Demissionair premier Curaçao in NRC: opsporing moderniseren na moord

Demissionair premier Daniel Hodge van Curaçao in NRC: "Ik kan mij voorstellen dat mensen die in de toekomst de politiek in zouden willen gaan, zich twee keer bedenken als gevolg van de moord" Foto ANP / Prince Victor

Curaçao gaat het eigen opsporingsapparaat moderniseren. Voor de financiering wordt mogelijk een beroep gedaan op de Nederlandse regering. Dat zegt demissionair premier Daniel Hodge vandaag in een gesprek met NRC Handelsblad.

De maatregel is een direct gevolg van de moord op Helmin Wiels, bijna twee weken geleden. De 54-jarige politicus werd op klaarlichte dag dood geschoten. Wiels stond bekend als voorvechter van de onafhankelijkheid van Curaçao en om zijn strijd tegen corruptie. Hij had veel tegenstanders op het eiland.

Plannen voor camera’s

Volgens Hodge zijn er plannen om camera’s te plaatsen op plekken met hoge criminaliteitscijfers. Verder moet het politiekorps de beschikking krijgen over moderne apparatuur en forensische opsporingstechnieken, zoals DNA. “Het liefst houden wij onze eigen broek op. Maar indien nodig zullen wij aankloppen in Den Haag”, aldus Hodge.

De demissionair premier weerspreekt berichten dat het onderzoek naar de moord muurvast zit. Hij is “hoopvol gestemd” omdat justitie “een aantal leads” heeft. Er werken volgens Hodge zo’n dertig mensen aan het onderzoek. Nederland en Curaçao zouden naar tevredenheid samenwerken.

Sinds 31 december leidt Hodge een ‘takenkabinet’ zonder politici. Hij verwacht dat uiterlijk 1 juni een nieuw kabinet gepresenteerd wordt. Hodge:

“Ik kan mij voorstellen dat mensen die in de toekomst de politiek in zouden willen gaan, zich twee keer bedenken als gevolg van de moord.”

De moord heeft volgens hem een grote impact op de Curaçaose gemeenschap. “Men is dof geslagen en hunkert naar closure.”