

Toen hij zijn andere boek wilde publiceren rook de Utrechtse drukker onraad. Hij liet de al gedrukte vellen aan de Utrechtse schout zien, die ze doorstuurde naar zijn collega in Amsterdam. De tekst was dermate verontrustend dat hij opdracht gaf alle gedrukte vellen te confisqueren en Adriaan in hechtenis te nemen.

In juni 1668 volgde zijn proces. De eis bestond uit de bovengenoemde uiterst zware straffen. Het vonnis was echter aanmerkelijk milder: tien jaar hechtenis, verbanning en een zware geldboete. Adriaan werd weliswaar overgebracht naar het Rasphuis, maar verhuisde naar het Willige Rasphuis, ook niet fijn, maar dat was tenminste een gevangenis voor gegoede burgers, met privileges op het gebied van bezoekuren en maaltijden.

Was Descartes’ filosofie al een bedreiging voor de orthodoxie, Koerbaghs denkbeelden gingen nog veel verder. Theologie en filosofie werden uit elkaar getrokken, analyse van de bijbel moest tot de conclusie leiden dat het boek vol onzin en tegenstrijdigheden stond en mensenwerk was. Van een Schepper wilde hij niets weten. Wie schept, schept water uit een bak of brij uit een pot, lezen we in de Bloemhof. Punt uit.

Volgens Leeuwenburgh ging Koerbagh verder dan Spinoza. Daar kwam nog een verschil bij; Spinoza schreef in het Latijn, dus voor een elite. Hij was ervan overtuigd dat het volk dom en onwetend was en dat zijn denkbeelden bij het volk in verkeerde handen zouden zijn. Koerbagh was optimistischer en tegelijk onvoorzichtiger. Hij schreef in het Nederlands omdat hij meende dat de rede voor iedereen het beste middel was om gelukkig te worden en dat iedereen kritisch kon denken. Het lijkt erop of hij in zijn radicale overmoed de wereldlijke overheid en de kerk doelbewust provoceerde.

Wat Koerbagh nu precies had geschreven was tot voor kort niet zo gemakkelijk na te lezen. Er zijn weinig exemplaren van zijn boeken bewaard en wie werkt zich tegenwoordig nog vlot door het 17de-eeuwse Nederlands met zijn duistere theologische en filosofische begrippen?

Daar is nu verandering in gekomen door een uitstekende Engelse vertaling van Michiel Wielema met de oorspronkelijke tekst ernaast. Zo kunnen we Koerbagh direct volgen in zijn aanval op de theologen die niets anders doen dan haat en tweedracht zaaien en wier enige bedoeling is ‘de gemeene luyden in onweetentheid te houden’ en die arrogant optreden onder het mom van nederigheid.

Hij wilde zijn tijdgenoten onderrichten in het gebruik van de rede (het Ligt in de titel van zijn boek) en in tolerantie. Hij streed niet tegen geloof in het algemeen, hij ging ook niet zover dat hij het bestaan van een God ontkende, wel had hij er een andere, aan Spinoza verwante opvatting over, die van een onpersoonlijke God. Geloof moest berusten op de zuivere rede.

Koerbaghs toon is nu eens kaal analytisch, dan weer schamper. Hij wijst fouten en paradoxen in de Bijbel aan, hij rekent af met het geloof in wonderen, orakels, geesten, spoken en tovenaars. En hij ontkent niet alleen de erfzonde maar ook de Heilige Drieëenheid; Jezus was een gewoon mens.

Vervolging

Al die standpunten afzonderlijk, waren al ruim voldoende om de razernij van rechtzinnigen op te roepen, om uitgestoten te worden uit de gereformeerde gemeenschap en om opgesloten of verbannen te worden. De opeenstapeling van al deze denkbeelden moesten wel uitlopen op vervolging en veroordeling.

Koerbagh moet dat geweten hebben en je kunt je afvragen of hij geen ingebouwd ‘caute’ in zijn hoofd had. Woede? Bluf? Misplaatst vertrouwen in protectie door verwanten in hoge kringen? We weten het niet. Wel schrijft hij in zijn inleiding – een kleine veiligheidsklep – dat het schadelijk voor de maatschappij is wanneer mensen de rede verlaten en over de waarheid gaan twisten. Goede overheden streven naar rust en vrede en zouden en kunnen er redelijkerwijze dan ook in zijn boek geen belediging zien. Het is immers geschreven ‘tot eenigheyd en vastigheyd van een staat’. Ook al lijkt het in dit boek gebodene op het eerste gezicht nieuw en vreemd.

De kerk kreeg haar zin. Koerbagh en zijn boeken verdwenen uit het zicht. Bij de presentatie van Het noodlot van een ketter riep de auteur op tot een spijtbetuiging van de stad Amsterdam, tot een standbeeld of het noemen van een straat of een plantsoen naar Koerbagh. Zo’n schuldbekentenis is onzin, maar een plaquette of een spreuk ter nagedachtenis van deze moedige, radicale denker, in de buurt van het voormalige tuchthuis, zou Amsterdam sieren.