De vrije artsenkeuze moet blijven bestaan

De mondige patiënt dreigt een lijdzaam volger van het dictaat van de verzekeraar te worden, meent huisarts Han Mulder.

‘Het lek moet dicht!’ Deze daadkrachtige uitspraak deed minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) in NRC Handelsblad, 30 maart. Het ging over het recht je eigen arts te mogen kiezen. Dat vormt een ‘lek’ in de kostenbeheersing van de zorg, aldus de minister.

Volgens Schippers is de financiële solidariteit met de kwetsbaren (zieken en minder draagkrachtigen) in onze maatschappij dusdanig verminderd dat het gerechtvaardigd is in te grijpen in een basisrecht: de vrije artsenkeuze. De nieuwe regisseurs van de zorg, de verzekeraars, zijn beter in de selectie en kunnen bij gedwongen winkelnering scherpere contracten afsluiten, aldus de minister. Hun keuze dient daarom te worden gevolgd.

In 2006 heeft de Zorgverzekeringswet het oude, elitaire stelsel van ziekenfonds- en particulier verzekerden vervangen. Voor de keuzevrijheid van de individuele verzekerde zou het geen verschil meer mogen maken hoe die verzekerd was, aldus de Raad van State destijds. Sinds de invoering van de wet is iedere Nederlander verplicht een basispakket-zorgverzekering af te sluiten. Het Rijk beslist jaarlijks over de inhoud. In de wet is ook vastgelegd dat zorgverzekeraars geen mensen mogen weigeren voor een basispakket-zorgverzekering en geen hogere premie kunnen vragen aan mensen die meer kosten veroorzaken, zoals chronisch zieken. Deze solidariteit is een groot goed voor een geciviliseerde maatschappij die claimt volgens fatsoenlijke, morele waarden te werken.

Zorgverzekeraars kunnen het basiszorgpakket als natura- of restitutie-verzekering aanbieden. De goedkopere natura verzekering biedt concrete, gecontracteerde zorg. Bij de duurdere restitutieverzekering worden alle zorgkosten achteraf vergoed. Om de vrijheid van artsenkeuze bij natura verzekerden te garanderen, krijgen zij bij bezoek aan een niet-gecontracteerde arts toch 80 procent van de kosten terug. Dit maakt dat persoonlijke financiën geen hinderpaal kunnen vormen voor de artsenkeuze. Dit principe is in 2006 met opzet in de nieuwe Zorgverzekeringswet opgenomen en recent nog bekrachtigd door het gerechtshof van ’s-Hertogenbosch.

De minister gaat twee maatregelen nemen om het ‘lek’ te dichten. Ten eerste wordt de Zorgverzekeringswet dusdanig veranderd dat verzekeraars voor niet-gecontracteerde artsen niets meer hoeven te vergoeden. Daardoor is het bezoeken van een niet-gecontracteerde arts voor veel mensen niet langer te betalen. Ten tweede wordt de restitutiepolis onder de reikwijdte van de Zorgverzekeringswet weggehaald. Hiermee vervallen acceptatieplicht en premiegelijkheid voor deze verzekeringsvorm. Dit betekent feitelijk het einde van de ontsnappingsmogelijkheid naar de restitutieverzekering voor kwetsbare natura-basisverzekerden. Deze worden dan immers onderhavig aan de welwillendheid en aanvullende voorwaarden van de zorgverzekeraars die volgens risicocalculatie werken.

Naast het principiële standpunt over vrije artsenkeuze valt inhoudelijk ook voldoende op te merken. Gezien de huidige, als matig beoordeelde, prestatie-indicatoren is twijfelachtig of verzekeraars beter artsen kunnen selecteren dan patiënten. Bovendien devalueert de rol van de geëmancipeerde patiënt tot lijdzaam volger van het dictaat van de zorgverzekeraar. Dit is compleet tegengesteld aan de tijdsgeest.

Ten slotte is het argument dat matige zorgverleners op deze manier kunnen worden geweerd, verkeerd. Om iedereen het recht op vrije artsenkeuze te ontnemen omdat een minimaal aantal zorgverleners voor problemen zorgt, is een disproportionele en gemakzuchtige maatregel. Er zijn genoeg andere oplossingen te bedenken.

Het afschaffen van de vrije artsenkeuze is niet goed. De laagst mogelijke premie wordt een doel op zich, in plaats van een randvoorwaarde bij goede, voor iedereen gelijk toegankelijke basiszorg. De prijs kan overigens nog verder zakken door de inhoud van het basispakket te halveren. Toch gebeurt dat niet, omdat wij , via onze volksvertegenwoordigers, de inhoud van en rechten op minimale zorg bepalen. Diverse patiënten- en artsengroeperingen vinden dat ook het recht op vrije artsenkeuze hierbij hoort.

Hopelijk houden de Kamerfracties vast aan de humanitaire basisprincipes, juist voor het kwetsbare deel van de samenleving. En maken zij in de komende debatten de minister duidelijk dat dit echt een brug te ver is.

Han Mulder is huisarts in Dalfsen.