De vrouw moet oplossen wat de man niet kan laten

Het heeft iets indrukwekkends als mensen zich kleden uit een bepaalde overtuiging – of dat nu een monnik in een habijt is, een jongeman op wiebelende, zilverkleurige plateauhakken of een meisje dat zich bij wijze van protest juist uitkleedt. Een vrouw die een niqaab wil dragen, zou dat dan ook moeten kunnen doen – net zoals hare krisjna’s zich in oranje gewaden hullen of sommige mensen graag een gigantische, licht loensende Jezus op hun rug laten tatoeëren.

Toch viel me gisteren iets op in het coverartikel in deze krant over de vrouwen die een niqaab dragen. Het was de reden die alle vijf de vrouwen noemden voor het dragen van de sluier: een niqaab fungeert als een scherm tussen man en vrouw. „Want je hebt mannen die héél graag naar vrouwen kijken. En dat mag niet van de islam.”

Er zit daar toch iets vreemds – iets vreemds wat geldt voor alle religies die van de vrouw verwachten dat ze zich zedelijk kleedt, zoals de enkellange rokken bij het christendom of de pruiken bij de orthodoxe joden. Het is de gedachte dat de vrouwen moeten oplossen wat de mannen niet kunnen laten. De religies lijken om te beginnen geen bijster hoge dunk te hebben van mannen: ze gaan ervan uit dat elke man een soort piepend, oversekst konijn is, altijd in de startblokken om een willekeurige kuit of tafelpoot te bespringen. Iedere vrouw die ze kunnen bekijken, willen ze hebben. (En volgens het artikel is dat op hun zestigste opeens voorbij – en bedankt, namens alle zestigplussers.)

Aangezien God/Allah/Jahweh het afkeurt dat een man of een vrouw iemand anders begeert dan zijn of haar wettige partner, zou je zeggen: dat is dan knap lastig voor al die hitsige mannen. Die moeten iedere keer als ze een vrouw tegenkomen wegkijken en snel aan wiskundige vergelijkingen denken om God niet teleur te stellen. Vrouwen kunnen daarentegen ongenaakbaar over straat en bij iedere wellustige blik denken: „Ach, wat vervelend nou, wéér iemand die in het hiernamaals wat heeft uit te leggen” – de mannen begaan immers de zonde. De oplossing werd echter: de vrouwelijke schoonheid bedekken. Haren weg, snoet weg, blote enkels weg, zodat de mannen maar nooit in de verleiding kunnen komen.

De traditionele kleding in deze religies mag zich wel wat ontwikkelen. In plaats van rokken, sluiers en pruiken voor de vrouw kunnen we bijvoorbeeld toewerken naar zedelijkheidsbrilletjes voor de man. Met glazen die bedekt zijn met een vrolijk bloemetjespatroon, waardoor alles wat minder zichtbaar is, of in de kleur mosterdgeel, want niemand ziet er goed uit in mosterdgeel. Iedereen neemt zijn of haar eigen verantwoordelijkheid – en de mensen die dan nog steeds het liefste compleet bedekt de deur uitgaan, mogen dat uiteraard naar hartelust blijven doen.