Vertel eens. Wie ben jij?

In Nederland wonen tussen de 100 en 400 niqaab-draagsters, vooral in de Randstad. Een ‘boerkaverbod’ dreigt. Maar wie zijn deze vrouwen? nrc.next zocht ze op

Foto Mieke Meessen

Amsterdam Noord, een donderdagavond. Het is koopavond in winkelcentrum Boven ‘t IJ. Vuil waait over de lege parkeerplaats. Bij Snackbar ‘t Puntje trekt iemand een kroket uit de muur. Hier vind ik waar ik al maanden naar zoek: Noura Ben.

Zwarte handschoenen, zwart gewaad, een reepje huid met twee grote donkerbruine ogen.

Op de vraag of ze wil meewerken aan een interview zegt ze zonder nadenken ja. „Ik help graag mensen”, zegt ze erbij. Maar liever niet hier en niet nu. Noura wijst naar haar dochter, een meisje met een paardenstaart. Ze moeten winkelen. Noura geeft me een hand en haar telefoonnummer. Ze draait zich om en weg is ze, verdwenen tussen de propvolle rekken van de H&M.

Een niqaabdraagster stampt niet. Ze sluipt - op gympen het liefst. Meestal zwarte, van Puma, Vans of Nike. Hakken zijn verboden, want aandachttrekken mag niet. In een volle trein trekken de vrouwen soms een extra laagje stof over hun ogen. Dan zien zij jou wel, maar jij ziet helemaal niets.

Noura Ben is 43 jaar en geboren in de bergen bij Al Hoceima, Marokko. Ze groeide op in een boerderij vlakbij de kust. Lag de zee stil dan zag ze Spanje liggen.

Haar vader, een man met eeuwig onrust in zijn lijf, maakte als eerste de oversteek naar Europa. In Hoorn vond hij een woning en een baan bij een slachterij. Eens per jaar bezocht hij het thuisfront. En tijdens een van die bezoekjes, giechelt Noura, heeft-ie haar gemaakt.

Toen Noura Ben elf was kwam hun vader het gezin halen: zes dochters en één zoon. „Mijn vader was nooit van plan om ons naar Nederland te halen”, vertelt ze. Maar op een dag werd hij ziek. Twee weken heeft hij op zijn kamer gelegen. Niemand die hem miste. Niemand die hem hielp. „Hij heeft toen gezworen dat-ie nooit meer alleen zou zijn.”

Noura wist niks van Europa. Ze hadden het goed in de Marokkaanse bergen. Een boerderij met kippen, schapen en konijnen. Toen ze in de krappe bovenwoning aankwamen zei haar moeder: wij willen terug. Noura Ben: „Het was net een luciferdoosje.”

Het is maandagochtend, twee weken na onze ontmoeting in de H&M. In buurthuis Het Schouw heeft Noura haar niqaab onder haar kin getrokken. Ze werkt er als vrijwilliger en geeft buurtbewoners iedere maandagochtend handwerkles.

Noura is een vrouw met een rond gezicht, donkere wenkbrauwen en nauwelijks rimpels. Haar haar is kort, vertelt ze. En nog niet grijs. Ze praat zacht en rustig, maar hoeft nooit lang na te denken. Alleen lachen doet ze hard en vaak.

Noura is de eerste die ja zei tegen een interview. De eerste in een rij van zeker twintig vrouwen met een niqaab: een sluier die alleen de ogen vrijlaat. Vorig jaar – toen in de Tweede Kamer opnieuw over deze vrouwen werd gesproken en het kabinet instemde met een ‘boerkaverbod’ – wilde ik nu eens mét hen praten. Vier, vijf vrouwen met een sluier, dat moest te doen zijn toch?

Niet erg praktisch tijdens het koken

Een half jaar lang vroeg ik het alle gesluierde vrouwen die ik tegenkwam. Op de Amsterdamse Kinkerstraat, de Admiraal de Ruijterweg en bij de Multatuli basisschool in Bos en Lommer. Ik schakelde vrienden in. Vlooide Facebook-profielen door en benaderde alle vrouwen van wie ik vermoedde dat ze wel eens gesluierd de deur uitgingen (profielfoto: vaak een roos). Ik vroeg het bij de moskee, bij kledingwinkels, actiegroepen, politieke partijen en op de universiteit. Waarom Noura Ben wel wil praten? „Dan zijn mensen straks misschien wat minder bang.” Toestemming aan haar man vroeg ze niet. „Ik weet zelf wat wel en niet kan.”

Haar niqaab mag Noura in het buurthuis niet dragen. Op zich niet zo’n probleem vindt ze, want de meeste bewoners hier zijn oud. „Bij mannen van boven de zestig hoeft het niet meer”, zegt ze. „Dan hebben ze, hoe zal ik het zeggen…dan hebben ze geen interesse in vrouwen meer.”

Heel praktisch is een niqaab bij vrijwilligerswerk trouwens ook niet. Laatst nog, ze maakte een gezonde maaltijd met een groepje jongeren in het buurthuis. Haar sluier had Noura afgedaan, maar de bijbehorende khimar – een lange hoofddoek – vloog halverwege de kookdemonstratie in de fik. Breed grijnzend: „Thuis vouw ik hem zo in mijn rok.” Maar zoiets doe je buiten de deur niet.

‘Zusters’ noemen niqaabdraagsters elkaar. Komen ze elkaar tegen dan is een groet verplicht. Naar schatting zijn er tussen de honderd en vierhonderd vrouwen die er één dragen. De meeste wonen in de Randstad: in Amsterdam, Rotterdam of Den Haag. De groep verdeelt zich in fulltimers en in parttimers. Want lang niet iedere vrouw draagt haar sluier elke dag. Er zijn vrouwen die ’m alleen dragen naar de moskee, of alleen overdag en als ze in gezelschap van vriendinnen zijn. Er zijn vrouwen die ermee experimenteren – die nog twijfelen of ze definitief gesluierd door het leven willen gaan. Er zijn ook vrouwen die hun niqaab afdoen op het station, of bij de bushalte: anders rijdt de bus door. En de meeste vrouwen vermijden drukke plekken: ooit een niqaab in het centrum van Amsterdam gezien?

Het gezin Ben keerde nooit terug naar de boerderij in Marokko. Ze verruilden de lucifersdoos voor een benedenwoning in West-Friesland. Binnen het gezin was Noura het zwarte schaap. Haar zussen hadden altijd commentaar. Tijdens het bidden zaten ze stiekem naar elkaar te knipogen. „Ze noemden mij de imam van de moskee.” Noura – dat was de zus die altijd net iets dieper boog. „Alsof ik heiliger was dan zij.”

Haar zussen werden uitgehuwelijkt. Maar zelf kwam Noura in opstand. Ze had haar eigen huwelijkskandidaat al uitgezocht: een student uit Marokko, die brieven schreef in het Engels. Dat vond ze leuk.

Daar is het misgegaan denkt ze achteraf. Was het jaloezie? Misschien. De laatste keer dat ze haar zussen zag was op de bruiloft van een neef. Ze konden hun ogen niet van haar sluier afhouden. Achter haar rug om werd gefluisterd. „Dat mijn man mij sloeg als ik ’m afdeed.”

Scherm tussen man en vrouw

Noura ziet de niqaab als opdracht van Allah. Een slimme imam in Tilburg legde haar uit hoe ze de Koran moest lezen – en toen zegt ze, stond die opdracht daar opeens. Haar man had aanvankelijk twijfels: wist ze het wel zeker? Een niqaab was gevaarlijk. En: het hóéft toch niet?

Maar Noura is geen moslim voor haar man, zegt ze. Noura is moslim voor zichzelf. Ze nam de bus naar de Amsterdamse Kinkerstraat en schafte voor twee tientjes haar eerste niqaab aan. Zonder nadenken knoopte ze de lintjes vast op haar achterhoofd. „Gewoon doen, dacht ik.” Inmiddels heeft ze zwarte, blauwe en beige sluiers. Rood kan ook, vindt ze. „Maar dat is niet mijn kleur.”

Een niqaab, zegt ze, fungeert als een scherm tussen man en vrouw. „Want je hebt mannen die héél graag naar vrouwen kijken. En dat mag niet van de islam.” Punt.

Die reden noemen alle vijf de vrouwen die voor dit artikel over hun sluier wilden praten. Zo staat het volgens hen ook in de Koran. Niqaabdraagsters willen uitmuntende moslima’s zijn – al zul je ze niet horen zeggen dat ze dat ook zijn. Net zomin zul je ze betrappen op een oordeel – dat een vrouw zonder hoofddoek of sluier bijvoorbeeld geen goede moslim is. Wie zijn zij om dat te bepalen?

„We leren om geduldig te zijn.”

„ Niet oordelen.”

„Het is niet aan ons om te zeggen dat een niqaab beter is.”

Diezelfde ingetogen houding wordt in materieel opzicht van de vrouwen verwacht. Noura’s leven is sober. Haar man – afgekeurd na een ongeluk met een lopende band in een vleesfabriek – krijgt een uitkering, daar leeft het gezin van. De kleine vergoeding die ze voor haar vrijwilligerswerk krijgt, gaat naar goede doelen. Luxe hoort niet bij haar geloof, vindt ze. En die handtas met studs en goudkleurig hengsel? Die kreeg ze van haar dochter. „Ik verwen mij niet met spullen. Ik verwen mezelf met mijn geloof.”

Late bekeerlingen

Alle vijf de vrouwen vinden: verdiep je niet in rijkdom, verdiep je in het geloof. En trouwens: welke baas laat je werken met een sluier om? De meeste vrouwen zorgen liever voor de kinderen, of ze kiezen voor een van de schaarse opties waarin werk en outfit wel te combineren zijn. Bel maar eens met een callcentrum in de Randstad. Best een kans dat er aan de andere kant van de lijn een vrouw met sluier zit.

Van de vijf vrouwen zijn er drie op latere leeftijd tot de islam bekeerd. Ze schatten – voor zover ze er zicht op hebben– dat dat een redelijk betrouwbare afspiegeling van de groep in Nederland is. Neem Alia (19, haar nieuwe naam), dochter van een Indiase vader en Surinaamse moeder. Ze bekeerde zich vorig jaar in mei en schafte twee weken later haar eerste niqaab aan. „Als bekeerling heb je de neiging je achterstand in te halen. Je hebt haast. Je wilt het helemaal volgens de regels doen.”

Een ander die zich Kaouthar (20) noemt, zegt dat een sluier helpt om je te onderscheiden. „ Ik wil dat mensen zien dat ik moslim ben. Dat ze niet denken: hé daar loopt een Hollander met een hoofddoek om.” Alia deed haar sluier overigens onlangs af – het viel haar te zwaar. Studie, werk zoeken, dat bleek allemaal niet mogelijk met een niqaab om. Alia: „Ik geloof nog steeds met heel mijn hart, maar misschien is het voor mij allemaal wat te snel gegaan.”

Alle vijf de vrouwen ervaren geregeld de nadelen van hun voorkomen. Bij Alia deden voorbijgangers eens het geluid van een bom na. TiktikBOEM. Daar kon ze trouwens nog wel om lachen. Erger is het als voor je neus de kassa dicht gaat.

Kouthar: „Ze roepen: hé lelijke pinguin.”

Noura Ben: „Ze gillen: een spook! En: oooh, wat erg!”

Die reacties beperken zich niet tot één groep. Ook binnen de moslimgemeenschap vinden ze alle vijf weinig aansluiting. Alia: „Ze vinden dat ik het geloof zwart maak. Omdat ik mensen bang maak”.

Vier van de vijf partners waren sceptisch over het dragen van een sluier. Twee van hen zijn dat nog steeds. Vrouwen die gedwongen worden een sluier te dragen bestaan zeker, denken de vijf – óók in Nederland. Al vermoeden ze allemaal dat die in de minderheid zijn.

Thuis wordt er door de vrouwen hard op de Koran gestudeerd. Soms lijkt het alsof je dat in hun woordgebruik kunt terughoren. De vrouwen praten beeldend, schuwen het gebruik van spreuken en metaforen niet: ‘nare gedachten moet je geen zonlicht geven’. En een niqaab dragen in de warme zomermaanden, dat heet ‘een beproeving’. Omdat er in Nederland zo weinig vrouwen met een niqaab zijn, zoeken ze voor (praktische) vragen contact met elkaar via internet. En soms organiseren ze een zusterdag.

Weet je hoe mooi je lippen zijn?

Een dinsdagmiddag in november. Zeewind giert door de woonwijken van het Zeeuwse Goes. De meeste van de ruim 35.000 inwoners hier zijn christelijk. Voor de kleine moslimgemeenschap is er de Arrahman-moskee op de Albert Joachimkade. Waait de wind van zee dan is de gebedsoproep tot bij de Mariakerk te horen.

Op deze plek trok Sarah negen jaar geleden een sluier over haar neus.

Foto Mieke Meessen

Sarah draagt al negen jaar een niqaab. „Mensen zeggen altijd: kijk, een boerka. Ze zeggen nooit: kijk, daar gaat de buurvrouw met haar hbo-diploma.”. Foto Mieke Meessen

„Ik zat achterin de auto. Mijn man reed. Ernaast zat een vriend die zich omdraaide en fluisterde: weet je wel hoe mooi jouw lippen zijn?” Hij wilde haar kussen. „Toen was de maat vol.”

Sarah is 28 jaar, getrouwd met een accountant uit Saoedi-Arabië en heeft drie kinderen. Ze is de enige vrouw in Goes met een niqaab. Op het schoolplein denken ze dat Sarah een ninja is. Over een interview hoefde ze niet lang na te denken. Sterker nog, na een oproepje op Facebook meldde ze zichzelf. Ze voegde er een foto bij. Je ziet haar met wapperende sluier op een opoefiets tussen de Zeeuwse akkers.

Omdat er bij Sarah thuis aan de cv-ketel wordt gesleuteld ontvangt ze het bezoek in de moskee. Dochter Sarah rent rond op sokken. Haar moeder doet binnen de sluier af.

28 jaar geleden werd Sarah geboren in Alkmaar, als jongste van drie dochters. Haar katholieke vader gaf zijn geloof op om met haar protestantse moeder te trouwen.

Ook Sarah was als kind een buitenbeentje. Als puber was ze niet de mooiste. Met haar bleke huid en haar jeugdpuistjes werd ze gepest. Dieptepunt was een schoolkamp in Noord-Holland, toen klasgenoten haar urenlang in een gangkast hadden verstopt.

Op de middelbare school vond Sarah aansluiting bij een groepje asielzoekers dat in hetzelfde gebouw Nederlandse les kreeg. Meisjes uit Irak, Turkije en Afghanistan. Sarah fungeerde voor hen al snel als een brug. Zij leerde hen Nederlands, e-mailen en chatten en in welke winkels je strings kocht (Zeeman). De asielzoekers leerden haar op hun beurt Turks, Perzisch en ook wie Allah was. Toen tijdens een lang ziekbed (negen maanden zware Pfeiffer) al haar klasgenootjes het lieten afweten, besloot Sarah zich te bezinnen. Waarom stonden die moslimmeisjes wél trouw aan haar bed? Niet lang daarna – ze was 16 – bekeerde ze zich tot de Islam. „Ik was eindelijk ergens welkom. Zo voelde ik dat.”

Haar christelijke ouders hadden er moeite mee. Ze stelden hun dochter voor de keuze: hoofddoek af of de deur uit. Sarah trouwde haar man en verhuisde naar Goes. Na zes jaar radiostilte heeft ze drie jaar geleden het contact met haar familie weer voorzichtig opgepakt. Over haar bekering hebben haar ouders altijd gezwegen. „Het verhaal ging dat ik naar Zwitserland was geëmigreerd.”

De niqaab als schooluniform

Die niqaab, dat was helemaal haar eigen idee zegt Sarah. Ze wil niet dat mannen naar haar kijken, en ook niet dat vrouwen zien wat voor vrouw zij is. „Vrouwen kunnen heel jaloers zijn. En zo zien ze mijn status niet. Ze zien niet of ik getrouwd ben, niet of ik rijk of arm ben. Ik geloof in het principe van het schooluniform.” Het gevolg is wel dat ook zij nu weinig aansluiting bij andere vrouwen vindt. „Het is frustrerend dat mensen altijd zeggen: ‘kijk een boerka’. Ze zeggen nooit: ‘kijk daar gaat de buurvrouw met haar hbo-diploma’.”

Helemaal anoniem is Sarah met haar sluier trouwens niet. Omdat haar man Saoedisch is komt ze regelmatig in Medina. Tussen de gesluierde vrouwen weten haar kinderen haar altijd terug te vinden. „Hun moeder pikken ze er feilloos uit.” Sarah’s oudste dochter wil later ook een sluier dragen. Althans, dat denkt ze nu – ze is 8.

De kinderen van Noura Ben zijn al ouder – en hebben hun eigen ideeën over het geloof. Ze bidden, drinken geen alcohol en eten geen varkensvlees. Maar daar houdt het ook wel op. Noura’s oudste dochter (23) is getrouwd en het huis uit, ze draagt alleen een hoofddoek als ze haar moeder bezoekt. „Ik vind het jammer”, zegt Noura. „Ik heb haar zo goed opgevoed.” Maar dwingen zal ze haar niet. „Zoiets moet je zelf beslissen.”