Wijn Sicilië mist de smaak van de maffia

In Italië legt de staat voor miljarden beslag op bedrijven en vastgoed van de maffia. Werken met een bedrijfsplan blijkt lastiger dan met pistool.

De koning van de wind wordt hij genoemd. Jarenlang was Vito Nicastri de ontwikkelaar achter tientallen windmolenparken, van Sicilië tot Rome. Vrijwel de hele windenergiesector in Zuid-Italië was in zijn handen. Een monopoliepositie die hij, volgens justitie, te danken had aan zijn banden met de Siciliaanse maffia, de Cosa Nostra. Nicastri zou geld hebben witgewassen en en passant miljoenen aan groene subsidies hebben opgestreken.

Begin april werd Nicastri door de Italiaanse justitie ‘geplukt’ voor een recordbedrag van 1,3 miljard euro. In 2010 was al preventief beslag gelegd op zijn 43 bedrijven, bijna honderd villa’s, appartementencomplexen, grond en winkels. Evenals auto’s, motoren, luxe jachten en 66 bankrekeningen en kredietkaarten. Nicastri heeft al drie jaar huisarrest in zijn geboortedorp Alcano.

„We spreken hier over een productieve bedrijfstak die nu in handen komt van de staat. Onder de huidige economische omstandigheden moeten we onze neus daar niet voor ophalen”, oordeelde telde Arturo de Felice, het hoofd van maffiabestrijding. Maar het is nog maar de vraag of het de staat lukt Nicastri’s windimperium een doorstart te laten maken. In de praktijk blijkt het moeilijk maffiabedrijven een ‘schoon’ tweede leven te geven.

„Het heeft absoluut zin zoveel mogelijk beslag te laten leggen. Het toont dat de staat machtiger is dan de maffia”, zegt Umberto Di Maggio van antimaffiaorganisatie Libera in Palermo. Maar als de staat er vervolgens niet in slaagt maffiabedrijven in leven te houden, dreigt ze de sympathie van de burger te verliezen. „Die zegt dan: onder de maffia was er tenminste wél werk.”

Relatief het makkelijkst is om beslaggenomen vastgoed een nieuwe invulling te geven. Dit bewijst bijvoorbeeld het wijnhuis Placido Rizzotto, in de regio waar de Corleone-clan de dienst uitmaakt. Tussen de glooiende heuvels exploiteert dit nu zes hectare aan wijnranken die ooit in handen waren van peetvaders.

Stefano Palmeri plakt in de bodega met de hand etiketten op flessen. Hij moest het project aanvankelijk verdedigen. „Vooral de vrouwen, ook uit mijn eigen familie, zeiden: ‘Het is toch geen lang leven gegund, laat je daar toch niet mee in.’” Hij meent echter dat de coöperatie hem beter werk verschaft dan de maffia ooit zal kunnen. „En nu ze een tijdje draait en men merkt dat de coöperatie zijn leveranciers wel netjes betaalt, begint de sympathie te groeien.”

Een onderneming een tweede leven geven is een stuk moeilijker. De grote meerderheid van de bijna tweeduizend in beslag genomen bedrijven ging uiteindelijk failliet.

Een van de 35 bedrijven in Italië die wel wisten te overleven, staat aan de rand van Trapani, aan de westkust van Sicilië. Langs de snelweg naar de stad ligt de voormalige cement-fabriek Calcestruzzi Ericina Libera. Ze wordt sinds 2004 bestuurd door een coöperatie van oud-werknemers.

Een succes, zegt voorzitter Giacomo Messina, dat te danken is aan een gelukkige samenloop van omstandigheden. „Bij ons is alles goed gegaan wat bij andere bedrijven juist niet lukt.” Messina werkt sinds de jaren tachtig bij het bedrijf, al voordat de boss Vincenzo Virga zich via een stroman inkocht. „Onder hem werden leveranciers niet of veel te laat betaald. We droegen geen belasting af. De arbeidsomstandigheden waren onveilig en slecht.”

In 1996 deed justitie een voorlopige beslaglegging, in 2000 gevolgd door de confiscatie. „In die tussenfase bleef het bedrijf gewoon draaien. De maffia ging er van uit dat ze het terug zou krijgen.” De problemen begonnen na de onteigening. „De maffia ging klanten bellen dat ze geen zaken met ons mochten doen.”

De coöperatie omzeilde deze boycot met een list: de fabriek werd omgebouwd zodat er ook bouw- en sloopmateriaal gerecycled kan worden. „Daardoor konden we ook zaken doen buiten de cementsector, die destijds nog helemaal door de maffia gecontroleerd werd.”

Cruciaal was de steun van de prefect, die het bedrijf een kredietlijn verstrekte. En de hulp van priester en Libera-oprichter Luigi Ciotti, die bij de bank een lening regelde. „Zij wisten dat als wij het niet redden, dit het signaal zou afgegeven aan de samenleving dat een bedrijf met de maffia wél en onder de staat niet werkt.”

„Het is moeilijk te concurreren als een sector sterk geïnfiltreerd is door de maffia”, zegt Giuseppe Giuffrida in zijn kantoor in Catania, aan de andere kant van het eiland. Hij bestuurde voor de overheid als interim-manager een honderdtal in beslaggenomen bedrijven. „De maffia heeft honderden manier om je tegen te werken. Zij kunnen een lagere prijs bieden, omdat ze geen belasting betalen of zich niet aan andere regels houden. En als dat niet helpt, zetten ze je klanten en leveranciers met intimidatie aan tot een boycot.”

Ook geld is vaak een probleem. „De nieuwe bedrijfsleiding krijgt het bedrijf alleen in bruikleen van de staat. De bank is daarom zelden bereid een lening te verstrekken: die wil een steviger onderpand. Daarnaast, ik kom de bank binnen met een bedrijfsplan. Maffiosi leggen gewoon hun pistool op tafel.”

Zo verging het bijvoorbeeld Riela, een transportbedrijf in Acireale, bij Catania. Het bedrijventerrein stond ooit vol met vrachtwagens, maar nu staan er alleen nog vier personenauto’s waarvan de banden zijn gestolen. „Ik mag het licht uitdoen”, zegt Mario di Marco bitter.

Di Marco werd door de staat gevraagd de leiding over te nemen. Vlak na de confiscatie waren de meeste werknemers vertrokken naar een nieuw bedrijf, opgezet door de maffiabazen. Hij nam 25 nieuwe chauffeurs en laders aan. „Maar het is niet gelukt overeind te blijven.” De transportsector is een van de sectoren waar de maffia sterk is geïnfiltreerd.

Riela wordt opgedoekt. Er zijn nog twee medewerkers om daarbij te helpen, de andere 23 zitten werkloos thuis. „De staat heeft de capaciteit niet dit soort bedrijven te bestieren”, zegt Di Marco. Zijn hond stuift af op de auto van de postbode, die een aangetekende aanmaning brengt.

Hij wijt dit niet alleen aan de tegenwerking van de maffia. Het komt ook door wetgeving en Europese mededingingsregels. Die verbieden overheden om genationaliseerde bedrijven in te huren of anderszins te helpen, omdat dit neer zou komen op verkapte staatssteun. „Waardoor overheden zaken moeten doen met bedrijven waarvan iedereen weet dat ze van de maffia zijn.”