De overheveling van de jeugdzorg gaat te ruig, te snel en moet te goedkoop

Jeugdzorg gaat in 2015 over van het rijk naar gemeenten. Maar er valt nog veel te doen. Te veel. Ido Weijers pleit voor minder haast.

Trudy’s vader is alcoholist. Haar moeder is depressief. Trudy is in het verleden misbruikt, zwierf maanden over straat, werd naar diverse instellingen gestuurd. Nu is Trudy zestien en zit ze in een gesloten jeugdzorginstelling. Ze wacht al meer dan een jaar op een plek in de jeugd-GGZ in haar woonplaats. De 15-jarige Mohammed kwam afgelopen jaar met de verkeerde vrienden in aanraking. Plotseling raakte hij bij een reeks delicten betrokken. Thuis ontstonden extreme spanningen.

Afgelopen maandag legden de staatssecretarissen Van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) en Teeven (Justitie, VVD) een stappenplan voor de jeugdzorg aan de Tweede Kamer voor. Daarin beschrijven ze hoe de jeugdzorg per 1 januari 2015 van rijk naar gemeenten wordt overgeheveld. Dat stappenplan kent een aantal aantrekkelijke voorstellen; de inzet van gezinsregisseurs bijvoorbeeld en de mogelijkheid voor de huisarts om rechtstreeks naar de jeugd-GGZ door te verwijzen. Ook wordt de lopende specialistische zorg voorlopig voortgezet.

Maar worden Trudy en Mohammed straks sneller en adequaat geholpen? Dat is nog maar de vraag. Ella Kalsbeek, bestuursvoorzitter van jeugdzorgaanbieder Altra, uitte vorig jaar al haar twijfels. Peter Dijkshoorn, bestuurslid van zorginstelling Accare, sprak van „één groot experiment met kinderen”. En jeugdpsychiaters vreesden onvoldoende oog voor specialistische zorg.

Het nu voorgelegde stappenplan is een antwoord op de kritiek van de commissie die het ‘overhevelingsproces’ begeleidt. Deze commissie, onder voorzitterschap van Leonard Geluk, ex-wethouder van Rotterdam, dacht niet dat de ingangsdatum zou worden gehaald. Er moest namelijk veel haast worden gemaakt om alles halverwege 2014 ‘uitvoeringsgereed’ te hebben. Ook de Tweede Kamer was bezorgd, maar er was geen meerderheid voor uitstel.

Dat is een gemiste kans.

Het is de hoogste tijd voor een stevige pas op de plaats. Er lijkt in de politiek onvoldoende besef van de complexiteit van deze mega-operatie en de daarbij horende risico’s. Er is een forse pauze nodig om het hoofd te bieden aan vier grote problemen: dat het te goedkoop moet, dat er te veel moet, en dat het te snel en te ruig gaat.

Juridisch, bestuurlijk en financieel is er nog zeer veel onduidelijk. Niemand weet met wie straks moet worden samengewerkt.

Het is onwaarschijnlijk dat Trudy en Mohammed de komende jaren sneller en beter worden geholpen. Een eventuele verbetering zal zich pas na jaren voordoen. En extra investeringen vereisen. Een mogelijk positieve uitkomst van deze operatie staat echter zwaar onder druk door gelijktijdige bezuinigingen van 15 procent op de jeugdzorg.

En er speelt meer. Behalve voor jeugdzorg worden gemeenten tegelijkertijd verantwoordelijk voor werk en bijstand. Deze reorganisaties kosten veel energie en tijd, wat zonder meer ten koste gaat van de continuïteit van het werk. Waarom erkent Van Rijn niet dat het volstrekt onmogelijk is om over ruim een jaar alles fatsoenlijk geregeld te hebben?

Er moet in veel te krappe tijd een inventarisatie worden gemaakt van jeugdigen die hulp nodig hebben, en van passende maatregelen. Er ontbreekt de tijd voor degelijke experimenten. Die hadden allang moeten lopen, voorzien van wetenschappelijke begeleiding. Nu experimenteert vooral de gemeente Rotterdam er lustig op los, met een nieuwe drang- en dwangaanpak, maar wetenschappelijke onderbouwing en evaluatie ontbreken en zorgvuldigheidseisen lijken ver te zoeken. Dit is des te zorgelijker nu een wettelijk kader ontbreekt: er is immers nog geen Wet op de jeugdzorg en de herziening Wet jeugdbescherming is nog niet door de Eerste Kamer.

Tenslotte: men gaat te ruig te werk. De Rotterdamse aanpak staat daarvoor model. Wordt er melding gemaakt van een probleem binnen een gezin, dan wil deze gemeente binnen enkele dagen bepalen welke hulp nodig is – zonder onderzoek door de Raad voor de kinderbescherming, zonder professionele diagnose. De gemeente wil het gezin zo zwaar onder druk zetten dat hulp meteen wordt geaccepteerd.

Ze gaat volkomen voorbij aan de kritiek van de advocatuur op het functioneren van de jeugdzorg; van de inspectie op de kwaliteit van de meldingen door Bureau Jeugdzorg; van GGZ-deskundigen op het gebrek aan professionele diagnostiek.

Rotterdam ziet slechts één ding, namelijk onwil bij cliënten, en neigt ernaar de ernst van de problemen bij veel kinderen en ouders te miskennen.

Zo dreigen we met deze transitie in een situatie terecht te komen waarin rechten en belangen van ouders en kinderen amper onderbouwd aan de kant worden geschoven. Het plan voor een gezinsregisseur is interessant, maar goed onderzoek naar haken en ogen is nauwelijks voorhanden. Er is teveel haast.

Het is onverantwoord om de jeugdzorg al in 2015 naar de gemeenten over te hevelen.

Dan dreigt het belang van kinderen als Trudy en Mohammed te worden geofferd aan de ADHD van de politiek.

Ido Weijers is hoogleraar jeugdbescherming aan de Universiteit Utrecht.