‘Deze bewindslieden vergroten het onbehagen’

Strenger straffen én minder geld voor gevangenissen. Dat is niet te rijmen, vindt vertrekkend hoogleraar strafrecht Theo de Roos.

„Ik begrijp niet waarom het kabinet overgaat tot verhogingen van maximale straffen.” Foto Robin Utrecht

Theo de Roos zegt dat hij voor dit gesprek een fotosessie had in een grauw en winderig Rotterdam-Zuid. „Die omgeving past ook wel bij de boodschap die ik te vertellen heb”, lacht hij.

Vandaag vertrekt De Roos als hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Tilburg. In zijn afscheidsrede schetst de gezaghebbend jurist vanmiddag een „grimmig beeld” van het Nederlandse strafrecht. „Zo ongeveer vanaf 1980 zie je de patronen veranderen. De samenleving is niet per se crimineler, maar de georganiseerde criminaliteit is sindsdien wél zeer sterk toegenomen.”

Grensoverschrijdende criminaliteit, immigratieproblemen en hoge verwachtingen van de rechtspraak bij burgers hebben het maatschappelijk klimaat de afgelopen decennia verhard, zegt De Roos. „Je ziet in het strafrecht een weerspiegeling van die maatschappelijke werkelijkheid. En die is niet altijd even rationeel, om het voorzichtig te zeggen.”

Volgens u leidt dat verharde klimaat tot onzorgvuldige wetgeving in het strafrecht. Waarom?

„De politiek schuift met dat ruigere klimaat mee op naar rechts. Daar zijn de huidige twee bewindslieden, minister Opstelten en staatssecretaris Teeven, op het ministerie van Veiligheid en Justitie in zekere zin de personificatie van. Hardere wetten, langere straffen en meer strafbaarstellingen. Argumentatie daarvoor ontbreekt vaak.”

Heeft u daar een voorbeeld van?

„De strafbaarstelling van illegaliteit is er één. Het duwt die mensen alleen maar verder de kantlijn van de samenleving in. Symboolwetgeving in de slechtste zin van het woord. Overigens blijft er van die wet nog maar weinig over, als de toezeggingen van de PvdA overeind blijven.

„Een ander voorbeeld: ik begrijp niet waarom het kabinet overgaat tot verhogingen van maximale straffen. Neem de verhoging van de straffen bij bedrijfseconomische fraude, naar maximaal vier jaar celstraf. Of bij ambtelijke corruptie. In beide gevallen beargumenteert Opstelten niet waarom de huidige strafmaat tekort zou schieten. Een corrupte ambtenaar is slecht voor het vertrouwen van burgers. Ja, maar dat wisten we al. Nergens blijkt dat de rechter met de huidige straffen niet uit de voeten zou kunnen.

„Deze verharding is natuurlijk niet alleen afkomstig van de laatste kabinetten. Tien jaar geleden gingen de maximumstraffen voor bezit van kinderporno ook zomaar in één klap omhoog, van drie maanden naar vier jáár.”

Komt zo’n strafverhoging niet juist voort uit het gevoel van onbehagen in de samenleving?

„Daar beroepen politici zich inderdaad op, maar of dat gevoel ook echt bestaat... Er is onderzoek gedaan naar de hoogte van straffen en wat burgers daarvan vinden. Hoe beter geïnformeerd burgers zijn over de aard van het delict, hoe dichter ze in de buurt uitkomen van de straf die rechters opleggen.

„Politici proberen recht te doen aan een gevoel dat misschien onder een deel van hun kiezers leeft, maar deze bewindspersonen doen daar een schep bovenop, dat verwijt ik ze. Dat is nergens voor nodig.”

U schreef vorig jaar dat als u minister zou worden, u de naam van het ministerie van Veiligheid en Justitie weer zou veranderen. in gewoon Justitie.

„Ja. In het woord ‘justitie’ zit de strafrechtspleging al besloten. Het idee van het strafrecht, dat we in onze rechtsstaat normoverschrijdend gedrag bestraffen en overtredingen niet tolereren, hoort daar al bij. Dat strafrecht levert een bijdrage aan de veiligheid, niet meer dan dat.

„Bij veiligheid hoort ook bijvoorbeeld het werk van inlichtingendienst, of het werkgelegenheidsbeleid, of de inrichting van de stedelijke omgeving. De claim dat dít nou het ministerie is dat bij uitstek voor veiligheid zorgt, vind ik niet passend. Het is een retorische claim, dat weet ik ook wel, maar de term past in dat plaatje van repressie.”

Verwacht u een einde aan dat repressiedenken?

„Ik vrees dat we nog niet aan het einde staan van die ontwikkeling. Het is makkelijk om de strafmaat te verhogen, dan heb je wat gedáán. In feite verandert het natuurlijk niets. Je vult er gevangenissen mee.”

Daarop bezuinigt het kabinet juist. Strookt dat met elkaar?

„Nee, het is ironisch dat juist Fred Teeven nu elektronische detentie voorstelt. Als pure bezuinigingsmaatregel, volgens mij heeft het niets met visie op het gevangeniswezen te maken. Overigens zie je ook deze discussie afgelopen jaren steeds terugkomen. Want we weten allemaal dat politie en Openbaar Ministerie prioriteiten moeten stellen. Dus als je méér zaken strafbaar stelt, dan drukt dat op hun handhavingsapparaat. Zij moeten ook uitbreiden en meer geld krijgen, of ze moeten minder handhaven.”

De politie ziet door een harder repressiebeleid dus meer door de vingers? Hoe geloofwaardig is het systeem dan nog?

„Een te laag ophelderingspercentage is fnuikend voor de geloofwaardigheid van de rechtsstaat. Politie en OM kunnen die prioriteitendiscussie dus niet al te openlijk voeren. Dan kan een beeld ontstaan, ik noem maar wat, dat de politie niet meer achter mensen aangaat die tanken zonder te betalen. Je móét criminaliteit in de breedte blijven bestrijden, al is het alleen voor het rechtsgevoel in de samenleving.”