Beter rekenen na elektrische breinstimulatie

Vijf dagen achter elkaar je brein elektrisch laten stimuleren terwijl je rekensommen oefent, zorgt ervoor dat het rekenen sneller gaat. Niet alleen tijdens die dagen, maar ook nog een half jaar daarna. Het is een opvallend langdurig effect, schrijven psychologen van de Universiteit van Oxford in een artikel dat gisteren in het vakblad Current Biology verscheen.

De onderzoekers gebruikten een pijnloze manier van hersenstimulatie, transcranial random noise stimulation (TRNS). Daarbij jagen twee elektroden op de schedel, boven het beoogde hersengebied, milde elektrische stroom door de onderliggende zenuwcellen in de hersenschors.

Hun 25 proefpersonen (gemiddeld 21 jaar oud) moesten twee soorten rekensommen oefenen: ‘ingewikkelde’ opgaves, om uit te rekenen, zoals 32-17+5=20, en simpele sommen, om te stampen, zoals 3x4=12. Dagelijks kregen ze 180 tot 288 sommen voor hun kiezen. Pas als het antwoord op een som goed was, kregen ze de volgende opgave. Terwijl de jonge mannen en vrouwen de oefeningen maakten, stimuleerden de psychologen een gedeelte van de frontale cortex dat gebruikt wordt bij rekenen. Bij de helft van de deelnemers deden ze alsof.

Bij aanvang waren alle proefpersonen ongeveer even goed in de twee rekentaken. De deelnemers die gestimuleerd werden, leerden sneller dan de mensen in de controlegroep. Dat ging op voor uitrekenen en voor het feiten oplepelen.

Na zes maanden testten de Britten een kwart van de deelnemers opnieuw. De gestimuleerde mensen waren nog steeds ruim een seconde sneller in het uitrekenen, niet alleen bij de eerder geoefende sommen, maar ook bij nieuwe vraagstukken. De stampsommen gingen hun niet meer beter af dan de controlegroep.

De verbeteringen gingen gepaard met veranderingen in de doorbloeding van het hersengebied. Op andere functies van hetzelfde gebied, zoals denkbeeldig figuren ronddraaien, had de stimulatie geen effect.

De stimulatietechniek, TRNS, is pas sinds 2008 in gebruik. Hoe die precies werkt, is nog niet duidelijk. Onderzoekers denken dat de stimulatie de onderliggende zenuwcellen meer synchroon laat werken.