Unilever wil Becel en Blue Band niet kwijt

Ondanks tegenvallende resultaten en speculaties van analisten, houdt Unilever zijn margarines – én Calvé Pindakaas.

Minder margarine en pindakaas verkocht? Zou Unilever zijn spreads – met merken als Becel, Blue Band en Calvé – kwijt willen? Duidde de verkoop van het in de Verenigde Staten zo populaire pindakaasmerk Skippy, begin dit jaar, daar niet al op?

De tegenvallende resultaten van de margarine- en pindakaasdivisie vormden eind april aanleiding tot speculaties onder analisten en beleggers. En ook gisteren, tijdens de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering die plaatsvond in De Doelen in Rotterdam, kwamen er vragen over deze tak van het Brits-Nederlandse levensmiddelenconcern.

Bestuursvoorzitter Paul Polman liet er geen twijfel over bestaan: hij heeft geen verkoopplannen voor de margarine- en pindakaasdivisie, die goed is voor 7 procent van de totale omzet. Hij erkent dat er een probleem is, maar, zei Polman: „Dat is een Europees probleem. Europa groeit niet.”

Hij ontkent dat Unilever een „structureel probleem” heeft met de spreads, zoals Chris Douma, de vertegenwoordiger van diverse pensioenfondsen, vroeg. Polman wees erop dat de divisie in het eerste kwartaal van dit jaar weliswaar 5 procent inleverde, maar vorig jaar in diezelfde periode nog een groei vertoonde van 9 procent.

Bij de bekendmaking van de kwartaalcijfers, eind april, liet Unilever weten dat het een offensief begint om de consumenten terug te winnen die tegenwoordig liever alternatieven zoals de goedkopere huismerken kopen dan Becel en Blue Band. Het bedrijf blijft investeren in innovaties.

Unilever bestaat uit vier divisies. In volgorde van grootte zijn dat: persoonlijke verzorgingsproducten (deodorant, shampoo, tandpasta; met merken als Dove, Axe en Andrélon), voeding (Knorr, Calvé, Unox), huishoudelijke artikelen (was- en schoonmaakmiddelen; Sun, Cif en Robijn) en de ‘verfrissingstak’ (met frisdranken van Lipton en ijsjes van Magnum). Unilever haalt veel groei uit de persoonlijke verzorgingtak, vooral door de groeiende middenklasse in landen als India en China. In het eerste kwartaal van 2013 steeg de omzet met 8,3 procent.

De voedingstak is nog altijd de één-na-grootste divisie, maar presteert een stuk minder. In het eerste kwartaal van 2013 daalden zowel de omzet als de volumes. Ook hierover kreeg Polman, sinds 2008 bestuursvoorzitter, gisteren vragen. Wat blijft er op termijn over van de voedingstak van Unilever?

Volgens Polman maken veel mensen zich zorgen over die divisie, terwijl daar „niks mis mee” is. Food maakt jaarlijks een omzet van 20 miljard euro. „Voeding wordt relatief kleiner, omdat de rest van ons bedrijf zo succesvol is, maar groeit wel”, onderstreepte hij. „We moeten oppassen niet onze eigen vijand te worden.”

Unilever besloot Skippy te verkopen, zo legde Polman nog één keer uit, omdat dit pindakaasbedrijf geen geld opleverde en er geen plannen waren om Skippy over de rest van de wereld te gaan verkopen.

Dat Unilever sinds de aankoop van Bestfoods, in 2000, geen grote acquisities meer heeft gedaan in de voedingstak, komt volgens Polman doordat er „helaas” te weinig aantrekkelijke opties zijn. „We zouden er niet voor terugschrikken als zich een kans zou voordoen”, zei hij. „Maar we gaan geen bedrijven overnemen om het overnemen.”