Afscheid van het leven als populaire kunstpaus

Schrijver Anton Dautzenberg leest voor de Achterpagina romans van uitgeverij Fata Morgana. Vandaag: Prestige van Joost Zwagerman

Coverontwerp Robert Buizer. Foto HH

Eve Silberbaum is de bevlogen directeur van het Stedelijk Museum van Amsterdam. Ze bezoekt de tentoonstelling Mark Rothko’s The Seagram Murals in Tate Modern London, daags nadat ze haar man in een hotelkamer betrapt met een hobbykunstenares. In haar jaszak een klein luchtdrukpistool met een gasveer, in het magazijn een diabolokogeltje van 4 mm. Voor het topstuk Black on Maroon blijft ze staan. Haar ogen beginnen te tranen. Ze schraapt opzichtig haar keel, drukt af en wurmt zich door het argeloze publiek naar de uitgang.

Ik ben aanbeland op pagina 49 van de nieuwe roman van Joost Zwagerman, zijn eerste sinds 2002. In het vervolg van Prestige negeert hij de gebeurtenis volkomen, alsof die niet heeft plaatsgevonden. Silberbaum gaat de volgende dag kijken, de zilverkleurige randjes van het nog niet ontdekte kogeltje steken voorzichtig uit het bruinrood, ‘alsof een nieuwe betekenis zijn weg zoekt door het torp van de textuur’, maar vervolgens dansen de liefdesperikelen weer gewoon van de bladzijden, om te eindigen in, spoiler alert, een moeilijke scheiding.

Laat ik het personage Eve Silberbaum nader bekijken. Ze is overduidelijk gemodelleerd naar Ann Goldstein, de huidige directeur van het Stedelijk Museum. Een devaluatie: van goud naar zilver. Vindt Zwagerman de directrice niet eredivisiewaardig? Niets wat daarop wijst; hij zet haar neer als een innemende vrouw die kunst beschouwt ‘als het mana dat de homo ludens laat opgaan in een cumulocirrus van onvoorziene afwezigheid’. Handelt Silberbaum uit jaloezie? Nee, een vrouw die kunst esoterische eigenschappen toedicht, vernielt geen schilderijen uit ijverzucht.

Alhoewel, vernielt? Misschien wilde ze doordringen tot de diepere lagen van Rothko’s werk, daartoe aangemoedigd door de vlammende ‘poort’ op het schilderij. Een reactie op het oppervlakkige neukertje van haar man? Of zou Silberbaum met haar daad betekenis hebben willen tóévoegen aan het werk? Zwagerman stelt de vraag zelf ook aan de orde, maar geeft dus geen antwoord. Impliceert hij daarmee dat kunst geen verklarende functie heeft, dat raadsels juist moeten worden besprenkeld met sibillijns sterrenstof?

Vast niet, zowel in zijn wekelijkse rubriek in de Volkskrant als in De Wereld Draait Door doet hij zijn stinkende best om kunstwerken te doorgrónden. Het in de roman geïntroduceerde neologisme torp (‘betekenis zoekt zijn weg door het torp van de textuur’) onderstreept die ambitie: Zwagerman wil de gereedschapskist van de kunstkritiek verrijken – al lijkt een essay mij daarvoor een meer geschikte aanbrenger.

Verwijst Zwagerman wellicht naar een buitenliteraire context? De politici die met opgepompte wind op kunst en cultuur schieten? Hé, wacht eens even… Pagina 49… De leeftijd van Zwagerman is 49! Nu wordt het interessant. De schrijver schiet in feite op (een deel van) zichzelf, een symbolische daad. Pang! Nee, een doffe klik, eenvoudig te camoufleren met een hevige hoestbui. De keuze voor Mark Rothko versterkt deze lezing; de in Letland geboren kunstenaar pleegde zelfmoord in zijn atelier. Zwagerman kiest voor de roman, zíjn atelier, om afscheid te nemen van het leven als populaire kunstpaus.

Prachtig, dit. De ietwat patserige titel Prestige krijgt hiermee ook een prettigere lading. Man, man, wat een meesterzet van Zwagerman. Net voordat hij 50 wordt, een oude man, pleegt hij een aanslag op zichzelf. Hoe postmodern kun je als schrijver zijn... De voormalige literaire rebel neemt in stijl afscheid van zijn blaffende ego. Ik ben benieuwd hoe die purificatie gaat doorwerken in zijn oeuvre. Keert hij definitief terug naar zijn eerste liefde, de roman?

Hoeveel bollen zal ik Prestige geven? De compositie is doorzichtig (Zwagerman moet er duidelijk weer inkomen), de setting hedendaags braaf, maar dan dat niet verklaarde schot, de buitenliteraire ‘zelfmoord’, hoe zwaar laat je dat meewegen? Vier bollen?

Ik los het op in de geest van het boek: via Marktplaats koop ik voor een paar tientjes een Uma Sp50 4,5mm luchtdrukpistool. Ik zet de roman op een tafeltje tegen het bordeauxrode tuinhek en stap naar achteren. De weerkaatsende lentezon bemoeilijkt het richten. Even waan ik me Meursault, maar zoals gezegd is dat maar even. Ik spreid mijn benen zodat ik stevig sta en schiet achter elkaar vijf keer richting het opvlammende Prestige. Vervolgens tel ik het aantal kogeltjes dat uit het torp van de textuur steekt.

Joost Zwagerman, Prestige. 256 pagina’s, uitgeverij Fata Morgana, € 17,95 (€ 13,95 als e-book).